Posts tonen met het label Gardolo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gardolo. Alle posts tonen

maandag 7 februari 2011

Via 2 Giugno (2 juni 2009)

Op 2 juni is het feest in Italia, la Festa della Repubblica, het Feest van de Republiek.
Ik – en velen met mij – heb altijd gedacht dat de republiek op deze datum was uitgeroepen, maar dat is niet juist. Op 2 juni 1946 werd de uitslag bekend van het referendum waarin de Italianen het koningshuis definief lieten vallen en de monarchie dus plaats maakte voor de Italiaanse republiek. Deze werd uiteindelijk op 18 juni van dat jaar uitgeroepen.


In Via 2 Giugno is weinig te merken van het feest. Er is wat minder verkeer dan normaal van moeders die hun kinderen op de fiets of te voet naar school brengen. Wat inhoudt dat het heel stil is. Ons deel van de Via 2 Giugno is namelijk niet meer dan een zand- en kiezelpad vol putten en gaten, en wordt daarom over het algemeen gemeden door de auto’s.



De enige levende ziel is Signor Tomasi die in zijn groentetuin aan het werk is. Er zijn er veel hier in de buurt die Tomasi heten.
Signor Tomasi is al ver in de tachtig, maar slaat geen dag over in zin ‘orto’. En hij maakt graag een praatje. ‘Le patate’ blijken het niet goed te doen dit jaar. Te weinig water. Mei is immers de droogste mei sinds decenni geweest en de halve dag regen van afgelopen zondag heeft weinig effect gehad. Thuis heeft signor Tomasi zijn tomaten staan. ,,De grond onder de planten is droog’’, vertelt hij. ,,Zelfs na de regen.’’
,,Maar de bonen doen het goed’’. Trots wijst hij op de drie rijen bonen die hij een aantal weken geleden geplant heeft.

Dan, met een blik op de grasmaaier die ik klaar gezet heb. ,,Maar het is feest vandaag. Je zou niet moeten werken.’’ Ik neem hem mee achter ons huis, de tuin in, waar een meer dan weelderige grasmat onder de zon in de wind zijn sprieten doet wuiven. Hij knikt begrijpend. ,,Ja, misschien toch beter dat je daar wat aan doet.’’
Ik nodig hem uit voor een koffie. ,,Heel even dan’’, zegt signor Tomasi. ,,Ik moet namelijk de druiven gaan draaien bij een vriend van me.’’ De koffie laat niet lang op zich wachten. In de tussentijd legt hij me uit dat ze de druiven af en toe draaien om ze allemaal evenveel van de zon te laten profiteren.
De koffie gaat erin als gods woord in een ouderling. Hij bedankt ons en weg is hij. Voordat hij in zijn Punto stapt roept hij: ,,Jullie lusten toch bonen, hè?’’

zondag 6 februari 2011

La signora Giulia (short bus stories - 2) (21 april 2009)

Er wordt gewerkt in Gardolo. Aan de ene kant van de weg wordt een voetpad aangelegd, en als gevolg daarvan wordt het voetpad aan de andere kant versmald. De weg moet namelijk breed blijven zodat men daar voort kan blijven jakkeren zonder acht te hoeven slaan op de maximale snelheid die daar geldt. Tussen de bergen zand en de graafmachines door is het duidelijk dat er voor de voetgangers een smalle strook bewegingsvrijheid overblijft waar je met enige moeite met z'n tweeën naast elkaar kan lopen. De auto heeft voorrang in Italië, op alle gebied.
Maar voor een tijdje is de weg nu dus smal. De bushalte is een meter of vijftig verplaatst en ter hoogte daarvan staat een stoplicht. De passagiers stappen in en de bus wacht. Het stoplicht staat op rood.

