Posts tonen met het label politiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label politiek. Alle posts tonen

vrijdag 18 februari 2011

De kaaiman (11 maart 2010)

De laatste tijd moet ik onbewust vaak denken aan de finale van Nanni Moretti’s film ‘Il caimano’. Moretti is een van Italië’s meest vooraanstaande regisseurs. Zijn films zijn dikwijls redelijk diepgaand en kwalitatief van hoogstaand niveau. Zijn prijzen op de filmfestivals van Berlijn, Venetië, Cannes en van de Accademia del Cinema Italiano zijn daar de getuigen van.
Moretti heeft nooit zijn politieke voorkeur onder stoelen of banken geschoven. Hij denkt links, maar is zeer kritisch tegenover het doen en laten van de linkse politici in Italië. Memorabel is een scene uit de film ‘Aprile’ uit 1998 waarin hij als acteur zichzelf speelt: op televisie een debat tussen Massimo D’Alema en Silvio Berlusconi volgend roept hij op een gegeven moment “D’Alema, zeg eens iets links!” (“D’Alema, di una cosa di sinistra”).
En met argusogen volgt hij Silvio Berlusconi.

In 2006 kwam de film ‘Il caimano’ uit. In de film zien we Silvio Orlando in de rol van Bruno Bonomo van een gesjeesde filmproducent, die zijn carrière hoopt te redden met het draaien van een film (Il caimano) over Silvio Berlusconi. Nanni Moretti noemt het zelf een film over een fase in het leven van een echtpaar, waarin de politiek slechts als kader dienst doet. In dat kader speelt de figuur van Silvio Berlusconi (geïnterpreteerd door Michele Placido, Elio De Capitani en Nanni Moretti zelf) echter een dermate grote rol dat niemand het politieke karakter van de film kan ontkennen.
De finale van de film is even indrukwekkend als angstaanjagend: Silvio Berlusconi (op dat moment gespeeld door Moretti) wordt in een rechtzaak veroordeeld tot 7 jaar gevangenisstraf. De veroordeelde waarschuwt de rechters voor de gevolgen van hun daad aangezien het volk de veroordeling van een door hun gekozene niet zal accepteren. Bij het verlaten van de rechtbank wordt Berlusconi met gejuich ontvangen. Hij wordt geïnterviewd door journalisten voordat hij in zijn auto met chauffeur stapt en wegrijdt. De rechters, die daarna naar buiten komen, worden aangevallen door de meute. Molotov cocktails vliegen door de lucht. De laatste beelden zijn die van Nanni Moretti die in zijn rol van een voldane Berlusconi in de auto diens uitspraken aanhaalt, terwijl op de achtergrond de vlammen van het gerechtshof steeds hoger oplaaien.





Walter Veltroni, een van de kopstukken binnen de grootste oppositiepartij PD (Partito Democratico), haalde gisteren in een interview met La Repubblica de film aan. Veltroni gaat ervan uit dat centrum-links de regionale verkiezingen van 28 en 29 maart aanstaande zullen winnen. ,,Het zal een zware slag zijn voor de premier. En na twee verloren jaren van regeren is het onmogelijk dat alles dan bij het oude blijft’’, zegt de ex-burgemeester van Rome. ,,Maar ik weet ook dat dat de gevaarlijkste fase is. Berlusconi is niet zoals mij en anderen. Hij is niet het type dat groet, bedankt voor het vertrouwen en plaats maakt voor een ander, niet eens voor zijn eigen gevolg.’’ Op de vraag hoe hij dan de ondergang van het berlusconisme ziet antwoordt Veltroni: ,,De finale van ‘Il Caimano’ van Moretti was een verschrikkelijke nachtmerrie. Iedere verantwoorde persoon moet ervoor zorgen dat dit geen helderziendheid blijkt te zijn geweest.’’
Kijk eens aan. Het schijnt dat ze binnen de PD dan toch eindelijk aan het wakker worden zijn. Veel te laat, dat wel. De regering Prodi heeft de kans niet aan willen grijpen een wet in het leven te roepen die de verstrengeling van persoonlijke interesses en het uitoefenen van een publieke functie tegen te gaan, en daarvan plukt het grootste deel van Italië op het ogenblik dagelijks de wrange vruchten. De grootste profiteur van het uitblijven van die wet heet Silvio Berlusconi, en die is op het ogenblik minister-president. Veel tijd wordt er onder zijn bewind aan justitie besteed, en met name hoe de gerechtelijke macht de wind uit de zeilen te nemen. Het laatste voorbeeld is een wet die sinds gisteren van kracht is: leden van de regering zijn niet meer verplicht (gedurende een periode van zes maanden) voor de rechter te verschijnen voor eventueel tegen hen aangespannen strafzaken. De grootste winnaar is wederom hij, Silvio Berlusconi.

