Posts tonen met het label geschiedenis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geschiedenis. Alle posts tonen

maandag 7 februari 2011

Via 2 Giugno (2 juni 2009)

Op 2 juni is het feest in Italia, la Festa della Repubblica, het Feest van de Republiek.
Ik – en velen met mij – heb altijd gedacht dat de republiek op deze datum was uitgeroepen, maar dat is niet juist. Op 2 juni 1946 werd de uitslag bekend van het referendum waarin de Italianen het koningshuis definief lieten vallen en de monarchie dus plaats maakte voor de Italiaanse republiek. Deze werd uiteindelijk op 18 juni van dat jaar uitgeroepen.


In Via 2 Giugno is weinig te merken van het feest. Er is wat minder verkeer dan normaal van moeders die hun kinderen op de fiets of te voet naar school brengen. Wat inhoudt dat het heel stil is. Ons deel van de Via 2 Giugno is namelijk niet meer dan een zand- en kiezelpad vol putten en gaten, en wordt daarom over het algemeen gemeden door de auto’s.



De enige levende ziel is Signor Tomasi die in zijn groentetuin aan het werk is. Er zijn er veel hier in de buurt die Tomasi heten.
Signor Tomasi is al ver in de tachtig, maar slaat geen dag over in zin ‘orto’. En hij maakt graag een praatje. ‘Le patate’ blijken het niet goed te doen dit jaar. Te weinig water. Mei is immers de droogste mei sinds decenni geweest en de halve dag regen van afgelopen zondag heeft weinig effect gehad. Thuis heeft signor Tomasi zijn tomaten staan. ,,De grond onder de planten is droog’’, vertelt hij. ,,Zelfs na de regen.’’
,,Maar de bonen doen het goed’’. Trots wijst hij op de drie rijen bonen die hij een aantal weken geleden geplant heeft.

Dan, met een blik op de grasmaaier die ik klaar gezet heb. ,,Maar het is feest vandaag. Je zou niet moeten werken.’’ Ik neem hem mee achter ons huis, de tuin in, waar een meer dan weelderige grasmat onder de zon in de wind zijn sprieten doet wuiven. Hij knikt begrijpend. ,,Ja, misschien toch beter dat je daar wat aan doet.’’
Ik nodig hem uit voor een koffie. ,,Heel even dan’’, zegt signor Tomasi. ,,Ik moet namelijk de druiven gaan draaien bij een vriend van me.’’ De koffie laat niet lang op zich wachten. In de tussentijd legt hij me uit dat ze de druiven af en toe draaien om ze allemaal evenveel van de zon te laten profiteren.
De koffie gaat erin als gods woord in een ouderling. Hij bedankt ons en weg is hij. Voordat hij in zijn Punto stapt roept hij: ,,Jullie lusten toch bonen, hè?’’

Ook Italië wint een beetje in India (21 mei 2009)

De Congrespartij, die al aan de regering was, heeft het voorbije weekeinde de Indiase verkiezingen gewonnen. De 76-jarige Manmohan Singh blijft hoogst waarschijnlijk premier, maar de verkiezingsoverwinning wordt voor een groot deel toegeschreven aan Rahul Gandhi. Hij zette de strategie uit en was in de campagne het belangrijkste gezicht van de partij.

De 38-jarige Rahul is de zoon van Sonia Gandhi, president van de Congrespartij en weduwe van de in 1991 vermoorde voormalige premier Rajiv Ghandi.
Sonia Gandhi kreeg haar naam 'Sonia' van haar schoonmoeder Indira, nadat ze in 1968 met Rajiv in het huwelijk was getreden. Daarvoor heette ze Edvige Antonia Albina Maino. Dat klinkt redelijk Italiaans, en dat is het ook. Ze werd namelijk op 9 december 1946 in het Italiaanse Lusiana, in de provincie Vicenza, regio Veneto.









Lusiana ligt op een hoogte van 752 meter en telt 2833 inwoners (telling ISTAT van 31.06.2008). In het plaatselijke dialekt wordt het plaatsje Lusaan genoemd. 'Lus-aan' betekent omhakken, wat zou moeten verwijzen naar de ontbossing van de zone. Hiermee werd ruimte gecreëerd voor de landbouw, wat nu, samen met het toerisme, de belangrijkste inkomstenbron is van Lusiana.
De bossen zijn gelukkig niet geheel verdwenen. Een van de toeristische trekpleisters is het nabij gelegen Parco del Sojo, waar natuur en kunst elkaar letterlijk tegenkomen.

Piazza Campana is een van de gehuchten (frazioni) die onder de gemeente Lusiana vallen. De klokkentoren herbergt de oudste 'campana' van heel Veneto. In het brons van de klok staat in gothische cijfers het jaar van produktie gegraveerd: 1388.