In de verte komt la signora Giulia aangedribbeld. Ik heb er altijd moeite mee om leeftijden in te schatten, maar ze moet al een eindje in de zeventig zijn. De grijze haren kort geknipt, want dat is gemakkelijk. Niet alleen dankzij haar neus heeft haar gezicht iets haviksachtig, want ook de ogen kijken vanachter de smoezelige brilleglazen ietwat roofvogelig de wereld in. Haar grijze jas rijkt tot net over de knieën en onder haar arm houdt ze stevig haar tasje geklemd. Want tegenwoordig moet je overal op je hoede zijn, met al die buitenlanders. Ze vergeet dikwijls dat ik er ook een ben.
La signora Giulia is dus hoog bejaard en ze eist het respect voor haar vergevorderde leeftijd altijd ietwat hinderlijk op. Zo moet zij bijvoorbeeld altijd absoluut als eerste de bus in. Die drang is zo sterk dat ze zich wel eens in de bus vergist en op lijn 17 terecht komt in plaats van op 'haar' lijn 7.
Maar nu heeft la signora Giulia dus de bus gemist. De deuren zijn dicht, het wachten is enkel nog op het groen. Dat arriveert als ze tot op tien meter genaderd is. De bus trekt op en la signora Giulia begint als een bezetene te zwaaien, want iemand van haar leeftijd behoort niet vijf minuten tot de volgende bus te hoeven wachten. De chauffeur twijfelt even, maar besluit toch te remmen. De deuren gaan open en la signora Giulia heeft het gehaald. Ze is niet al te vlug en het stoplicht neigt al naar oranje als de deuren zich achter haar sluiten. De chauffeur trekt langzaam op maar geeft daarna flink gas bij om halverwege niet met tegemoetkomend verkeer geconfronteerd te worden. La signora Julia is ondertussen druk in de weer met het afstempelen van haar abonnement (afstempelen is niet het juiste woord, want je moet het abonnement voor een kastje houden en zo wordt het electronisch gelezen). In plaats van zich met haar vrije hand vast te houden gaat haar arm protesterend de lucht in, waarna ze als een ballerina met een slok teveel op enige ongecontroleerde pirouetten begint te draaien. Het is geen gracieuze uitvoering, en ook het sluitstuk van haar ballet heeft iets van ‘de stervende zwaan', maar dan letterlijk. Een student, de rossige haren in de war, zit afwezig naar buiten te staren. Zijn ogen zakken af en toe dicht en hij heeft duidelijk moeite het ritme van de nieuwe dag op te vatten. Totdat de grijze zwaan Giulia haar vlucht fladderend beëindigd op zijn schoot.
Twee, in vooroorlogs gepantserde kousen verscholen benen steken de lucht in en vanachter verschillende onderrokken klinkt een gesmoord en wanhopig 'Ooooo Madonna' van la signora Giulia. Een medepassagier helpt haar met wat moeite terug op de been. La signora Giulia lacht, een beetje beschaamd, en roept la Madonna nog enige keren aan. Haar schaamte valt echter in het niet bij die van de student, die met een vuurrood hoofd de blikken van de moeizaam hun lach inhoudende medepassagiers op zich voelt prikken. Hij weet het nog niet, maar dit is een van die ervaringen die je je hele leven bijblijven. Een van die ervaringen die je met niemand wil delen en die je dus voor altijd stil met je meedraagt. Een geheim, verankerd in de schaamte die het loslaten in de weg staat. Hij staat op en laat zijn plaats aan de oude dame die hem zojuist op een zo onbarmhartige wijze uit zijn dromen heeft gewekt. Niet uit respect voor de ouderdom, maar meer om uit het schelle licht van de onwelkome schijnwerpers te ontsnappen. Als we een minuut later bij de volgende halte stappen staat hij weggedoken in een hoek, zijn neus bijna tegen de langzaam beslaande ruiten van de bus gedrukt.
Een handvol reizigers stapt in. Ze hebben geen idee van wat ze gemist hebben.

Ook het meisje met de Cleopatra-ogen stapt op en vind haar vaste plaats bezet door la signora Giulia. Ze kijkt rond, op zoek naar een andere vrije plaats. Even kruist haar blik de mijne. Ik kan me niet voorstellen hoeveel jonge farao's er al zijn verdronken in deze kijkers, maar het moeten er veel zijn. Bij gebrek aan een zitplaats neemt ze genoegen met een plekje aan het raam dat nog vrij. De bus trekt op. De lichamen van het meisje met de Cleopatra-ogen en de jongen met het rossige haar naast haar vinden elkaar in de synchrone bewegingen op het ritme van de putten en de bochten in de weg die als de openingen van een orgelboek in een draaiorgel onder de wielen voorbij schuiven.