De regionale verkiezingen van 28 en 29 maart hebben hier al veel voeten in de aarde gehad. Politieke discussie-programma’s op de staatstelevisie RAI mogen niet meer uitgezonden worden zolang de verkiezingscampagna loopt. Een regel die niet geldt voor de privé-omroepen. En wie is in Italië eigenaar van bijna alle privé-kanalen? Juist. Hij, Silvio Berlusconi.
Ondanks zijn machtige imperium blijken niet alle radartjes even soepel te draaien in de Berlusconi-machine. De verkiezingslijsten in Lazio, waaronder Rome valt, werden niet op tijd ingediend en bij gevolg mag Berlusconi’s partij Populo della Libertà daar niet aan de regionale verkiezingen deelnemen. En ook al heeft president Napolitano een speciaal in het leven geroepen wettelijk decreet ondertekent, alle gerechtelijke instanties hebben tot nu de legale protesten van het PdL naast zich neergelegd. ,,Onrecht’’, oordelen Berlusconi en de zijnen. Met geweld van de Liberalen (de tegenkandidaat van de PdL in Lazio) is hun immers de toegang ontzegt tot het kantoor waar ze de lijst moesten inleveren. Zeggen ze... De rechters willen onze kiezers het democratische recht ontnemen om te stemmen. Zeggen ze...

Voor aanstaande zaterdag hebben de PD en andere linkse partijen een grote demonstratie in Rome uitgeroepen onder het motto ‘Voor democratie, legaliteit en werk. Regels ja, trukjes nee. Om te winnen’.
Voor volgende week zaterdag heeft de PdL een grote demonstratie in Rome uitgeroepen. ,,Geen protest, maar een voorstel’’, is de gedachte die Berlusconi aan deze manifestatie meegeeft.
De kranten roepen niet openlijk op tot ongeregeldheden, maar spreken - volgens mij wel heel dubbelzinnig zinspelend op – over het risico van ongeregeldheden.

Italië is op het ogenblik een kruitvat. Er is maar een kleine vonk voor nodig om alles met een geweldige knal te laten ontploffen. In Rome zullen er ongetwijfeld mensen met lucifers op zak rondlopen.
Ik maak me eerlijk gezegd een beetje zorgen. Ik hoop dat het voor niks is.

maandag 7 februari 2011

Michela Vittoria Brambilla, aangenaam... (17 jnui 2009)

Ik stel U voor aan Michela Vittoria Brambilla, sinds 8 mei dit jaar de minister van toerisme van de regering Berlusconi....




Aangenaam...

Italië dat stemt op de toekomst die achter haar ligt (8 juni 2009)

Volgens de officiële cijfers die tijdens de Europese verkiezingen gehanteerd werden heeft Italië 59.619.290 inwoners, waarvan er 50.410.082 kiesgerechtigd zijn.
De opkomst ten opzichte van de vorige Europese verkiezingen zakte flink: 72,9% nog in 2004, dit jaar "slechts" 66,5%. Enkel in Luxemburg, België en Malta was de opkomst hoger met respectievelijk 91,0, 85,8 en 78,8 procent. Nederland komt er wat dit betreft heel magertjes vanaf met haar 35,5 procent. Wat de reden voor een dergelijke, nog altijd hoge opkomst is in Italië is? Ik weet het niet. Wellicht moet het gezocht worden met het feit dat de Republiek Italië met haar ontstaan in 1946 nog relatief jong is, en dat het kiesrecht zoals we dat in Nederland kennen pas vanaf dat jaar van kracht is.