Een ander gehucht is Santa Caterina. De kerk stamt uit de 16e eeuw en er wordt een Sacra Spina (een heilige doorn uit de krans van Jezus) bewaard. Het relikwie wordt natuurlijk met het grootste respekt geëerd door de plaatselijke bevolking. Wie een rondje maakt op internet ontdekt trouwens dat er een heleboel Sacre Spine te vinden zijn in en buiten Italië.
Lusiana heeft zelfs een museum, het Palazzon. Er zijn een aantal ruimtes uit een ver verleden gecreëerd (de keuken, de kelder, de slaapkamer, de stal) zodat de toeschouwer een indruk krijgt hoe de Lusianesi leefden en werkten.




Toen Edvige 5 jaar was verhuisde het gezin Maino naar Orbassano, waar haar vader, Stefano Eugenio, werk had gevonden als 'operaio'. Vooral de middelgrote textiel-industrie in de regio beleefde in de jaren na de tweede wereldoorlog een 'boom', en veel arbeiders uit heel Italië vonden er werk.



Een van de weinige echt historische feiten die in de annalen van Orbassano voorkomen is de Battaglia della Marsaglia. Op 4 oktober 1693 stonden de troepen van de Franse koning Louis XIV en van Vittorio Amedeo II di Savoia, toen hertog van Piemonte, er tegenover elkaar. De laatste weigerde het gezag van de Zonnekoning te accepteren. De Piemontesi werden echter genadeloos afgeslacht, en zonder leger zat er voor Vittorio weinig anders op dan de vrede te tekenen en zich als bondgenoot aan de zijde van de Bourbons aan te sluiten.
Orbassano is nu een stad met 22512 inwoners (telling ISTAT van 01.10.2008), onder de rook van Turijn. Toeristisch gezien ligt Orbassano duidelijk in de schaduw van Turijn. Veel echte bezienswaardigheden zijn er niet.
Te vernoemen is de kerk van San Giovanni Battista, die dateert uit 1549, maar sindsdien meerdere malen geherconstrueerd is.








Edvige Antonia Albina Maino woonde tot in de jaren '60 in Orbassano. Toen vertrok ze naar Engeland om aan de Cambridge University Engels te gaan studeren. Ze verdiende een centje bij als serveerster in een restaurant waar ze haar latere echtgenoot Rajiv ontmoette.

Sonia Gandhi's moeder Paola en haar twee zussen wonen nog steeds in Orbassano. Haar vader overleed in 1983.

zondag 6 februari 2011

Rozeneiland... De laatste oorlog van Italië (26 februari 2009)

Precies 40 jaar geleden, op 26 februari 1969, beslechtte Italië haar laatste oorlog. Een stille oorlog, waarbij geen enkel schot viel, geen melding gemaakt behoefde te worden van slachtoffers. Slechts een serie explosies doorbraken aan het eind van een acht maanden durende strijd de stilte, en maakten een eind aan de droom van Giorgio Rosa en zijn onafhankelijke staat het Rozeneiland, ofwel de Esperanta Respubliko de la Insulo de la Rozoj, zoals het kunstmatige eiland in haar officiële taal het Esperanto heette.

Wie weet wat de, in 1925 in Ravenna geboren Giorgio Rosa heeft gedreven toen hij in 1957 met zijn eerste projecten begon voor de bouw van een constructie in zee. ,,Ik ben in 1950 afgestudeerd als industrieel ingenieur'', vertelt hij in januari 2007 op 82-jarige leeftijd in een interview aan Fabio Vaccarezza, een Italiaanse filatelist. ,,Het was de periode na de oorlog, ik had veel werk, maar ik bleef mijn passie voor de zee voelen, de open ruimte, de horizon. Ver weg van de stress, de smog, en de politici.'' Jaren van dubben, tekenen, berekenen, plannen weg gooien en opnieuw beginnen volgden.
In 1964 was het eindelijk zover dat Rosa voor het eerst in open zee kon gaan testen. En het functioneerde. Het principe was eenvoudig: een lichte constructie van pijlers kon eenvoudig naar wat voor plaats dan ook op een meer of op zee getransporteerd worden (hiervoor gebruikte men een speciaal ontworpen vaartuig met een Fiat 500 motor) en werd daar op de bodem neergelaten. De pijlers werden aan de binnenkant voorzien van een buis die zo ver mogelijk de bodem werd ingeschoven, daar ging cement in en klaar was Kees. Of Giorgio, in dit geval. Een vereiste was wel dat de maximale diepte 40 meter bedroeg.
Die ideale plaats was inmiddels bekend: 11,6 kilometer voor de kust van Rimini in de Adriatische Zee op 44° 10' 48'' noorderbreedte en 12° 36' 00'' oosterlengte. Precies 500 meter buiten de Italiaanse territoriale wateren. Door geldgebrek, regelmatig slecht weer en bedreigingen van de Italiaanse autoriteiten (elk object werd als een obstakel voor de navigatie gezien en moest op een gegeven moment verwijderd worden) duurde het echter tot 1967 voordat daar het eerste Rozeneiland daadwerkelijk vorm kreeg.