De mevrouw naast me niest haar handen vol. De bus nemen is goed voor het milieu, maar het is niet direct de meest gezonde manier om je je naar het werk te begeven.
Achter me vertelt een jongetje plagerig aan zijn vriendje dat hij vanaf morgen lekker drie dagen op schoolreis naar Venetië is terwijl die andere gewoon naar school moet. Van je vrienden moet je het hebben.
Twee andere jongetjes spelen boter, kaas en eieren ('tris' noemen ze dat hier) op de inmiddels geheel beslagen ruiten van de bus.

Als we in Trento aankomen heb ik een liedje in m'n hoofd....




Verlossing (27 maart 2009)



Zondag, 1 februari 2009 (1 v.A.).

Het regionale nieuws heeft zoals altijd weinig te bieden. Ik luister slechts met een half oor toe hoe onder begeleiding van een monotoon gebabbel een vallende fietser, een in het bezit van drugs gearresteerde buitenlander, een jubilerende priester en het gelijkspel van het voetbalelftal van Mezzolombardo de revue passeren. Een nagekomen bericht doet mijn wenkbrouwen echter enige millimeters in opwaartse richting van positie veranderen. Het maakt melding van een felgroen verlicht bolvormig object dat in de reeds donkere hemel van de vroege winteravond is waargenomen boven het meer van Caldonazzo. Het verplaatste zich geluidloos met grote snelheid van oost naar west en was slechts een tiental seconden zichtbaar. Op het nabijgelegen vliegveld Gianni Caproni in Trento kan men geen verklaring geven voor het verschijnsel. Net zomin als bij Meteo Trentino, dat afsluit met het weer voor morgen. Men verwacht een heldere dageraad, maar de bewolking zal in de loop van de dag toenemen en men moet rekening houden met sneeuw in de avond en de nacht.

Nog geen uur later ben ik het regionale nieuws al vergeten.

Maandag, 2 februari 2009 (0).

De discussies bij de halte Melta "case ITEA" gaan, zoals gebruikelijk op maandagmorgen, over het voetbal. Ook al is het grootste gedeelte van de wachtenden op lijn 7 op weg naar school, dat instituut lijkt melkwegen verder weg dan de stadions waarin de jongste miljonairs van Italië de kost verdienen. De kleinste van de groep wordt door zijn vrienden "Mosca" genoemd, "Vlieg". En Vlieg heeft de pest in, want zijn Juve heeft wederom verloren. Met 2-3 van Cagliari dit keer, in eigen huis nog wel. De hilariteit van de Milanisten en Interisten is groot, het bushokje gevuld met gejoel en gelach. Niemand heeft in de gaten dat vanuit de richting van Gardolo een ezeltje onze kant opkomt.
Pas als het beestje tot op honderd meter genaderd is hoor ik hoe vier hoefjes op het asfalt van de Via Matteotti klikken, als de hoge hakken van twee dikke dames. Ik keer me om, en ook de hoofden van de andere passagiers draaien eensgezind de kant van het niet alledaagse geluid op. De plotseling invallende verbaasde stilte is bijna tastbaar, en wordt slechts onderbroken door het bijna vrolijke klik-klak-klik-klak dat stopt als het ezeltje en zijn gevolg halt houden ter hoogte van het bushokje. De ezel, een hoogzwangere vrouw in het zadel, een man die het leidsel vasthoudt. Wolkjes adem die in de ijle, koude ochtendlucht oplossen.
,,Mogen we hier even uitrusten?'', vraagt de man. Als antwoord wijkt de groep in stilte uiteen en het echtpaar neemt op het bankje van het bushokje plaats. ,,We zijn moe'', verontschuldigt de bezoeker zich. ,,We hebben de hele nacht gelopen, want alle herbergen waren vol.''
Waar heb ik dit meer gehoord?.
,,Ik ben Josef'', stelt de man zich voor. ,,En dit is Maria.'' Dat is teveel voor Vlieg: ,,Ja, en ik ben Napoleon.'' De groep begint te proesten, wat in de kiem gesmoord wordt als er een siddering door het lichaam van Maria schiet en ze begint te kermen. ,,Mijn god, de weeën'', jammert Josef. Het koude zweet breekt hem letterlijk uit.

