Posts tonen met het label foto. Alle posts tonen
Posts tonen met het label foto. Alle posts tonen

dinsdag 22 februari 2011

Dingen die ik nooit alleen zou doen (20 november 2010)

Het was op een dag na precies tien en een half jaar geleden dat ik met Kevin naar Maranello was geweest. April 2000, hij was nog net geen zeven.

Ik ben net verhuisd als mijn zoon een weekje komt logeren. Kev is inmiddels zeventien, zit in het eindexa- menjaar en heeft tentamens. En herfst- vakantie. En vele interesses die niet echt met de mijne overeen komen. Maar we bepalen samen de uitstapjes en zo doe ik dingen die ik normaal gesproken alleen nooit zou doen. Zoals nog eens terug gaan naar de Galleria Ferrari in Maranello.








En het was leuk!

Aperitivo (8 augustus 2010)

Zaterdag, boodschappen gedaan, krantjes gekocht. Als het een beetje meezit blijft er nog wat tijd over voordat we gaan eten. Tijd voor een aperitivo.
Piazza Duomo in Trento. Wellicht vind je er niet de beste aperitivo van Italië, maar je zit er wel op een van de mooiste stadspleinen die het land rijk is. Dat is heel wat, en bovendien is het met een glas Altemasi uitstekend 'behelpen'. Belletjes stijgen op naar het oppervlak, en de mensen komen voorbij...


Sommigen op de fiets...

Een foto...

... die dan toch weer niet blijkt te zijn wat je ervan had verwacht.




Meer fietsers...

Tijd voor een ijsje bij Grom, de beste ijsboer van de stad...
... en eigenlijk geen tijd voor de krant.

Maar weer wel voor een boek...



vrijdag 18 februari 2011

Put-toerist (24 mei 2010)

In Amsterdam wordt gewerkt. Altijd.
Als we het Centraal Station uitlopen is er eerst De Put. Het gat van Amsterdam. Ik kom zowat elk jaar voor een paar dagen of een weekje naar Amsterdam, en ik begin eraan gehecht te raken. De Put lijkt te leven, verandert van vorm, en als ik het goed heb zelfs af een toe een beetje van plaats. De Put is bijna het visitekaartje van Amsterdam, en daar bedoel ik niets negatiefs mee. Geloof me, een toerist heeft er helemaal geen problemen mee.

De Put is één. Maar ook elders wordt gewerkt, dus her en der kom je in Amsterdam putten tegen. Kleinere putten, dus kleine p's. Ze hebben niet zoveel als De Put, maar desondanks stralen ze iets van de werklust van de immer bezige Nederlander uit. Nederlanders zijn noeste werkers. Dijken bouwen, land veroveren op de zee en op, in of met dat land iets nuttigs doen. Een put graven lijkt nutteloos, maar in Amsterdam graaft men niet voor niks. Diepte op korte termijn is er vooruitgang op lange termijn.

Een put is op zich echter een lelijk ding en past dus niet echt in Amsterdam. Maar ook daar wordt aan gewerkt. Op het Rokin zie ik afbeeldingen van bukkende mensen rond een put, op weg naar kantoor, boodschappen doend of spelend met vriendjes en vriendinnetjes.
Op de kruising van de Utrechtsestraat en de Herengracht liggen twee prachtgaten. Het zijn de putten van de beste vrienden van de mens...

 


 


Ga er maar eens kijken als je in de buurt bent. Er hangen nog veel meer foto's.

Mooie putten in mooi Amsterdam. Ze hebben er het put-toerisme uitgevonden.

Eenvoudig gesnater (3 mei 2010)

Achter wat in onze mensenoren als eenvoudig gesnater klinkt gaan dikwijls hele diepzinnige gesprekken schuil van eend tot eend. Hele filosofieën, over hemel en aarde, water en lucht, leven en dood...