Het eerste Rozeneiland, want Giorgio Rosa en zijn team (waarvan ook zijn vrouw geestdriftig deel uitmaakte) dachten in het groot aan sateliet-eilanden die onderling met elkaar en met het moedereiland verbonden zouden zijn. Ze dachten aan een hotel, winkels, toeristen, en een tuin. ,,Een bontgekleurde tuin, midden op zee. Dat was een van mijn ideeën'', vertelt Rosa. ,,Dat is ook een van de redenen waarom we het eiland "L'isola delle rose", het Rozeneiland, hebben genoemd. De andere reden is een verwijzing naar mijn naam.''
De positie van de op 9 pijlers rustende constructie werd doorgegeven aan de maritieme instanties, en middels boeien en verlichting werd het scheepsverkeer op de Adriatico attent gemaakt op het obstakel. Langzaam maar zeker vorderden de activiteiten. Op de eerste verdieping van vierhonderd vierkante meter, acht meter boven de zeespiegel, verscheen een tweede. In augustus 1967 verschenen de eerste toeristen. Het eiland beschikte over zoet water, dat vanaf 280 meter diep uit de zeebodem omhoog werd gehaald. En er waren een bar, een restaurantje, wat winkeltjes en zelfs een postkantoor, verdeeld over vier "straten".
De aanlegplaats voor de bootjes was heel bijzonder: door een "spiegel" van zoet water op het zee-oppervlak onder het eiland te leggen werd de golfslag dermate gedempt dat men zonder noemenswaardige risico's aan "wal" kon. De aanlegplaats werd Haveno Verda genoemd, de groene haven, in het Esperanto.

Het Esperanto werd op 1 mei 1968 de officiële taal van Rozeneiland. Op die dag werd de onafhankelijkheid uitgeroepen door Giorgio Rosa, de stichter en eerste president van de Esperanta Respubliko de la Insulo de la Rozoj. Wellicht wordt hiermee de indruk gewekt dat Rosa een alleenheerser was, maar niets is minder waar. ,,Op die dag hadden we het eerste regeringsoverleg'', legt hij uit. ,,Ik bemoeide me enkel met de constructie en de nieuwe verdiepingen die gebouwd moesten worden. Vier partners van me namen de ministeries voor hun rekening.'' Op 24 juni van dat jaar was de regering uitgebreid tot vijf departementen: het ministerie van financiën, van binnenlandse zaken, van handel en industrie, van communucatie en betrekkingen en ten slotte het ministerie van buitenlandse zaken. Zelfs de eerste plannen waren gemaakt om toetreding tot de Verenigde Naties aan te vragen.
Het symbool van de nieuwe natie bestond uit een boeket van drie rode rozen op een witte ondergrond. En men had zelfs een volkslied, waarvoor "Steuermann! Laβ die Wacht!" uit de eerste scene van de derde akte van De Vliegende Hollander van Richard Wagner geadopteerd werd. En de eerste van twee series postzegels (een droom voor iedere filatelist) waren al in omloop. Van de nieuwe munteenheid, de "Mill" (Milo, in Esperanto), waren echter nog geen biljetten of munten in omloop.


Op die 24e juni 1968 werd op het eiland een persconferentie gegeven waarbij president Rosa de onafhankelijkheidsverklaring wereldkundig maakte.
Rozeneiland was op dat moment al een echte toeristische trekpleister. Sinds 1967 was er sprake van een omvangrijke maritieme verkeer tussen Rimini en l'Isola delle Rose, en dit baarde de Italiaanse ordebewaarders serieuze zorgen. Giorgio Rosa werd door de Italiaanse regering gezien als een gewiekste oplichter, en zijn utopia werd slechts beoordeeld als een manier om de toeristen geld uit de zakken te kloppen zonder daar aan de Italiaanse staat belasting over te betalen. Voorlopig leek er voor hen echter weinig anders op te zitten dan machteloos toe te moeten zien.