Gelukkig staat ook Cinzia bij de bushalte. Ze werkt als schoonmaakster in het ziekenhuis, en haar brede kennissenkring aldaar komt op dit moment wonderwel goed uit. Ze duwt haar boodschappentas in mijn armen en stroopt haar mouwen op. Nog geen tien minuten later ligt er een dot van een baby in de armen van Maria.
,,O, wat mooi'', klinkt Josef beduusd. ,,En..., hoe noemen we hem?''
,,Ale'', oppert Vlieg, ,,zoals Alessandro... Del Piero.'' Vlieg kijkt om zich heen, verbaasd, want niemand protesteert. Allemaal kijken we omhoog naar het vreemde groene schijnsel dat het bushokje verlicht.

Vrijdag, 2 februari 2525 (516 n.A.).
Joyce Innaritù, de 129e president van de Verenigde Staten van America, staat voor de spiegel. Ze moet haar ‘verlossingstoespraak' voor de natie houden en is gespannen. Niet voor de toespraak, maar ze krijgt een van haar oorbellen niet in. Haar man George schiet haar te hulp, neemt het sierraad over en, "klik", het zit. Hij legt zijn hand op haar schouder en kust haar zacht op een wang. ,,Je bent prachtig'', fluitert hij in haar oor.

Vijftien minuten later zit ze live voor de camera. De opening krijgt dankzij een close-up van president Innaritù bewust een heel persoonlijk karakter. Pas na ongeveer een minuut zoemt de camera heel langzaam uit en krijgen de kijkers zicht op een van de vensters van de "oval room" waarachter de laatste sneeuw van deze winter nog een deel van de tuin van het Witte Huis bedekt. En voor het raam staat een buscus, versierd met rode, witte en blauwe ballen, zilveren slingers en twinkelende lichtjes. Het hoort bij verlossingsdag, en doet vaag denken aan kerstmis dat tot zo'n 400 jaar geleden op grote schaal gevierd werd.
De camera zoomt nog iets verder uit, en daar, onder de verlossingsboom komt het langzaam maar zeker in beeld... Het bushokje. En de beeldjes van een groep personen.
Als je heel goed naar de figuurtjes kijkt zie je me staan, met de boodschappentas van Cinzia in m'n handen. En daar staat Vlieg, op het moment dat hij Josef op de schouders tikt en om een sigaret vraagt.
En op het bankje Maria, met in haar armen... Ale, nog totaal onwetend van de wonderen waarmee hij de wereld zal verbazen.




Statiegeld (16 februari 2009)

Cinema Astra, Trento. We kiezen niet voor een van de gigantische, voor diverse Oscars genomineerde produkties, zoals "Doubt", "Frost/Nixon" of "Milk". Die laatste heb ik vorige week al gezien (wat een acteur, die Sean Penn), en dat maakt de keuze voor de kleine Tsjechische produktie "Empties" nog gemakkelijker.

Na een kort reclameblok verschijnt het prachtige intro van Fandango Films op het doek. Breed golvende penseelstrelen van kleuren die gevormd worden op de passen van een dansend paar. Ik geniet er elke keer weer van. De lichten in de zaal gaan langzaam uit en de film begint.




We ontmoeten de onderwijzer Josef, 60 jaar oud, die het op een gegeven moment echt gehad heeft op zijn werk en van het ene moment op het andere de pijp aan Maarten geeft. Gedreven door de nieuwe huiselijke omstandigheden waaraan het, zowel voor Josef als voor zijn vrouw, moeilijk wennen is gaat hij op zoek naar een nieuwe baan, een baan waar hij het wel naar zijn zin heeft. Na een mislukte carrière als fiets-koerier, komt hij in een supermarkt terecht. Bij de lege flessen.