,,Mam.''
,,....''
,,Ma-am!''
,,...''
,,Ma-aaaaaaam!''
,,Ja, wat is er jongen?''
,,...''
,,Nou?''
,,Ja, nou weet ik het niet meer.''
,,...''
,,...''
,,...''
,,O ja. Waar gaan wij naartoe als we doodgaan?''
,,Naar de hemel, jongen. Dat heb ik je toch al eens gezegd.''
,,O ja.''
,,...''
,,Is er ook water in de hemel?''
,,Ja jongen. Er is ook water in de hemel.''
,,In een sloot?''
,,Ja, in een sloot. Waar anders?''
,,Nou, in een vijver.''
,,Daar heb ik nog nooit iets over gehoord. Maar ik denk dat er ook wel vijvers zijn in de hemel, hoor.''
,,Net als hier?''
,,Ja, net als hier. Maar dan in spiegelbeeld.''
,,In spiegelbeeld?''
,,Ja, in spiegelbeeld. Dat is hetzelfde wat je ziet als je hier in het water naar beneden kijkt. Maar dan net andersom.''
,,Dus in de hemel moet ik naar boven kijken om mezelf te zien?''
,,...''
,,Mam!''
,,Uh. Ja, ik denk het wel.''
,,En zijn er ook vissen in de hemel, mam?''
,,Ja, natuurlijk zijn er ook vissen in de hemel.''
,,En vliegen die?''
,,Nee, die vliegen niet. Heb je ooit al eens een vis zien vliegen?''
,,Uh... Nee.''
,,Nou dan.''
,,Dus de vissen in de hemel zwemmen?''
,,Ja.''
,,In spiegelbeeld.''
,,Ja.''
,,Maar zwemmen ze dan boven ons of onder ons?''
,,Boven ons. Dat lijkt me logisch. Niet?''
,,Uh... Ik denk het wel.''
,,...''
,,Mam.''
,,....''
,,Ma-am!''
,,...''
,,Ma-aaaaaaam!''
,,Ja, wat nou weer jongen?''
,,Zijn er ook mensen in de hemel?''
,,Ja, jongen. Er zijn ook mensen in de hemel. Maar niet veel.''
,,Niet veel?''
,,Nee. In de hemel zijn alleen maar mensen die de eendjes voeren.''
 

 
Bij het “opbergen” en terugkijken van wat foto's draaide ik deze per ongeluk 180 graden. Ik moest meteen aan Bart denken, en aan wat eendjes zoal onder elkaar te vertellen hebben.

De bomen groeien niet meer tot in de hemel, maar wonderen bestaan nog (29 maart 2010)

Zaterdagmiddag, half vijf. Precies negen-en-een-half uur geleden liep in Trento de wekker af.

Een wandelingetje in een oer-Nederlands landschap, net buiten Ohé en Laak. Electriciteitsmasten waarvan de kabels kilometers ver in een kaarsrechte lijn naar de horizon lopen. Een kerkje aan de horizon. Een kerkje dichtbij. Knotwilgen. Een molen. Een typisch Nederlandse hemel met de karakteristieke aan de onderkant afgevlakte wolken.


Twee kilometer en we zijn in het pittoreske dorpje Stevensweert. Een plein met twee kerken en een zegenende Jezus. “Kom tot mij”. Hij staat voor de grootste kerk. Daarachter de begraafplaats. Uitzicht op het water, het land, tot aan de horizon waar water en land in een dunne streep overgaan in lucht.
Nog een plein, de markt. Een restaurant, 't Oad Kloaster. Nog een restaurant, Stadt Stevenswaert. En een café. Op het raam een met de hand geschreven briefje. 'Geen koffie'. Gelukkig komen we daar niet voor.
De kroeg is ouderwets. Als we de deur openen moeten we ons een doorgang snijden door de blauwe rooklucht waarmee het lokaal tot in alle hoeken gevuld is. Aan de bar een stuk of acht lokale klanten. Hun stemmen verstommen een ogenblik als we binnenkomen, maar het gesprek herneemt zich snel. Geen idee waar ze het over hebben. Hun dialekt laat weinig openingen voor een interpretatie in welke richting dan ook, maar desondanks klinkt het lekker, gezellig. We passen ons naadloos aan de plaatselijke gebruiken aan: bestellen dus een pilsje, steken er een sigaretje bij op en praten onverstaanbaar.
De decoraties aan de wanden bestaan voor het grootste gedeelte uit foto's die door de decennia heen, waarin Stevensweert hier haar pilske achterover sloeg, gemaakt moeten zijn. Ik meen de vrouw achter de bar een aantal keren te herkennen in een jongere uitvoering. Generaties hangen hier aan de muur. Kinderen, vaders, en wie weet ook grootvaders. We zijn overduidelijk in het katholieke Zuiden der Nederlanden: boven de deur naar het toilet hangt Jezus aan het kruis en vanaf een zwart-wit foto boven de bar houdt paus Ratzinger zijn Stevensweertse schaapkes in de gaten. Kinderen zien we hier niet.