De schijn bedroog echter. Eén dag na de officiële bekendmaking van de Republiek Insulo de la Rozoj, op 25 juni 1968, viel Italië het ministaatje binnen. Terwijl de vroege ochtendzon de toeristen aan de Adriatische kust een aangename dag aan zee beloofde werd 11 kilometer verder op zee het platform omsingeld door een tiental vaartuigen van de geheime politie, de carabinieri en de financiële politie. Een handvol agenten nam bezit van het eiland, zonder dat er sprake was van enige tegenstand van betekenis. Dat was niet verwonderlijk, aangezien alleen eilandbewaker Piero Ciavatta en zijn vrouw aanwezig waren.
De Groene Haven werd hermetisch afgesloten en niemand kreeg nog toegang. Het echtpaar Ciavatta moest tot 11 juli wachten voordat het toestemming kreeg om terug te keren naar het vaste land.
De regering van Rozeneiland stuurde direkt na het "wapenfeit" een telegram naar de president van Italië, Giuseppe Saragat, om te protesteren tegen "de schending van de soevereiniteit en de schade aan het lokale toerisme als gevolg van de militaire bezetting". Saragat nam niet eens de moeite om te antwoorden. Het was het begin van een lange reeks van juridische touwtrekkerij en een serie beschuldigingen over en weer. ,,Ondanks alles wat er gezegd en geschreven is zijn er nooit plannen geweest om een casino op het eiland te bouwen'', verzekert Giorgio Rosa. Ook de geruchten van een illegale radiozender zijn volgens hem uit de lucht gegrepen. ,,De lange buis die voor iedereen zichtbaar was, was gebruikt om naar zoet water te zoeken en had geen andere functie.''
Ondanks de juridische adviseurs die Rosa verzekerden dat men hem niets kon maken hield de Italiaanse regering voet bij stuk. De pretenties van soevereiniteit, onafhankelijkheid en internationale rechten die de eigenaren van het platform zich toeëigenden waren volgens Italië op niets gefundeerd, aangezien Italiaanse staatsburgers zich ook buiten Italië aan de staatswetten dienen te houden. Een serie hoger beroepen liep op niets uit, maar desondanks weigerde Rosa op enkele aanbiedingen in te gaan om zijn eiland te verkopen. Dat dreef uiteindelijk onvermijdelijk in de rechterlijke troebele zee naar de afgrond. Alles wat zich op het eiland bevond werd eind november door de Italiaanse marine geconfiskeerd, en op 22 januari 1969 bracht men de eerste explosieven aan die het roemloze einde van Rozeneiland moesten betekenen. Giorgio Rosa was verbitterd en liet tijdens een interview aan de krant "Il Resto di Carlino" weten dat hij zich schaamde een Italiaan te zijn, een uitspraak die overigens niet geplaatst werd.
De stengels van de rozen bleken taaier dan verwacht. Toen de rook na de explosies op 11 februari optrok was een deel van het eiland weliswaar beschadigd, maar de negen pijlers waren geen centimeter geweken. ,,Ze moesten drie maal terug komen met iedere keer een grotere lading TNT'', blikt de ingenieur met iets van trots in zijn stem terug. Op 26 februari gaat Rozeneiland uiteindelijk toch kopje onder. De "Esperante Respubloko de la Insulo de la Rozoj" is letterlijk van de aardbol weggeveegd.
De verontwaardiging in Rimini en wijde omgeving was groot.

Maar het vervolg op Rozeneiland was al even stil als haar geschiedenis en de oorlog aan het eind van die geschiedenis. In de landelijke dagbladen werd nog enige tijd modder gegooid, maar al snel verdwenen Giorgio Rosa en zijn droom in de vergetelheid. Heel af en toe kwam het eiland weer even boven drijven, in een krantenartikel van de Corriere Romagna bijvoorbeeld die op 11 mei 2008 twee pagina's besteedde aan het ontstaan van de republiek, 40 jaar daarvoor. Tien jaar daarvoor stonden de tekenaars Giuseppe Montanari, Claudio Piccoli en Giancarlo Alessandrini in nummer 193 van het stripblad Martin Mystère
Begin deze maand verscheen L'isola delle Rose ook op de planken. Schrijver, regisseur en acteur Mauro Monni deed in het Everest Theater in zijn stad Florence samen met Giovanni Palanza de legende drie avonden lang uit de doeken.
Het leuke is dat Rozeneiland ook haar plaatsje heeft gevonden in de digitale wereld. Je vindt weliswaar weinig informatie over het onderwerp (en het weinige dat er is, is soms redelijk tegenstrijdig), maar op Google Maps blijkt het wel als een dobbertje in de Adriatische Zee te vinden te zijn.



Wie weet wat Italië ertoe bewogen heeft om zo hard tegen het, laten we zeggen, ludieke project op te treden? Waren het werkelijk die paar belasting-lires die ontdoken werden? Raar, want er zwommen (en zwemmen) wat dat betreft veel grotere vissen als Giorgio Rosa rond in de Italiaanse wateren. Ook het excuus dat het kunstmatige eiland een gevaar was voor de scheepvaart lijkt me wat ver gezocht. Een casino, een radiopiraat? Had men er werkelijk 31 miljoen lire (dat zou de sloop gaan kosten) voor over om die het zwijgen op te leggen?
Of zat er wat meer achter? In 1966 was Rosa al eens gedwongen geweest door de havenautoriteiten van Rimini om het werk stil te leggen. De constructie bevond zich namelijk een zone waar de ENI concessie op had. De ENI is het grootste Italiaanse energiebedrijf, toen nog volledig staatsbezit. Op vrijwel dezelfde plaats als waar veertig jaar geleden Rozeneiland in de golven verdween staan tegenwoordig enkele platforms van Agip, een dochtermaatschappij van de ENI. Op de platforms wordt gas gewonnen.


Bronnen:
Wikipedia.
CIFR.
Isoladieden.wordpress.com.

Foto's:
Wikipedia.
CIFR

zaterdag 5 februari 2011

De dagen van de merel (28 januari 2009)

In Italië worden de laatste drie dagen van januari als de koudste van het jaar aangemerkt. ''I giorni della merla'' worden ze genoemd, de dagen van de merel. 29, 30 en 31 januari.
 