Een rekensommetje leert dat zaterdag en zondag in Italië dus 33.522.705 mensen gestemd hebben. En nu komt het: 10.807.327 daarvan stemden op Berlusconi's partij Il Populo della Libertà (Het volk van de vrijheid). Ruim 32 procent dus. Het aantal voorkeurstemmen voor de president van de huidige Italiaanse regering was 2.706.791.
Wat betekent dit? Ruim acht Italianen op honderd geven hun voorkeurstem aan iemand die niet gekozen kan worden. Hij is immers al president van de Italiaanse regering en geeft die positie zeker niet op voor een stoeletje in Brussel. Die stem komt enkel bij de goede man terecht omdat hij Silvio Berlusconi heet en een symbool is. Een dergelijke stem is volgens mij weinig serieus te nemen.

Blijft het feit dat bijna 1 op de 3 stemmende Italianen zich tevreden toont over Het Volk van de Vrijheid, en dus over Berlusconi.
En daar kan ik dus met de beste wil van de wereld niet inkomen. Ik begrijp dat iemand Lega Nord stemt, die in ieder geval een politieke mening (ook al is het niet de mijne) hebben. Ik begrijp dat iemand redelijk de rechtse danwel de linkse kant van de politiek opzoekt. Maar ik begrijp niet wat voor politiek gewin er te behalen is bij een bejaarde man met een mentaliteit van de rijke aannemer in het dorp die in de plaatselijke bar het hoogste woord eist te hebben omdat hij het meeste geld heeft. Een bejaarde man die op zijn minst een deel van zijn rijkdom vergaart heeft met corruptie en omkoping (waarvan de feiten bewezen zijn), en zijn straf ontloopt door er op maat geschreven wetten doorheen te jagen. Een bejaarde man, die met verschillende verjongingskuren, face- en bodylifts, haarinplant en hordes jonge dames om zich heen niet toe wil geven aan zijn leeftijd en de eeuwige jeugd in handen denkt te hebben.

Aan de buitenkant is er veel op te kalefateren tegenwoordig, ook aan een bejaarde man. Zeker als die veel geld heeft, zoals Silvio Berlusconi. Maar aan de binnenkant is er weinig op te kallefateren aan een bejaarde man van 72 jaar. Van binnen is een man van 72 jaar gewoon oud, bejaard. Zijn toekomst ligt achter zich, hoe pijnlijk dat ook kan zijn. En daar stemt 1 op de 3 Italianen dus op: op de toekomst die achter hen ligt.

 

PS: Voor de duidelijkheid. Ik heb absoluut niets tegen bejaarde mensen, ook niet (of beter: zeker niet) als ze zich actief opstellen in hun omgeving.

zondag 6 februari 2011

8 maart, Internationale vrouwendag... En morgen is het gewoon weer 9 maart (8 maart 2009)