Zes uur. We moeten gaan. Ik vraag hoeveel ik betalen moet, en ik meen iets van twee euro te verstaan. Voor de zekerheid betaal ik met een briefje van tien. Ik krijg acht euro terug. Van verwondering vind ik buiten op het dorpsplein mijn stem pas terug.


Precies 24 uur later zijn we terug in Trento.

Te vroeg (18 maart 2010)

Negen uur. Veel te vroeg. Het museum gaat pas om tien uur open. Dan maar even een rondje door Rovereto, een espresso in een bar, een krantje en de 'Internazionale' bij de giornalaio.

Rovereto is een leuk stadje. Rustig, vooral op dit vroege tijdstip van de zaterdag.























En Rovereto gaat prat op haar museum voor moderne kunst, het Mart, dat inmiddels een naam heeft op weten te bouwen in Italië.



Het Mart heeft verschillende gebouwen in Rovereto en Trento, maar de hoofdzetel in Rovereto is de ontvangstplaats voor de grote tentoonstellingen. Het gebouw werd in 2002 geopend en is ontworpen door Mario Botta en Giulio Andreolli. Hoewel modern van opzet hebben ze zich laten inspireren door klassieke bouwstijlen en gebouwen. De koepel boven de hoofdingang bijvoorbeeld refereert heel duidelijk naar het Pantheon in Rome.



Maar goed, ik was dus veel te vroeg. En na mijn rondje Rovereto moest ik alsnog een tijdje wachten voordat de spiegeldeuren van het museum zich openden.


Over de schitterende tentoonstelling die ik bezocht, “Dalla scena al dipinto” (“Van het podium naar het schilderij”) later wellicht meer.

woensdag 16 februari 2011

Natuur schildert (30 december 2009)

een dag of tien
extreme kou.
en dan plotseling,
het kwik dat stijgt,
de geur van sneeuw.
de avond die snel invalt,
vergezeld van stilte,
de muziek die de eerste vlokken begeleid.
de witte sprookjeswereld
als de nacht overgaat in de dag,
die overgaat in een bui,
twee dagen lang,
en uiteindelijk plaats maakt
voor de kou, waarmee alles begon.

natuur schildert
op haar eigen onnavolgbare manier.
het doek kraakt.
de bomen wachten op hun beurt.

Het resultaat...




maandag 14 februari 2011

Blauw (18 oktober 2009)

,,Waarom gaan we niet buiten zitten? Zolang het nog kan.''
Het is maar goed dat we het gedaan hebben. We zijn precies één week verder en een heel waterdun zonnetje is niet meer in staat Piazza Duomo zomers aan te laten voelen.

Passanten maken nog steeds foto's van de fontein van Neptunus. Maar met de jas aan of even over de arm om het minder fris te laten lijken voor vrienden en familie thuis.
Neptunus lijkt verder dan de zon verwijderd dan ooit dit jaar. En blauw lijkt me DE kleur van deze herfst te gaan worden.








zondag 13 februari 2011

De wereld verkleinen met tilt shift (11 oktober 2009)

Films op televisie kunnen me gestolen worden. Iets wat ongeveer een uur en vijftig minuten zou moeten duren weten ze tegenwoordig al gemakkelijk op te rekken tot twee-en-een-half uur 'kijkplezier', dankzij de onderbrekingen voor de reclameblokken en wat aankondigingen van andere programma's. En als het meezit verwennen ze je ook nog even met het weerbericht. Na tien minuten waspoeder, pasta, auto's, telefoonproviders (ja, hier vooral veel auto's en telefoonproviders!) en hier en daar een bui met opklaringen ben ik dus de draad kwijt. Net als ik het daarna weer allemaal een beetje op de rails heb... Hop, een ander reclameblok. Met dikwijls dezelfde commercials die ik een kwartier eerder voorbij heb zien komen. Ik erger me rot, en daarom kijk ik dus bijna geen films meer op tv.