 
Ooit was er het Romeinse rijk, zo machtig dat het werkelijk alles naar de maatstaven en de normen van Rome modelleerde. Ook de kalender, die net na de totstandkoming van het almachtige rijk in 753 voor Christus slechts tien maanden kende. Er zijn geen wetenschappelijke bewijzen, maar het schijnt dat de kalender van tien maanden (6 met 30 dagen en 4 met 31 dagen) reeds daarvoor gehanteerd werd door de bevolking rondom de poolcirkel. Een kalenderjaar van 304 dagen dus. De 61 winterdagen werden eenvoudig niet meegeteld omdat de zon niet opkwam en derhalve niet als dag in aanmerking kwamen.
Het was Numa Pompilio, de tweede van zeven koningen van Rome, die de kalender aan het eind van 713 v.Chr. voor het eerste veranderde en januari en februari eraan toevoegde.
 
 
Januari werd dus de eerste maand van het jaar. Een prominente plaats op de kalender die, zo wil de legende, de nieuwkomer al snel naar het hoofd steeg. De maand had een geringe lengte, slechts 28 dagen. Zoals het zo vaak gaat in de natuur zijn het dikwijls de kleintjes, de kortjes die hun teweinig aan centimeters, tijd of oppervlakte uit trachten te wissen door hard te blaffen, te blazen, te roepen en middels een waar schrikbewind hun stempel op de loop der geschiedenis proberen te drukken. Januari was geen uitzondering op die regel. Hij zette de natuur naar zijn hand door de graden van Celcius, Kelvin en Fahrenheit uit het land te verbannen zolang hij regeerde. Wie niet voor die tijd een goede schuilplaats gevonden had zou niet meer de bloemen in de lente zien bloeien, maar wachtte eenvoudig een onbarmhartige ijskoude dood.
Ook de merel, in die tijd nog getooid met een bontkleurig verendek, voerde zijn strijd tegen de kou en tegen de honger. Als het knorren van het vogelmaagje ondraaglijk werd zat er niets anders op dan heel af en toe even de schuilplaats te verlaten, op zoek naar iets eetbaars. Dat waren gevaarlijke expedities. Januari had alle tijd, wachtte geduldig met zijn lange zwarte nagels op het ijs tikkend op deze momenten van zwakte en wanhoop van de merel. Want hij wist, die momenten deden zich vroeg of laat altijd voor. Met gierende lach blies hij zijn ijskoude poolwind tussen de veren van de merel, en met satanisch genoegen liet hij het hagelen, sneeuwen, van het ene moment op het andere. En de merel moest terugkeren op zijn schreden, ook al had hij vaak nog niks te eten kunnen vinden. Pas als Januari zijn winterse zetel aan Februari overdroeg werden de tijden iets minder hard voor de merel. De dagen begonnen te lengen, de temperatuur iets te stijgen en het voorjaar was niet ver meer weg. Het voorjaar, waarin de geplaagde vogel veren en ego oppoetste tot de oude glorie, de kleurige glans waren teruggekeerd en waarin het hoogste lied werd gezongen.
Maar Januari keerde onherroepelijk weer.
 