8 maart brengt kleur in de Italiaanse huizen en - als de Internationale Vrouwendag op een werkdag valt - in de Italiaanse kantoren. Het is hier namelijk de gewoonte de vrouw een bosje mimosa kado te geven, wat takjes met de pluizige gele bloemetjes die in deze periode van het jaar bloeit. Vrouwendag heet hier "Festa della donna", feest van de vrouw, zoals vaderdag "festa del papà" heet en moederdag "festa della mamma". De werkelijke betekenis van de Internationale Vrouwendag verdwijnt daarmee voor een groot deel in de schaduw van de commercie, en dat is jammer. Italië heeft immers nog een lange weg af te leggen naar het punt van gelijke rechten en gelijke plichten voor man en vrouw.
De vrouwen hebben een lichte numerieke meerderheid (51 procent) op het totaal van de Italiaanse bevolking. Volgens de cijfers van de Europese commissie werken ruim 23 van de circa 59 miljoen Italianen. Ik merk daarbij op dat het hier gaat om geregistreerde banen. Vooral in het zuiden wordt veel zwart gewerkt, wat dikwijls geforceerd wordt door de werkgevers. De Italiaanse staat loopt door de immense belastingontduikingen jaarlijk grofweg 200 miljard aan inkomsten mis.
Maar laat ik niet teveel van het onderwerp afwijken. Van die 23 miljoen Italiaanse banen wordt slechts 39 procent uitgevoerd door vrouwen. Italië staat daarmee op Europees niveau achteraan in de rij, in het gezelschap van Griekenland. Alleen in Malta (32%) en Macedonia (26%) zijn de vrouwen minder vertegenwoordigd in het arbeidsproces. In Nederland is dit 45%.
Mag ik hieruit de conclusie trekken dat de Italiaanse vrouw zich minder aangetrokken voelt door een maatschappelijke carrière? Dat zou heel voorbarig zijn. Het aantal vrouwelijke studentes dat een doctoraat haalt is bijvoorbeeld hoger dan de mannelijke studenten die hun studie met succes afsluiten. De wil is er. Het feit is echter dat de vrouwen nog te vaak tegen een boel vooroordelen aanlopen: ze zijn vaker ziek en na een aantal jaren willen ze kinderen en de inzet op het werk lijdt daarna onder de rol die ze als moeder hebben.
Deze factoren staan, als ze eenmaal werk hebben, dikwijls ook de gelijke kansen ten opzichte van hun mannelijke collega's in de weg. Het gevolg is dat de cijfers op management-niveau nog bedroevender zijn. Slechts 4 procent van de directies van de 50 grootste Italiaanse ondernemingen bestaat uit vrouwen (het Europese gemiddelde ligt - ook verrassend laag trouwens - op 11 procent, in Nederland is het 14 procent). Hoewel dat percentage in Italië groeiend is, zijn er aanzienlijke verschillen tussen het salaris van mannen en vrouwen in dezelfde functies. De man verdient gemiddeld ongeveer 15 procent meer. Italië is hierin overigens geen uitzondering op de rest van Europa: in Duitsland schijnt dit verschil zelfs 22 procent te zijn.

Er zijn vrouwen die deze obstakels ontwijken, het heft in eigen hand nemen en zelf een onderneming op poten zetten. Hierin schijnen ze voortvarender te werk te gaan dan de mannen die hetzelfde initiatief nemen, want het percentage faillisementen van bedrijven en bedrijfjes door vrouwen geleid ligt beduidend lagen (1,5 procent ten opzichte van 2,4 procent). Desondanks stellen de banken zich een stuk terughoudender op als het op kredietaanvragen aankomt. Niemand zegt het hardop, maar de cijfers spreken voor zich. Door vrouwen geleide ondernemingen betalen over het algemeen een hogere rente als de ondernemingen waar een man aan het roer staat. Het is moeilijk na te gaan of er wat dit betreft een verschil is tussen bankinstellingen met een man of een vrouw aan het roer. Banken met vrouwen op het hoogste niveau zijn er namelijk niet.

Ook aan het hoofd van Italia BV vinden we een man die de touwtjes strak in handen heeft. Silvio Berlusconi heeft in zijn management 4 vrouwelijke ministers (op een totaal van 22) aangesteld. De regering bestaat derhalve voor 18 procent uit vrouwen, en op Europees niveau is dat niet eens zo laag.
Een van de maatregelen waarmee de regering het hoofd wil bieden aan de economische crisis is het stapsgewijs omhoog brengen van de pensioensgerechtigde leeftijd voor vrouwen, tot op hetzelfde niveau als dat van de mannen. De grootste Italiaanse vakbond CGIL en veel vrouwen zijn tegen. Eerst gelijke rechten, gelijke salarissen en gelijke kansen, is hun standpunt. Pas dan praten we verder.

Morgen is het 9 maart. De eerste pluisjes van de altijd snel uitvallende mimosa liggen naast de vaas. Eén vrouw is zeker tevreden op de dag na "la festa della donna". Dat is de echtgenote van de bloemist. Voor vele andere vrouwen in Italië blijft het vechten om dezelfde status als hun mannelijke collega's.