En toch, om de reclames op zich maak ik me niet druk. Het zijn de onderbrekingen van de film die me op de zenuwen werken. Nee, de 'ster' (heet dat nog altijd zo?) mag van mij best blijven. Maar dan voor en na de film. En dan het liefst een minuut of twintig, want ik ben er gek op. Ik kan echt genieten als ik een mooie of een leuke reclame zie. Al is het twintig keer per dag.
Een voorbeeld is deze...





Mooi, hè?
Het is een reclame van de Unipol Gruppo Finanziario, die sinds een aantal weken op de Italiaanse televisie te zien is. De alledaagse uitdagingen, de onverwachte gebeurtenissen, de zorgen over de toekomst, alles schijnt kleiner te zijn met deze verzekeringsmaatschappij aan je zijde. Dit is de boodschap, maar dit terzijde. Het produkt dat in een commercial aangeboden wordt interessert me altijd weinig, maar de commercial op zich des te meer.
Ik heb me, waarschijnlijk net als jullie, afgevraagd of de beelden echt waren of dat er sprake was van een animatiefilm. Nou, ze zijn echt, hoor. De techniek die gebruikt is luistert naar de naam 'tilt shift'. Men werkt met een serie van a-symetrische lenzen waardoor delen van het beeld vaag worden en slechts een meer of minder smalle strook scherp naar voren komt. Hierdoor lijkt het of het onderwerp van heel dichtbij is gefotografeerd, en ontstaat het effect van een miniatuur. Het 'tiltshiften' is een 'uitvinding' van de Australische fotograaf Keith Loutit.

De lenzen die voor de 'tilt shift' techniek gebruikt worden schijnen knap aan de prijs te zijn, maar wie een beetje handig is in het bewerken van foto's creëert als snel zijn eigen lilliput-wereldje op Photoshop of een van de andere programma's die in de handel zijn. Ik heb het geprobeerd, maar heb er wat problemen mee.
Daarom heb ik mijn toevlucht gezocht op tiltshiftmaker.com, een van de vele 'tilt shift'-sites die je op internet kunt vinden. Met het volgende resultaat...


 









Info commercial:
Agency: McCann Erickson Art & Strategy Open House Roma
Director McCann Roma: Michele Gaudenzi
Account Director: Barbara Sarica
Account Executive: Michele Blasi
Creative director: Marco Carnevale
Copy: Fabio Bartolomei
Art: Gianluca Pagliarulo
Agency producer: Fabio Cimino

Production agency: Partizan London/FilmMaster Roma
Regie: Keith Loutit
Executive producer: Isabella Parish, Fabrizio Razza
Producer: Grace Bodie
Editor: Sebastian Ratcliffe
Post produzione video: McPost
Post produzione audio: Suoni
Music: “All I need” degli  Air
Speaker: Roberto Pedicini

vrijdag 11 februari 2011

Zelfontspanner (11 augustus 2009)

De Rocky Mountains, zo'n 120 kilometer ten westen van Calgary. Hier ligt het Banff National Park. Het werd in 1885 gesticht, en is daarmee het eerste en oudste nationale park van Canada.Een oppervlakte van 6.641 vierkante kilometer, bedekt met enorme bossen, adembenemende bergtoppen, weerspiegeld in tal van kraakheldere meren.
Een van die meren is het Lake Minnewanka. In het Nakota, de taal van de Stoney indianen, betekent het "water of the spirits", het water van de geesten. Lake Minnewanka ligt in het oosten van het park, en is met haar lengte van 28 kilometer het langste meer in de Rocky Mountains.
De enorme wateroppervlakte met de bergketens, die als enorme wachters de geesten van het water lijken te bewaken, zorgt op tal van punten voor schilderachtige plaatjes. Er wordt dus veel gefotografeerd.

Bij afwezigheid van andere toeristen is de zelfontspanner op het toestel een ware uitkomst voor hen die zichzelf willen vereeuwigen met een fraai stukje natuur op de achtergrond. Dat vond ook Melissa Brandts.
Ze zette haar toestel zo recht mogelijk op een rotsblok om zichzelf met haar partner op de foto te zetten. Wat inzoomen, wat uitzoomen, het toestel iets naar links zodat manlief netjes rechts in beeld zou komen en zij precies in het midden. Op de achtergrond een bosrand die zo het meer in leek te verdwijnen. De bergen hoog optorenend aan weerskanten en in het midden, in de verte, eeuwige sneeuw op de toppen van een keten die het meer aan die kant af lijkt te sluiten. Een compositie om trots op te zijn.