Net als in Nederland werden ook in Italië vanaf de jaren vijftig de lege flessen ingeleverd, in ruil voor de hand vol lires die je er vooraf voor had betaald. Het glas kon namelijk herbruikt worden, om nieuwe flessen van te maken, of wekpotten, wijnglazen, of wat dan ook. Zolang het maar van glas was. Vanaf het begin van de jaren '80 kwamen de PET-flessen op de markt, en het duurde niet lang of de glazen fles verdween grotendeels uit de rekken van de supermarkt en van de kruidenier op de hoek. Ook de kruidenier op de hoek verdween. Maar het statiegeld bleef, ook al was en is het, vanuit het kostenoogpunt gezien, al lang niet meer interessant om de plastic flessen terug in te nemen. Men hield de lege-flessen-automaat en het statiegeld-systeem echter in eer uit milieu-overwegingen. En Nederland werd om die reden geen immense afvalbak waar je overal plastic flessen tegen kon tegenkomen. Duitsland, Denemarken, Zweden en Noorwegen gaan nog iets verder in hun strijd tegen het zwerfafval en hebben ook een statiegeld-systeem voor blikjes.
Het zuiden van Europa steekt wat leeg goed betreft bedroevend scherp af tegen het noorden. Met het verdwijnen van de glazen fles is ook het statiegeld zo goed als volledig verwenen. In de tien jaar dat ik in Italië mijn boodschappen doe heb ik nog nooit in een supermarkt een lege-flessen-automaat mogen bewonderen. Voor het inleveren van de spaarzame lege flessen waar wel statiegeld op zit sta je dikwijls lang te wachten bij de klapdeuren van het magazijn tot er iemand voorbij komt die een briefje schrijft dat je aan de kassa inlevert. Als je geluk hebt zit daar de kalografie-deskundige van het bedrijf (volgens mij bestaan daar speciale cursussen voor) die het handschrift weet te ontcijferen. Zo niet, dan moet je wachten tot deze persoon gevonden is. Niet alleen jij moet wachten, maar ook de mensen in de rij achter je. Je maakt niet veel vrienden op zulke momenten.
Om te weten te komen waar de rest van het leeg goed blijft is het voldoende in de auto te stappen en enige kilometers over 's lands wegen te rijden. De bermen liggen bezaaid met allerlei formaten flessen. Ook tijdens een wandeling langs een meer of in de bergen kom je geheid wel ergens de resten van een dorstlessende pauze tegen. De waarheid gebiedt me te zeggen dat Italië niet alleen staat in deze trieste invulling van het landschap. Ik was de afgelopen twee jaar in de aangename situatie enige Griekse eilanden te hebben leren kennen en ook daar "groeit" het plastic op de meest bijzondere en onverwachte plaatsen.


 
Italië is echter bezig haar achterstand op het noorden van Europa te verkleinen. Statiegeld is dan wel uit den boze, maar in vele gemeentes is men druk bezig met het invoeren van "gescheiden afval". In Gardolo, waar ik woon, onder de rook van Trento, wordt het huisvuil al enige jaren op deze manier op deze opgehaald en na een inloop-periode van wennen en verbeteren functioneert het systeem wonderbaarlijk goed. Twee dagen op de week wordt het organisch afval opgehaald, 's maandags komt men langs voor papier en karton, en glas en overig verpakkingmateriaal (plastic, blik, enzovoorts) verdwijnen op dinsdag in twee aparte vuilniswagens. Wat overblijft kun je vrijdags voor de deur zetten. Het is niet zo dat het daarna allemaal op dezelfde hoop terecht komt. Met de campagne zijn de bewoners namelijk ook op de hoogte gesteld waar elke afvalsoort verwerkt wordt en tevens voor welke doeleinden het daarna herbruikt gaat worden. Het is een uitstekende manier om de mensen bewust te maken van het nut van het gescheiden inzamelen, en het helpt velen over de drempel. Het gevolg is dat maar liefst 67 procent van het afval uit Gardolo gerecycled wordt. In het nabijgelegen Meano is dat zelfs 73 procent. Voor het eind van het jaar 2009 zal de gehele gemeente Trento van dit systeem gebruik maken.