Voor de duidelijkeid wil ik vermelden dat dit een globale afspiegeling is van de Italiaanse situatie, waarbij ik me gebaseerd heb op interviews in kranten en op tv, op statistieken en op persoonlijke waarnemingen. Ik wens echter te benadrukken dat er ook bedrijven en instellingen zijn waar mannelijke en vrouwelijke werknemers dezelfde plichten, rechten en kansen hebben.

Bronnen:
Europese Commissie.
Corriere della Sera.

De zwart-wit foto komt uit de serie "A Silvia" van de Italiaanse fotograaf
Mario Giacomelli.

Het VK-vrouwendagblog is een inititaief van Martin Broek.

Rozeneiland... De laatste oorlog van Italië (26 februari 2009)

Precies 40 jaar geleden, op 26 februari 1969, beslechtte Italië haar laatste oorlog. Een stille oorlog, waarbij geen enkel schot viel, geen melding gemaakt behoefde te worden van slachtoffers. Slechts een serie explosies doorbraken aan het eind van een acht maanden durende strijd de stilte, en maakten een eind aan de droom van Giorgio Rosa en zijn onafhankelijke staat het Rozeneiland, ofwel de Esperanta Respubliko de la Insulo de la Rozoj, zoals het kunstmatige eiland in haar officiële taal het Esperanto heette.

Wie weet wat de, in 1925 in Ravenna geboren Giorgio Rosa heeft gedreven toen hij in 1957 met zijn eerste projecten begon voor de bouw van een constructie in zee. ,,Ik ben in 1950 afgestudeerd als industrieel ingenieur'', vertelt hij in januari 2007 op 82-jarige leeftijd in een interview aan Fabio Vaccarezza, een Italiaanse filatelist. ,,Het was de periode na de oorlog, ik had veel werk, maar ik bleef mijn passie voor de zee voelen, de open ruimte, de horizon. Ver weg van de stress, de smog, en de politici.'' Jaren van dubben, tekenen, berekenen, plannen weg gooien en opnieuw beginnen volgden.
In 1964 was het eindelijk zover dat Rosa voor het eerst in open zee kon gaan testen. En het functioneerde. Het principe was eenvoudig: een lichte constructie van pijlers kon eenvoudig naar wat voor plaats dan ook op een meer of op zee getransporteerd worden (hiervoor gebruikte men een speciaal ontworpen vaartuig met een Fiat 500 motor) en werd daar op de bodem neergelaten. De pijlers werden aan de binnenkant voorzien van een buis die zo ver mogelijk de bodem werd ingeschoven, daar ging cement in en klaar was Kees. Of Giorgio, in dit geval. Een vereiste was wel dat de maximale diepte 40 meter bedroeg.
Die ideale plaats was inmiddels bekend: 11,6 kilometer voor de kust van Rimini in de Adriatische Zee op 44° 10' 48'' noorderbreedte en 12° 36' 00'' oosterlengte. Precies 500 meter buiten de Italiaanse territoriale wateren. Door geldgebrek, regelmatig slecht weer en bedreigingen van de Italiaanse autoriteiten (elk object werd als een obstakel voor de navigatie gezien en moest op een gegeven moment verwijderd worden) duurde het echter tot 1967 voordat daar het eerste Rozeneiland daadwerkelijk vorm kreeg.




