dobbert de dobber
De zon in Sloten
Gaat onder
Beet

foto: internet

Er zijn mensen die al naast hun bed staan voordat ze hun ogen open hebben. Bij mij duurt het altijd even. Langzaam wijken de wolken waarin m'n slaap gehuld is, of soms nog moeizamer is het alsof ik een keldertrap beklim. Aan het eind de morgen, die ik kalm begroet. Boven me het wonderlijke dak van de trullo. De honden merken waarschijnlijk aan mijn ademhaling dat ik wakker ben, want een natte neus port in m'n rug. Rechts van me kijkt Oronzo me opgewekt aan, zijn voorpoten op de rand van het bed. Achter hem staat Cicia, veel ouder al, luid geeuwend en nog wat slaapdronken op de poten, maar ook zij klaar om de dag te beginnen. Links van me, Lief. Ze slaapt nog, en haar rustige ademhaling is één met de geluiden van de morgen die vanachter de vensterluiken het halfdonker van de slaapkamer binnendringen. Ik glij uit m'n bed en voel de aangename koelte van de tegels onder m'n voeten. Op de voet gevolgd door twee enthousiaste viervoeters strompel ik wat stijfjes naar de buitendeur, die na de twee draaien van de sleutel met een ijzeren klik uit het slot springt. De zware deur zwaait open en Oronzo en Cicia schieten langs m'n benen naar buiten. Ik zet de deur vast aan de haak in de muur, rek me uit. Voor me trekt de achterkant van de nacht naar het westen, een frisheid achterlatend die de bloemen op het terras hun kelkjes uitnodigend doet openen. De bijen en wat vlinders zijn al druk in de weer en doen zich tegoed aan rozerood, leliewit, fuchsiaroze. Hoog daarboven een hemel van blauw. Dit is m'n paradijsje.

"Opposta direzione" is het verhaal van Lorenzo, die - pas afgestudeerd aan de universiteit van Bologna - in de zomer van '83 door ex-studiegenote Anna wordt uitgenodigd om op vakantie te gaan in Corsica. Lorenzo accepteert, maar heeft eigenlijk overal wel wat op aan te merken. De Corsicanen, de buitenlandse toeristen, het eten, het transport, alles. Zo blijkt Lorenzo te zijn, want terugkijkend op zijn studententijd gaat de litanie onveranderd verder: de bureaucratie, de kwaliteit van de professoren, de feesten. Allemaal één pot nat, met Lorenzo als triest middelpunt. Hij wil overal bijhoren, maar zet zich tegelijkertijd sterk af van alles wat de omgang van een groep begint te krijgen. Anna's zusje Carla, veel jonger als de andere twee, is de andere reisgenote. Lorenzo voelt wel voor een relatie, maar dat is bij voorbaat een verloren strijd. Carla heeft immers een relatie en het relatieverschil wordt door Lorenzo onoverbrugbaar bevonden. In werkelijkheid loopt hij eenvoudig een blauwtje en zijn zijn gedachten meer bij een eerdere stukgelopen relatie dan bij het hier en het nu.
Ik sta op en fluit om te weten waar de honden uithangen. Cicia komt meteen de hoek omrennen, maar Oronzo laat langer op zich wachten. Later hoor ik bij buurman Luigi dat Oronzo 's morgens steevast een paar honderd meter van huis te vinden was. Hofmakerij en ondertussen een "vorkje meeprikken" op het erf van ene Pugliëse schoonheid. Een kwartiertje en dan voldaan naar huis. We gaan een blokje om. Onze "trulli" op een heuvel die zo'n 400 meter boven Fasano uitsteekt, en ik hou ervan om 's morgens vroeg naar de rand van ons terrein te lopen vanwaar je over de vlakte tot aan de zee uitkijkt. Direkt aan de voet van de heuvel dus Fasano, met haar beroemde Zoo Safari, een van de grootste dierentuinen van Europa. Maar ik ben geen dierentuinliefhebber, dus ik ben nog nooit in de Zoo Safari geweest. Ik vind het op zich zelfs wel prettig dat we het park niet kunnen zien vanaf hier.
We draaien ons om en gaan terug, de honden iets voor me, of iets achter me, maar steeds in de buurt. Ze houden van deze rondjes. Door de bosjes, waar elke boom zijn eigen verhaal heeft. Er staan ook wat fruitbomen. Langs de groentetuin van Peppino, de zoon van Nenette, en terug naar de groep huisjes. Nenette hoort hier, maar dit jaar is ze er niet. Ze sukkelt met haar gezondheid en verkiest haar huisje in het hete Fasano boven de kleine "trullo" in Selva. Ook Peppino kan er niet bij. ,,Dan gaat ze de rozenkrans bidden met haar vriendinnen'', zegt hij hoofdschuddend. Ook de luiken van de trullo naast het kleine kerkje zijn hermetisch afgesloten. Hier brengt normaal gesproken zia (tante) Pia de zomer door, met haar dochter Maria-Cristina, maar ook zij zit in de lappenmand. Luigi en Maria zijn de laatsten. Ze wonen hier niet alleen 's zomers maar ook 's winters.