Dat ging een aantal jaren zo verder, en met steeds meer huiver keek de merel al gedurende het jaar vooruit naar de volgende confrontatie met de wreedheid van Januari. Totdat hij op een zekere dag in april bezoek kreeg van Arthur, een verre neef, een Vlaamse Leeuwerik die onderweg was vanaf zijn overwinteringadres in Sharm el Sheikh terug naar huis in de Antwerpen. Tuur had de oplossing, en in een week tijd leerde hij de merel alle geheimen van het inmaken, het wecken, het drogen en het conserveren van de meest voorkomende zaden en een grote variëteit aan vruchten. Tuur was een specialist op dit gebied (wellicht is bij deze ook enig licht geworpen op de oorsprong van het woord "confituur") en onder zijn beziedende leiding werd de basis gelegd voor een rijke reserve aan winterkost. De merel had de slag snel te pakken, had plezier in het werk en tegen het eind van december stond de kleine ruimte in de oude holle boom aan de oevers van de beek zo barstensvol wekpotten dat men zelfs gemakkelijk tot half maart zou kunnen overbruggen.
Januari kwam dus, maar de merel liet zich niet zien. In het begin wachtte de maand rustig af, tikte rustig met zijn lange koude vingers op de steeds dikker wordende ijskorst op kreken en op kanalen, verruilde de grijze sneeuwwolken van de dag voor kraakheldere nachtelijke hemels om het kwik maar zo laag mogelijk te krijgen. Maar merel liet zich niet zien. En Januari werd nijdig, heel nijdig. De temperatuur daalde en ieder levend wezen dat zich maar even buiten vertoonde werd gegeseld onder bitterkoude ijsregens die het bloed letterlijk in de aderen deed stollen. Op het Tisenjoch, een bergrichel in de Ötztaler Alpen op de grens van het huidige Oostenrijk en Italië, was een ietwat overmoedige jager op zoek naar een prooi toen hij oog in oog kwam te staan met de donkere dreigende gestalte van Januari. Januari had een pesthumeur, en een ademtocht was voldoende om jager Ötzi via een ommetje langs de eeuwige jachtvelden een enkeltje Archeologiemuseum in Bolzano te bezorgen. Maar ondertussen geen enkel teken van leven van de merel, en Januari begon door te krijgen dat hij bij de neus werd genomen. Met een van haat verwrongen gezicht smeedde hij een plan, terwijl zijn nagels schoolbordkrassend diepe littekens in de gladde ijsvloer van de meest dichtbij zijnde vierhonderd-meter-baan achterlieten.
Aan het eind van de 28 dagen "ijstijd" keek de merel in de holle boom voldaan op de kalender. Niet dat hij een hekel had aan Rien Poortvliets kabouterfamilie die de eerste maand van het jaar opsierde, maar het omslaan van die eerste prent betekende een overwinning waar hij jaren lang van had gedroomd. Goed gemutst trippelde hij naar buiten en wipte vrolijk in de sneeuw, daarbij met zijn pootjes als afdrukken gebaksvorkjes op het smetteloos witte sneeuwtapijt achterlatend. Vrolijk fluitend vloog hij naar omhoog en brede bochten draaiend ging het steeds hoger. Zijn lied klonk kilometers ver weg. ''We are the champions'', hij was de koning, de koningin, hij had gewo...
Een hoge D in Re maggiore stokte in het puntje van zijn snavel, en hij voelde hoe zijn hart letterlijk een slag oversloeg. Tien ijskoude vingers hadden hem vanuit het niets vastgegrepen en voor zijn kraalzwarte oogjes materialiseerde zich Januari die in de grootst mogelijke toorn ontstak. Een blizzard tekende de woorden van de maand in de lucht waarin duistere grijze wolken zich samenpakten. Januari bleek het op een akkoordje te hebben gegooid met Februari (ook al geen echte vogelliefhebber), en had drie dagen te leen weten te krijgen. Drie dagen, 29, 30 en 31 januari, die de tijd zouden veranderen, die zouden leren dat alle eerdere ijstijden tot op dat moment kinderspel waren geweest. ,,Dat beloof ik je, zowaar ik Januari heet'', rommelde als onweer het in het frimament Hij liet de merel los, liet een bulderende lach tot in alle hoeken van het dal rollen. Hij zwaaide even met z'n armen, waarbij een zekere gelijkenis met de magische Rasti Rostelli was waar te nemen, en vanuit de wolken begon het messcherpe ijspegels te regenen. Merel voelde hoe ze zijn vleugels verwondden. Rode, gele, blauwe en witte veertjes werden ruw uit de huid geplukt, een huid die door de plotselinge daling van de temperatuur meer overeenkomsten met kippevel dan met merelvel vertoonde. Vluchten, dat was alles wat merel op dat moment kon denken. Een schuilplaats.
En merel had geluk, want als een aangeschoten eend naar beneden fladderend kwam hij, o mirakel, in de schoorsteen van een kleine herderswoning terecht. Het was er warm, want de haard brandde. Maar niet te warm. Aan de binnenkant van de schoorsteen was een brede richel waarop de vogel uit kon rusten, zijn wonden kon verzorgen, wachten tot de tiranie van Januari voorbij was. Drie dagen duurde het uiteindelijk, de drie dagen die Januari had mogen lenen van Februari. Drie dagen die later zelfs nog eens verfilmd zouden worden en onder de titel "The day after tomorrow" een kassucces zouden worden. Een hel was het, een ijshel op aarde. Toen de merel uiteindelijk uit de schoorsteen tevoorscheen klom had hij het dankbare gevoel het overleefd te hebben. Maar tegelijkertijd constateerde hij ook dat de rook en het roet van de haard zijn bont gekleurde verendek bedekt hadden met een flinterdun, maar diepzwarte laagje. En hoe hij ook poetste, de kleuren kwamen niet meer terug. De merel zou voor altijd zwart blijven.
De echt grote ‘'verliezer'' van het drama zou uiteindelijk Februari worden, want Januari wenste in zijn grootheidswaanzin de drie dagen terug te geven. De veiligheidsraad riep een speciale vergadering bijeen, maar het maakte niets uit. Januari wist dat hij de sterkste was, dat het jaar niet compleet was zonder hem, en haalde ongeïnteresseerd de schouders op. Om van de schrik te bekomen kreeg Februari uiteindelijk eens in de vier jaar een schrikkeldag, en als pleister op de wonde mocht hij zich ook gastheer van Prins Carnaval noemen, en kreeg hij acht van de vijftien Elfstedentochten toegewezen. Maar het bleef een bittere pil.

