Rutger Hauer had nog geen dingen gezien die wij, mensen, ons niet voor konden stellen. Paul Verhoeven's instinct was wellicht al 'basic', maar een rolprent daarover was nog ver weg.
Het was 1969. Acht jaar was ik, en ik keek naar Floris. Geproduceerd door Paul Verhoeven, met Rutger Hauer in de hoofdrol.
Rond dezelfde tijd was Pipi Langkous op televisie. Pippi was het bekendste geesteskind van Astrid Lindgren. Minder avontuurlijk, maar ook bij haar was ik een redelijk vaste gast. Het was een Zweedse serie, maar desondanks zagen we hem in het Nederlands. Net als Floris overigens, maar daar was dat normaal.
En dan was er ook nog een serie van een jaar eerder die 'Samen op 't eiland Zeekraai' heette. Ook naar een boek van Astrid Lindgren, en (dus) ook een Zweedse serie. Maar het grote verschil met Pipi Langkous was dat er in het gezin Melkerson wél Zweeds werd gesproken door vader Melker, dochtertje Malin en de zoontjes Nico, Johan en Pelle.
Dat maakte indruk op me. Veertig jaar na dato hoor ik Malin nog de hond roepen: ,,Bootsman, Bootsman!'' En tegen haar broertje de standaardzin: ,,Pelle, wittoewa?''
Als ik om iets over zeven thuiskom is op Radio3 net 'Hollywood' begonnen. De titel zegt het al, het is een programma over films. Lief vertelt me over haar werk, Oronzo en Cicia dribbelen ongeduldig rond de tafel want het is tijd voor hun rondje. Ik luister dus niet echt wat er op de radio gezegd wordt. Ik heb er dus geen idee van waarom de het-lijkt-of-ik-vlieg-muziek van Sigur Ros gedraaid wordt. Dat is ook niet echt belangrijk. Belangrijk is dat het gedraaid wordt. Het nummer heet Hoppípolla en is... hemels.
Hoppípolla is IJslands en betekent zoiets als 'in de plassen springen'. Een prachtwoord als je het mij vraagt.
Buiten is het frisjes, maar het heeft gelukkig niet geregend. We maken ons avondrondje. Ik heb de muziek van Sigur Ros in mijn hoofd en mijn gedachten dwalen af naar Bootsman, naar Pippi Langkous, naar Floris...



Slechts een paar kilometer verderop, in de vertrekhal van het vliegveld Charleroi staat een kerstboom, veel groter, veel voller, en met veel meer lichtjes als die in het kleine huisje in het donker van de koude winteravond. En toch, deze boom kan niet tippen aan de kleine onregelmatige blauwspar met daaronder de kerststal van Marieke. De kunststof takken missen de geur van een echte boom, en de hal mist de reuk van boerenkool en gebraden worst. Reizigers van en reizigers naar lopen er voorbij, en dikwijls lijken ze de boom niet eens op te merken. Ik vind het altijd een heel triest tafereel, een kerstboom op een vliegveld. Ik kan er niks aan doen.
We vertrekken uiteindelijk met een kwartier vertraging. Als de wielen van onze Boeing zich van de startbaan van Charleroi losmaken ben ik al door de inleiding heen (deze schreef Büch speciaal voor de herdruk van zijn ''Eilanden'', 10 jaar na de eerste editie) en bevind me al op het gezonde en vruchtbare St. Helena. Zo omschreef een Nederlander in 1887 deze Britse kroonkolonie die eerst en vooral bekend is geworden als de laatste - gedwongen - verblijfplaats van Napoleon Bonaparte. Hij was niet de enige die als gevangene op het eiland geleefd heeft, wel de bekendste.