,,Ben je klaar'', vraagt ze.
Hij wrijft nog even snel een hand door z'n haren. ,,Ja, hoor. Hij kan.''
Melissa drukt op de sluiter, en terwijl het rode lampje begint de knipperen loopt ze snel naar haar plaats, in het midden van de prent. Als ze zit heeft ze nog zes seconden over.
Het rode lampje knippert, het toestel piept zijn piepjes met steeds kortere onderbrekingen. Dat gaat goed. Nog vijf seconden.
Nog vier...
Ze legt snel een hand op zijn knie, kijkt hem even aan maar draait dan snel haar hoofd weer naar de camera. Nog drie seconden.
Piep-piep-piep-piep. Nog twee seconden. De glimlach wordt ingezet.
Nog één...


Eekhoorns zijn hele nieuwsgierige dieren, dat blijkt. En ook erg fotogeniek.





De foto is gemaakt door Melissa Brandts. Ik vond hem in de rubriek 'daily dozen' van Your Shot op de internetsite van National Geographic.

maandag 7 februari 2011

Daar komen de schutters (21 juni 2009)

In Trento werd dit weekeinde een bijeenkomst gehouden van de Nationale Vereniging van Genie- en Verbindingspersoneel in Italië (Associazione Nazionale Genieri e Trasmettitori d'Italia - ANGET).
Her en der in de stad kwam je gistermorgen groepjes ex-soldaten tegen uit de verschillende regio's van het land. Vooral Piazza Duomo nodigde uit voor een fotootje als aandenken.

zondag 6 februari 2011

Foto (7 april 2009)

 

Deze foto maakte in 1998 met m'n eerste digitale camera. Hij is gemaakt in Abruzzo, maar ik weet niet meer precies waar. Het zou in L'Aquila geweest kunnen zijn, daar waar gistermorgen om half vier het episch centrum van de zwaarste aardbeving lag die Italië in de laatste honderd jaar getroffen heeft. Maar ik geloof het niet. Ik weet het niet zeker. We deden een weekje Abruzzo in de late zomer van het jaar waarin Marco Pantani zowel de Giro d'Italia als de Tour de France won. Op weg naar het zuiden waren we nog langs zijn woonplaats Cesena gereden, waar het geel en het roze als eerbetoon aan "il Pirata" de boventoon voerden. Het jaar ook waarin Frank Sinatra overleed, en Lucio Battisti. José Saramago won de Nobelprijs voor de literatuur. Het jaar waarin Juventus met Edgar Davids voor de 25e keer kampioen van Italië werd. In Nederland ging Davids' ouwe club Ajax met het kampioenschap aan de haal. Het tweede kabinet Kok zag het daglicht en Bløf brak door met "Liefs uit Londen".
Op 4 februari 1998 trof een aardbeving met een kracht van 6.1 op de schaal van Richter het noorden van Afghanistan waarbij 5000 mensen om het leven kwamen. Op 30 mei beefde de aarde weer in hetzelfde gebied en nog een 5000 Afhanen overleefden de schok niet. Ook in het zuiden van Italië werd dat jaar een "terremoto" geregistreerd. Een schok met een kracht van 5.3 trof op 9 september Basilicata en Calabria. Er was één dode te betreuren. Het aantal slachtoffers en de schade viel echter in het niets vergeleken met de aarbeving van bijna een jaar daarvoor toen in Umbria en Marche 11 mensen om het leven kwamen en het historische Assisi zwaar beschadigd werd.

Wij deden in de late zomer van 1998 dus een weekje Abruzzo en omgeving, en ik herinner me vooral de aangename temperatuur en de diepe kleuren van de avondzon op het strand van Grottammare. Ik herinner me het nationale park "Gran Sasso", de bergen waarvan de toppen schuil gingen in de grijze wolken van een regenachtige woensdagmiddag. Ik herinner me de dorpjes in de late zomerzon, een broodje in de schaduw van een boom op een plein, het rustige leven wat aan mijn ogen voorbijtrok. En ik herinner me de man op de foto. Ik weet zelfs nog precies wat ik zei toen ik hem zag zitten. ,,Zo wil ik ooit ook mijn pensioen beleven.''