Het eerste Rozeneiland, want Giorgio Rosa en zijn team (waarvan ook zijn vrouw geestdriftig deel uitmaakte) dachten in het groot aan sateliet-eilanden die onderling met elkaar en met het moedereiland verbonden zouden zijn. Ze dachten aan een hotel, winkels, toeristen, en een tuin. ,,Een bontgekleurde tuin, midden op zee. Dat was een van mijn ideeën'', vertelt Rosa. ,,Dat is ook een van de redenen waarom we het eiland "L'isola delle rose", het Rozeneiland, hebben genoemd. De andere reden is een verwijzing naar mijn naam.''
De positie van de op 9 pijlers rustende constructie werd doorgegeven aan de maritieme instanties, en middels boeien en verlichting werd het scheepsverkeer op de Adriatico attent gemaakt op het obstakel. Langzaam maar zeker vorderden de activiteiten. Op de eerste verdieping van vierhonderd vierkante meter, acht meter boven de zeespiegel, verscheen een tweede. In augustus 1967 verschenen de eerste toeristen. Het eiland beschikte over zoet water, dat vanaf 280 meter diep uit de zeebodem omhoog werd gehaald. En er waren een bar, een restaurantje, wat winkeltjes en zelfs een postkantoor, verdeeld over vier "straten".
De aanlegplaats voor de bootjes was heel bijzonder: door een "spiegel" van zoet water op het zee-oppervlak onder het eiland te leggen werd de golfslag dermate gedempt dat men zonder noemenswaardige risico's aan "wal" kon. De aanlegplaats werd Haveno Verda genoemd, de groene haven, in het Esperanto.

Het Esperanto werd op 1 mei 1968 de officiële taal van Rozeneiland. Op die dag werd de onafhankelijkheid uitgeroepen door Giorgio Rosa, de stichter en eerste president van de Esperanta Respubliko de la Insulo de la Rozoj. Wellicht wordt hiermee de indruk gewekt dat Rosa een alleenheerser was, maar niets is minder waar. ,,Op die dag hadden we het eerste regeringsoverleg'', legt hij uit. ,,Ik bemoeide me enkel met de constructie en de nieuwe verdiepingen die gebouwd moesten worden. Vier partners van me namen de ministeries voor hun rekening.'' Op 24 juni van dat jaar was de regering uitgebreid tot vijf departementen: het ministerie van financiën, van binnenlandse zaken, van handel en industrie, van communucatie en betrekkingen en ten slotte het ministerie van buitenlandse zaken. Zelfs de eerste plannen waren gemaakt om toetreding tot de Verenigde Naties aan te vragen.
Het symbool van de nieuwe natie bestond uit een boeket van drie rode rozen op een witte ondergrond. En men had zelfs een volkslied, waarvoor "Steuermann! Laβ die Wacht!" uit de eerste scene van de derde akte van De Vliegende Hollander van Richard Wagner geadopteerd werd. En de eerste van twee series postzegels (een droom voor iedere filatelist) waren al in omloop. Van de nieuwe munteenheid, de "Mill" (Milo, in Esperanto), waren echter nog geen biljetten of munten in omloop.


Op die 24e juni 1968 werd op het eiland een persconferentie gegeven waarbij president Rosa de onafhankelijkheidsverklaring wereldkundig maakte.
Rozeneiland was op dat moment al een echte toeristische trekpleister. Sinds 1967 was er sprake van een omvangrijke maritieme verkeer tussen Rimini en l'Isola delle Rose, en dit baarde de Italiaanse ordebewaarders serieuze zorgen. Giorgio Rosa werd door de Italiaanse regering gezien als een gewiekste oplichter, en zijn utopia werd slechts beoordeeld als een manier om de toeristen geld uit de zakken te kloppen zonder daar aan de Italiaanse staat belasting over te betalen. Voorlopig leek er voor hen echter weinig anders op te zitten dan machteloos toe te moeten zien.