Die bewustwording houdt helaas nog vaak op bij de eigen vuilnisbak. Als ik een rondje met de honden maak verbaas ik me er steeds weer over wat een rotzooi er hier op straat ligt. "Un cesso", zoals ze het hier noemen, een plee. Jammer dat Italië vaak een land van dit soort tegenstellingen is. Zo wil men bijvoorbeeld voor 2010 in ieder geval één richtlijn van Kyoto volgen en een eind maken aan het verspreiden van de plastic tasjes bij de supermarkten (jaarlijks worden er alleen al in Italië 300.000 ton van die dingen geproduceerd). En tegelijkertijd neemt de regering de beslissing om een wet terug te draaien die bij de constructie van nieuwe huizen verplichtte tot het gebruik van een bepaald percentage aan mileuvriendelijke materialen.
De stappen vooruit blijven derhalve klein, maar ook een kleine vooruitgang blijft ten allen tijde een vooruitgang.



In de film voelt Josef zich als een vis in het water achter het loket waardoor een bonte variatie van types haar lege flessen inlevert. Terwijl de wateren thuis steeds woeliger en troebeler worden, groeit de ex-leraar in de supermarkt uit tot een vertrouwenspersoon, sociaal werker, detective, en koppelaar. Zelfs zijn eigen dochter, die door haar man verlaten is, plukt er de vruchten van.
"Empties" werd in 2007 gepresenteerd als een comedie. En ook al krijg je geen pijn in je buik van het lachen, de film van Jan Svěrák laat zeker een goed gevoel achter als je de zaal verlaat. De huiselijke tafereeltjes zijn groots en herkenbaar. ,,Hoe kun je naar dergelijke rotzooi op televisie kijken'', vraagt Josef op een dag aan zijn vrouw, terwijl ze staat te strijken. ,,Dat had ik nooit achter iemand met jouw intelligentie gezocht.'' Waarop zijn vrouw antwoordt: ,,Heb jij al eens geprobeerd te strijken?''
Voor de rest geen grote stunts (integendeel, een eenvoudige valpartij was zo knullig dat ik me niet aan de indruk kon onttrekken dat er weinig aan het stuntwerk was uitgegeven), geen ver gezochte plots, geen bombastische muziekpartijen. Gewoon eenvoudig. Een verhaal over relaties en de kronkels daarin, een verhaal over mensen, het persoonlijke contact. Bijna het tegendeel van internet.

De regisseur van de film is Jan Svěrák, de hoofdrolspeler zijn vader, Zdeněk Svěrák. De bijna 73-jarige acteur, komiek en scriptschrijver heeft inmiddels 31 films op zijn naam staan, en heeft zijn sporen ruimschoots verdiend. Zijn voorlaatste film "Kolya" was in 1996 goed voor een Oscar, als beste buitenlandstalige film. Daarvoor was ook "The elementary school" al eens kandidaat geweest. De scripts waren in beide gevallen geschreven door vader Zdeněk die ook de hoofdrol voor zijn rekening nam en de regie was in handen van zoon Jan. Een familie-aangelegenheid dus. 






donderdag 27 januari 2011

Via 2 Giugno (2 juni weg)


Onze straat heet Via 2 Giugno, de 2 juni weg. Daarvóór woonden we in de Via 4 Novembre, maar toen we op een mooie morgen wakker werden bleken we verhuisd te zijn. Het uitzicht was nog steeds hetzelfde, maar we woonden op een ander adres. ,,U hoeft alleen familie en bekenden van de adreswijziging op de hoogte te stellen'', zo had de gemeente ons ruim van tevoren in een brief geschreven. ,,Alle officiële instanties, zoals bank, energiebedrijf en gemeente, daar zorgen wij voor.'' Het was een hele geruststelling. We zijn nu iets van twee jaar verder, en nog steeds ontvangen we de afrekeningen voor gas, water en licht op ons oude adres. Gelukkig weet Mario, onze postbode, ons te vinden en zijn we nog niet afgesloten.