Toen ik gisteren het nieuws van de aardbeving in Abruzzo hoorde moest ik aan deze foto denken.

zaterdag 29 januari 2011

Sporen in Puglia (4): Kafka op het strand (7 september 2008)

 We zijn er! We zijn er! Het strand, het strand, het strand...
Kleine landbouwpercelen. Mais die net op begint te komen, granturco heet dat hier. Wat rijen tomaten, gewoon op de grond, ze mogen best een beetje zanderig zijn. Daar tussendoor een zandpad tot aan de duinen. Honderd meter, misschien iets meer. Achter ons een stoffige zandwolk als in een western. Alleen de muziek van Ennio Morricone ontbreekt. In de schaduw van een boompje zit een jongetje van een jaar of tien op een witte plastic stoel. Hij schrijft ons kenteken op een briefje dat onder de ruitenwisser gaat. Vier euro. Voor dat bedrag staat onze auto de hele dag op de parkeerplaats in de schaduw. Geen asfalt, maar zand en kiezelsteentjes.

De "bagno" is spartaans en biedt het essentiële. Er is wat te drinken en te eten, in het weekeind en in het hoogseizoen is er 's middags ook vis en inktvis van de grill. Een grote houten overkapping, daaronder in de schaduw tafeltjes en stoeltjes. Het is een hele familie die alles hier draaiend houdt, la mamma, zoontjes, dochters, neefjes, nichtjes en wie weet wie nog meer. Een van de dochters studeert economie en brengt een deel van de dag met haar donkerblonde krullen boven het toetsenbord van een laptop door. De andere dochter doet economie en je vindt haar altijd vriendelijk lachend en babbelend achter de bar, in de keuken, op het strand, overal waar je net iemand nodig hebt.
Op een morgen staat ze al bij ons nog voordat we een parasol hebben kunnen vragen. ,,Er is arbeidsinspectie'', fluistert ze, met een scheef oog richting twee heren aan een tafeltje. ,,Zogauw ze weg zijn is alles weer normaal.'' Een uurtje later rijdt een auto het parkeerterrein af. In de verte komt Beppino onze richting opsjokken. Onder zijn arm draagt hij onze parasol.
De eenvoud van het strandpaviljoen trekt een bepaald publiek. Krantenlezers, "Repubblica", "Unità", "Manifesto", een enkele "Stampa", zonder uitzondering links getinte dagbladen. Een links strand, dat zie je aan de bezoekers, aan hun kleren, aan de minimale bagage die er meegenomen wordt, aan de afwezigheid van accessoires die lawaai maken. Ergens anders is het misschien moeilijk voor te stellen, maar in Italië zijn er dus linkse en rechtse stranden. Een territorium dat verdedigd wordt als het nodig is. Een aantal jaren geleden kwam een motorboot ons territorium binnengevaren en ging ten anker vlak bij het strand. De radio bonkte zijn bassen tot tegen de duinen, de opvarenden keken dikbuikend en patserig naar de kinderen die zojuist nog fijn aan het zwemmen waren, daar waar de ankerketting nu strak het water in sneed. De strijd was kort maar hevig, begon met het opheffen van enige worstige middelvingers en eindigde met een motorboot die onder een regen van stenen op de vlucht ging. Daar tussendoor werd bijna iemand verdronken.

De zee lijkt echter rechts te volgen en net als in de Italiaanse politiek moet links op ons strand een pas achteruit doen. Elke keer als we hier voor een vakantie terugkomen vinden we het strand wat smaller terug als de keer daarvoor. Het is een probleem wat de gehele Pugliese kust treft, zo lees ik in de krant. Ik sla geen kolom over als ik vakantie heb. De uren kruipen voort, de zon brandt, en na een tijdje knisperen de bladzijden bij het omslaan. De nietjes doen hun werk. En mijn rug wordt rood, ondanks factor 30.
Ik zoek wat verkoeling in het water, de tweede keer vandaag. Mijn eerste duik is over het algemeen meteen als we aankomen, 's morgens vroeg, als de zee op z'n mooist is. Als een spiegel, helder, verfrissend. Als je maar niet achter je kijkt, want dan blijkt je kielzog soms uit een spoor van vreemde luchtbelletjes te bestaan. Wie weet wat voor rotzooi er allemaal in het water zit.
Op het strand blaft een zwarte hond naar zijn baas. Terwijl hij het water met het hoofd schuin uit z'n oren laat lopen verontschuldigt de man zich. ,,Ik heb hem hier vorig jaar achter de duinen gevonden. Hij wil bij me in de buurt blijven maar durft zelf het water niet in.'' Dus zoekt het baasje z'n handdoek maar weer op. Zijn viervoeter heeft het beter getroffen dan vele anderen. Hij legt zijn kop gerust terug op het zand, doet een tukje in de schaduw van een rij strandstoelen die in een keurig kleurig gelid op bezitters te wachten. Want wat is nou een strandstoel zonder bezeten te worden? Maar ze moeten nog een tijdje wachten, het hoofdseizoen is nog niet begonnen en het is nog rustig op het strand. Je kunt de mensen nog van elkaar onderscheiden.