Tot zover de legende die ik - ik geef het eerlijk toe - een beetje heb aangedikt zo hier en daar. Maar dat mag met legendes. Een feit is dat men in Italië nog steeds spreekt over "i giorni della merla", de dagen van de merel, en daarmee heeft de legende de Romeinse kalender ruim overleefd.
Ook het gegeven achter de legende dat de laatste drie dagen van januari de koudste van het jaar zouden zijn mag, op de statistieken van de voorbije 50 jaar afgaand, naar het rijk der fabelen verwezen worden. Tussen 1967 en 2007 was de gemiddelde januari-temperatuur bij het Centro Geofisico Prealpino immers 2,8 graden celcius, terwijl de gemiddelde temperatuur van de dagen van de merel 3,6 graden was. De gemiddelde minimum temperatuur was slechts 0,1 graad onder het vriespunt, en de gemiddelde maximum temperatuur bedroeg zelfs 7,4 graden. Onder invloed van de klimaatsverandering dreigen "i giorni della merla'' steeds meer van hun dreiging te verliezen. In 2008 steeg het kwik tot maar liefst drie graden boven de gemiddelde waarde. Het enige wat dan misschien nog overeind blijft staan is de volkswijsheid dat het voorjaar vroeg zijn intrede doet na koude dagen van de merel, en daarintegen lang op zich laat wachten als de laatste drie dagen van januari kwakkelend passeren. Dat heeft het vorige jaar dan weer wel bewezen.

De Romeinse kalender tenslotte heeft nooit een maand januari gekend van 28 dagen. Februari wel, maar de hervorming van Numa Pompilio kende vanaf het begin al 29 dagen aan januari toe. Dat was niet zijn enige hervorming, want hij kortte alle andere maanden in tot 30 en 29 dagen zodat men aan het eind uitkwam op een totaal van 355 kalenderdagen. Om enigzins in de pas te blijven met het zonnejaar werd om de twee jaar een extra maand tussen Januari en Februari ingevoegd, Mercedoni, die 23 dagen telde.
Bijna 700 jaar hield men deze onoverzichtelijke situatie vol, maar Julius Cesar was het geschuif al snel beu. In 46 voor Christus hervormde hij de Romeinse kalender een tweede keer, en nu, zo leek het, definitief. De Julius-kalender, zonder Mercedoni maar met een compensatie voor de andere twaalf maanden, bleef vele eeuwen in gebruik.
In 1582 riep de bescheiden paus Gregorius XIII de Gregoriaanse kalender in het leven, die volledige gebaseerd was op de cyclus van de vier seizoenen. Deze kalender wordt op de dag van vandaag in het grootste deel van de wereld gehanteerd.

Bronnen:
Wikipedia.
Corriere della Sera
Arcobaleno.net
European-schoolprojects.net
Meteo.it
Astrogeo.va.it
Afbeelding merel: copyright Nico de Haan.
Kaart Europa: de temperaturen op 30 januari 2008, om 12:00 uur (bron: Astrogeo.va.it)

vrijdag 28 januari 2011

Waar wasje (8 juli 2008)


De eerste wasserette van Trento bevond zich precies in het centrum van de stad. Parallel aan de als een rots oprijzende noordzijde van de dom stroomde een "roggia", een klein kanaaltje waarin de bewoners van het centrum de was deden. Oude afbeeldingen laten zien dat de roggia de majestueuze Piazza Duomo - het Domplein - in tweeën deelde. Aan de weerszijden van het bruggetje dat naar de noordelijke ingang van de kerk leidde zitten de vrouwen op hun knieën op de oevers van het beekje, de lakens tussen de beproefde, gegroefde handen (Nivea moest nog uitgevonden worden), biddend op betere tijden in de vorm van een Miele en een Witte Reus. In 1867 verdween de "roggia". De stroom werd niet gedempt, maar werd aan het oog onttrokken middels een str ook van enorme rode tegels. De koetsen konden vanaf dat moment hun bocht rond de fontein van Neptunes lekker ruim maken, nachtbrakers hoefden (hier althans) niet meer bang te zijn voor natte voeten, het kerkvolk kon zonder laveren naar de zondagmis en voor de wassende vrouwen zat er weinig anders op dan het beddegoed elders te spoelen. Water kabbelde niet meer en het wasvolk babbelde niet meer op Piazza Duomo.


Dit stukje geschiedenis van Trento is door de artieste Anna Scalfi aangegrepen als uitgangspunt voor een installatie met de titel "Celata (sotta la piazza scorre una roggia)" - "Verborgen (onder het plein stroomt een roggia)". De installatie bestaat uit 22 wasmachines, die precies op de plaats staan waar ooit de wasvrouwen hun werk deden.
Een origineel idee, temeer omdat de inruilwasmachines nog allemaal functioneren en wie wil kan dus zijn was doen, precies op de historische plaats waar dat ooit gebruikelijk was.
De installatie is afgelopen zaterdag (5 juli) onthuld en blijft tot 17 juli staan, als parallel spectakel van Manifesta 7, het groots opgezette tweejaarlijkse moderne kunst evenement dat van 19 juli tot 2 november op diverse plaatsen in Trentino en Alto Adige plaatsvindt.