 
Via 2 Giugno refereert naar een historische datum in de geschiedenis van Italië. Op 2 juni 1946 werd namelijk het eerste institutionele referendum gehouden waarmee de Italianen kozen voor een republiek. Dit ten koste van het koninkrijk, en dus van de koninklijke familie Savoia die na 85 jaar naar het buitenland werd verbannen. Hoewel de Savoia's gedurende de oorlog openlijk de kant van de fascisten gekozen hadden was het verschil tussen voor en tegen niet zo groot als dat je zou verwachten. Nog altijd 10,7 miljoen bleven de koning trouw, terwijl 12,7 miljoen Italianen voor een republiek kozen. Deze kwam er dus dankzij het referendum, en werd officieel op 1 januari 1948. Nog steeds gaan er stemmen over fraude tijdens het referendum.
Het Feest van de Republiek - La festa della Repubblica - op 2 juni is de enige officiële Italiaanse feestdag. Dit slechts vanaf 2000, toen het tweede kabinet Amato na een onderbreking van ongeveer 2 decennia het feest in eer herstelde, en tevens officieel verklaarde. Niemand werkt vandaag. En ik ook niet. Normaal moet ik me 's maandags haasten en weet ik niet hoe snel ik Via 2 Giugno achter me moet laten. Vandaag heb ik het op het gemak gedaan.





Via 2 Giugno bestaat grofweg uit 2 gedeeltes. Het westelijke deel, daar waar hij aansluit op de Via 4 Novembre, is het nieuwst. Het is gemakkelijk te herkennen omdat het geasfalteerd is. Het merendeel van de woningen ligt aan de zuidkant van de straat. Aan de linkerkant heeft men op nummer 36 een heel wonderlijk bouwsel geconstrueerd waarvan we nog steeds niet weten of het een woning is of niet. Voor zover we reikhalzend hebben kunnen waarnemen is er op de begane grond een grote garage, en op de tweede verdieping een soort van serre. Het pand staat op een enorme lap grond. Een eindje verder staat nog een ander pand (nummer 30, maar het is zo lelijk dat ik het niet wilde plaatsen), waar een haan met fel gekleurde veren en scepter zwaait. Er lopen veel dieren rond en 's morgens vroeg, als de zon opkomt, is het er een heerlijk lawaai van de natuur die wakker wordt. 



Aan de andere kant eerst nummer 19, nummer 19. Een beetje raar huis, weinig venster en weinig beweging. Ook buiten niet. Des te meer beweging in de appartementen ITEA, van de woningbouw. Hier gonst het van het leven. Hier wordt de was gedaan, ook op de nationale feestdag. Een herzien gedicht waarvan alleen "= AMORE" is overgebleven. De rest van de tekst is in zwart gesluierd. Een overleden liefde. En daaronder het rauwe "VALE TI DROGI" (Vale je bent aan de drugs). Met de puntjes op de i. Hier wordt geleefd, gezwoegd, gelachen, gehuild. Tranen op het asfalt blijven achter. In en rond de daarvoor bestemde containers. Schrijven is één ding, lezen is weer wat anders. 




En dan het oostelijk deel van Via 2 Giugno. Daar waar Dik waakt op nummer 12, of is het nummer 89. Ook Gianni heeft vrij, en er is in deze contreien geen betere plek te bedenken om je mountain-bike echt te kunnen testen. Boven zijn bol gonst het. Want nummer 12 kijkt naar het nieuws, nummer 14 maait het gras, nummer 16 luistert naar de radio en nummer 18 zit op internet. En Oronzo en Cicia houden de wacht. 



En aan de overkant, daar waar het betreden slechts voorbehouden is aan tuinkabouters en groentegrollen, ritselt en wordt gegroeid. Gieters wachten op water, netjes in het blauw gelid. Een ficus gaat z'n eigen gang. En een tuinkabouter houdt het voor gezien. Want het is 2 juni in de 2 juni weg. En het is feest.



De zwart-wit afbeelding komt van wikipedia.it.