Een vader en zijn zoontje baden pootje. Een zeilbootje aan een touwtje kiest, voorzichtig laverend tussen blanke scheenbeentjes en kuiten door, het ruime sop. Als je de kleuren wegdenkt zou het een tafereeltje uit de jaren vijftig of zestig kunnen zijn. Twee bipsen komen voorbij, brengen vrolijk wippend de kleuren en de 21e eeuw terug. De kwekkende bezitsters dragen achteloos, maar met trots. Het palestra waar je fitness doet is populair in Italië. Een venter probeert ondertussen zijn waar aan de man te brengen.
 
 
Op het stukje strand vlak voor de "bagno" wordt het intussen wat drukker. Het zonnetje klimt aan de einder, en wat crème boven de wenkbrauwen moet voorkomen dat vanavond de vellen over de ogen vallen. De twee zussen uit Bari zijn er ook weer, met de kinderen en de hondjes. ,,Waar zaten we ook weer gisteren?'' ,,Daar!''



Het sap van een perzik loopt langs mijn onderarm naar beneden, richting elleboog. Ik heb het likken opgegeven, want dat is vechten tegen de bierkaai. Vanachter de rijpe vrucht kijk ik naar de zee, de horizon, de lucht. Een schakering van kleuren en tinten blauw, groen en zelfs roze die continu verandert. Ik moet aan de foto 5420 van de Duitse fotograaf Jörg Sasse denken.




Als ik na de vakantie de bewuste foto opzoek moet ik echter toegeven dat mijn werkelijkheid van dat moment weinig van doen heeft met Sasse's plaat.



5420 - Jörg Sasse


Ik heb inmiddels mijn krantje uit en sla mijn boek open waar een ansichtkaart aangeeft waar ik gebleven was. Een halve bladzijde later zie ik vanuit mijn ooghoeken dat twee gitzwarte onderbenen hun wandeling door het rulle zand gestopt zijn ter hoogte van ons plekje. Ik kijk op. Vanonder een Valentino Rossi-pet (althans, er staat nummer 46 op) kijkt een Senegalees me geïnteresseerd aan. ,,Wat lees je'', vraagt hij.
Dat had ik niet verwacht en met enige moeite verbouw ik mijn reeds op de lippen liggende "nee, bedankt" tot een stotterend ''uh... Ka.. Kafka... Kafka op het strand". Het is een titel die hem niets zegt, en hij oppert dat het dan wel een boek zal zijn over Kafka en niet van Kafka.
,,Nou nee, ook dat niet'', zeg ik. Hij kijkt me aan of ik hem voor de gek zit te houden. ,,Maar je bedoelt Kafka'', houdt hij vol, ,, de schrijver, de filosoof, begin 1900.'' En zo komen we aan de praat.
De man heet Azou, komt inderdaad uit Senegal. Dakar, om precies te zijn, waar hij 30 jaar onderwijzer is geweest. Nu is hij met pensioen. Pas als hij dit laatste zegt merk ik dat er wat grijze haren vanonder zijn pet uitsteken. Voor de rest verraadt werkelijk niets zijn gevorderde leeftijd. Pensioen voor iemand die dertig jaar voor de klas heeft gestaan betekent in Senegal een maandelijkse bijdrage van omgerekend net honderd euro. ,,Dat is ook bij ons niet genoeg om een familie van te kunnen onderhouden'', vertelt Azou. En daarom probeert hij nu elke dag op het strand in Puglia wat te slijten. Een kilometer of tien legt hij af, onder de zon, van badgast naar badgast die steeds minder belangstelling voor de koopwaar schijnen te hebben. Het is een teken dat het slecht gaat in Italië. ,,Het is beter om terug te gaan naar Afrika'', zegt hij. Hij heeft navraag gedaan en weet dat de Italiaanse regering hulp biedt aan Senegal middels een project dat "Community Aid 2" heet. De hulp bestaat niet uit geld, maar uit machines, advies, enzovoorts voor Senegalezen die terug gaan naar hun land om daar middels een eigen bedrijfje een nieuwe toekomst op te bouwen. Hij zou graag een tipografie beginnen. Om net dat beetje meer te hebben om zijn familie te kunnen onderhouden ,,en om andere Senegalezen te helpen.''
We bieden hem wat fruit aan, en Azou accepteert het met een van de mooiste en warmste glimlachen die ik ooit gezien heb. ,,Weet je, dit heeft veel meer waarde dan dat je iets van me koopt voor een paar euro. Dit is iets wat jullie met me delen, dit is jullie eten.''
Azou komt later tijdens onze vakantie nog een paar keer langs. Groet ons altijd, zijn mooie witte tanden bloot lachend. ,,Ciao amici.'' Een van zijn levensinstellingen is dat de sporen die je achterlaat altijd iets moois moeten zijn, positief.
Op een dag komt hij ons vertellen dat hij gebeld is door zijn vrouw, vanuit Senegal. De envelop is aangekomen. Zijn project is goedgekeurd, de eerste stap is gezet. Azou is gelukkig, en wij zijn blij voor hem.
Azou gaat verder. Ik pak mijn boek terug op...