Anna Scalfi werd in 1965 in Trento geboren. Zij woont en werkt op het ogenblik in London, waar ze het project "From inside (I like the system)" stuurt en beheert.

donderdag 27 januari 2011

Via 2 Giugno (2 juni weg)


Onze straat heet Via 2 Giugno, de 2 juni weg. Daarvóór woonden we in de Via 4 Novembre, maar toen we op een mooie morgen wakker werden bleken we verhuisd te zijn. Het uitzicht was nog steeds hetzelfde, maar we woonden op een ander adres. ,,U hoeft alleen familie en bekenden van de adreswijziging op de hoogte te stellen'', zo had de gemeente ons ruim van tevoren in een brief geschreven. ,,Alle officiële instanties, zoals bank, energiebedrijf en gemeente, daar zorgen wij voor.'' Het was een hele geruststelling. We zijn nu iets van twee jaar verder, en nog steeds ontvangen we de afrekeningen voor gas, water en licht op ons oude adres. Gelukkig weet Mario, onze postbode, ons te vinden en zijn we nog niet afgesloten.

 
Via 2 Giugno refereert naar een historische datum in de geschiedenis van Italië. Op 2 juni 1946 werd namelijk het eerste institutionele referendum gehouden waarmee de Italianen kozen voor een republiek. Dit ten koste van het koninkrijk, en dus van de koninklijke familie Savoia die na 85 jaar naar het buitenland werd verbannen. Hoewel de Savoia's gedurende de oorlog openlijk de kant van de fascisten gekozen hadden was het verschil tussen voor en tegen niet zo groot als dat je zou verwachten. Nog altijd 10,7 miljoen bleven de koning trouw, terwijl 12,7 miljoen Italianen voor een republiek kozen. Deze kwam er dus dankzij het referendum, en werd officieel op 1 januari 1948. Nog steeds gaan er stemmen over fraude tijdens het referendum.
Het Feest van de Republiek - La festa della Repubblica - op 2 juni is de enige officiële Italiaanse feestdag. Dit slechts vanaf 2000, toen het tweede kabinet Amato na een onderbreking van ongeveer 2 decennia het feest in eer herstelde, en tevens officieel verklaarde. Niemand werkt vandaag. En ik ook niet. Normaal moet ik me 's maandags haasten en weet ik niet hoe snel ik Via 2 Giugno achter me moet laten. Vandaag heb ik het op het gemak gedaan.





Via 2 Giugno bestaat grofweg uit 2 gedeeltes. Het westelijke deel, daar waar hij aansluit op de Via 4 Novembre, is het nieuwst. Het is gemakkelijk te herkennen omdat het geasfalteerd is. Het merendeel van de woningen ligt aan de zuidkant van de straat. Aan de linkerkant heeft men op nummer 36 een heel wonderlijk bouwsel geconstrueerd waarvan we nog steeds niet weten of het een woning is of niet. Voor zover we reikhalzend hebben kunnen waarnemen is er op de begane grond een grote garage, en op de tweede verdieping een soort van serre. Het pand staat op een enorme lap grond. Een eindje verder staat nog een ander pand (nummer 30, maar het is zo lelijk dat ik het niet wilde plaatsen), waar een haan met fel gekleurde veren en scepter zwaait. Er lopen veel dieren rond en 's morgens vroeg, als de zon opkomt, is het er een heerlijk lawaai van de natuur die wakker wordt. 



Aan de andere kant eerst nummer 19, nummer 19. Een beetje raar huis, weinig venster en weinig beweging. Ook buiten niet. Des te meer beweging in de appartementen ITEA, van de woningbouw. Hier gonst het van het leven. Hier wordt de was gedaan, ook op de nationale feestdag. Een herzien gedicht waarvan alleen "= AMORE" is overgebleven. De rest van de tekst is in zwart gesluierd. Een overleden liefde. En daaronder het rauwe "VALE TI DROGI" (Vale je bent aan de drugs). Met de puntjes op de i. Hier wordt geleefd, gezwoegd, gelachen, gehuild. Tranen op het asfalt blijven achter. In en rond de daarvoor bestemde containers. Schrijven is één ding, lezen is weer wat anders. 




En dan het oostelijk deel van Via 2 Giugno. Daar waar Dik waakt op nummer 12, of is het nummer 89. Ook Gianni heeft vrij, en er is in deze contreien geen betere plek te bedenken om je mountain-bike echt te kunnen testen. Boven zijn bol gonst het. Want nummer 12 kijkt naar het nieuws, nummer 14 maait het gras, nummer 16 luistert naar de radio en nummer 18 zit op internet. En Oronzo en Cicia houden de wacht. 



En aan de overkant, daar waar het betreden slechts voorbehouden is aan tuinkabouters en groentegrollen, ritselt en wordt gegroeid. Gieters wachten op water, netjes in het blauw gelid. Een ficus gaat z'n eigen gang. En een tuinkabouter houdt het voor gezien. Want het is 2 juni in de 2 juni weg. En het is feest.



De zwart-wit afbeelding komt van wikipedia.it.