"Kafka op het strand" doet me heel in de verte denken aan "De Meester en Margarita", de klassieker van de Rus Michail Boelgakov waarin Satan een bezoek aan Moskou brengt. Niet om het verhaal, maar om het bovennatuurlijke dat feilloos in de realiteit overgaat en vice versa.
In de roman van Murakami Haruki loopt de 15-jarige Kafka Tamura, zoon van een beroemd kunstenaar, weg van huis in Tokyo. Hij kan niet met zijn vader overweg, en zijn moeder heeft niets meer van zich laten horen sinds ze vertrok toen Kafka vier jaar oud was. Kafka is overigens niet zijn echte naam, maar het is de naam door hemzelf gekozen, het is de naam die hem bevalt. Hij komt in Takamatsu terecht, in het zuiden van Japan, waar hij gedurende een aantal uren zijn geheugen verliest. Een zwart gat, waarin iets onheilspellends gebeurd moet zijn. Kafka probeert in de anonimiteit te verdwijnen door een baantje bij een bibliotheek te accepteren.
Parallel aan het verhaal van de jongen vertelt Murakami het verhaal van de oude Nakata, een zonderling figuur Hij heeft een vreemd ongeluk gehad toen hij nog klein was. Hij komt uit dezelfde wijk in Tokyo als Kafka, waar hij met katten comuniceert. Deze bijzondere kwaliteit brengt hem in de problemen, hij pleegt een moord en moet vluchten. Ook hij kiest het zuiden, Takamatsu, en onderweg begint hij te begrijpen dat zijn reis een doel heeft. Maar wat voor doel, dat weet hij niet.
Zoals gezegd, het is een roman waarin werkelijkheid en "de andere kant", verleden en heden feilloos in elkaar overlopen. De twee hoofdpersonen zijn bijzonder interessant, en ze worden in de marge bijgestaan door een groep personages die op z'n minst schilderachtig genoemd kunnen worden. Ik noem er één: Johnny Walker.
De Italiaanse vertaling is meesterlijk.
Tot nu toe de beste roman die ik dit jaar gelezen heb.





Zo rond een uur of zes lijkt de aarde langzamer te gaan draaien. De zee wordt vlak, de geluiden lijken verder af. Het licht is minder hard en de kleuren winnen aan intensiteit. Onze schaduwen worden langer. Ik sla mijn boek dicht.
We pakken onze spullen in en nog even verlengen we ons uitzicht op dit schitterende schouwspel vanachter een pilsje bij het strandpaviljoen.



Daarna met de auto het zandpad af, rustig, maar het is niet te voorkomen dat een zandwolk ons volgt als een ridder in galop. Als in een western...
,,I'm a poor lonesome cowboy.'' Morgen begint alles van voor af aan.