De schijn bedroog echter. Eén dag na de officiële bekendmaking van de Republiek Insulo de la Rozoj, op 25 juni 1968, viel Italië het ministaatje binnen. Terwijl de vroege ochtendzon de toeristen aan de Adriatische kust een aangename dag aan zee beloofde werd 11 kilometer verder op zee het platform omsingeld door een tiental vaartuigen van de geheime politie, de carabinieri en de financiële politie. Een handvol agenten nam bezit van het eiland, zonder dat er sprake was van enige tegenstand van betekenis. Dat was niet verwonderlijk, aangezien alleen eilandbewaker Piero Ciavatta en zijn vrouw aanwezig waren.
De Groene Haven werd hermetisch afgesloten en niemand kreeg nog toegang. Het echtpaar Ciavatta moest tot 11 juli wachten voordat het toestemming kreeg om terug te keren naar het vaste land.
De regering van Rozeneiland stuurde direkt na het "wapenfeit" een telegram naar de president van Italië, Giuseppe Saragat, om te protesteren tegen "de schending van de soevereiniteit en de schade aan het lokale toerisme als gevolg van de militaire bezetting". Saragat nam niet eens de moeite om te antwoorden. Het was het begin van een lange reeks van juridische touwtrekkerij en een serie beschuldigingen over en weer. ,,Ondanks alles wat er gezegd en geschreven is zijn er nooit plannen geweest om een casino op het eiland te bouwen'', verzekert Giorgio Rosa. Ook de geruchten van een illegale radiozender zijn volgens hem uit de lucht gegrepen. ,,De lange buis die voor iedereen zichtbaar was, was gebruikt om naar zoet water te zoeken en had geen andere functie.''
Ondanks de juridische adviseurs die Rosa verzekerden dat men hem niets kon maken hield de Italiaanse regering voet bij stuk. De pretenties van soevereiniteit, onafhankelijkheid en internationale rechten die de eigenaren van het platform zich toeëigenden waren volgens Italië op niets gefundeerd, aangezien Italiaanse staatsburgers zich ook buiten Italië aan de staatswetten dienen te houden. Een serie hoger beroepen liep op niets uit, maar desondanks weigerde Rosa op enkele aanbiedingen in te gaan om zijn eiland te verkopen. Dat dreef uiteindelijk onvermijdelijk in de rechterlijke troebele zee naar de afgrond. Alles wat zich op het eiland bevond werd eind november door de Italiaanse marine geconfiskeerd, en op 22 januari 1969 bracht men de eerste explosieven aan die het roemloze einde van Rozeneiland moesten betekenen. Giorgio Rosa was verbitterd en liet tijdens een interview aan de krant "Il Resto di Carlino" weten dat hij zich schaamde een Italiaan te zijn, een uitspraak die overigens niet geplaatst werd.
De stengels van de rozen bleken taaier dan verwacht. Toen de rook na de explosies op 11 februari optrok was een deel van het eiland weliswaar beschadigd, maar de negen pijlers waren geen centimeter geweken. ,,Ze moesten drie maal terug komen met iedere keer een grotere lading TNT'', blikt de ingenieur met iets van trots in zijn stem terug. Op 26 februari gaat Rozeneiland uiteindelijk toch kopje onder. De "Esperante Respubloko de la Insulo de la Rozoj" is letterlijk van de aardbol weggeveegd.
De verontwaardiging in Rimini en wijde omgeving was groot.

Maar het vervolg op Rozeneiland was al even stil als haar geschiedenis en de oorlog aan het eind van die geschiedenis. In de landelijke dagbladen werd nog enige tijd modder gegooid, maar al snel verdwenen Giorgio Rosa en zijn droom in de vergetelheid. Heel af en toe kwam het eiland weer even boven drijven, in een krantenartikel van de Corriere Romagna bijvoorbeeld die op 11 mei 2008 twee pagina's besteedde aan het ontstaan van de republiek, 40 jaar daarvoor. Tien jaar daarvoor stonden de tekenaars Giuseppe Montanari, Claudio Piccoli en Giancarlo Alessandrini in nummer 193 van het stripblad Martin Mystère
Begin deze maand verscheen L'isola delle Rose ook op de planken. Schrijver, regisseur en acteur Mauro Monni deed in het Everest Theater in zijn stad Florence samen met Giovanni Palanza de legende drie avonden lang uit de doeken.
Het leuke is dat Rozeneiland ook haar plaatsje heeft gevonden in de digitale wereld. Je vindt weliswaar weinig informatie over het onderwerp (en het weinige dat er is, is soms redelijk tegenstrijdig), maar op Google Maps blijkt het wel als een dobbertje in de Adriatische Zee te vinden te zijn.



Wie weet wat Italië ertoe bewogen heeft om zo hard tegen het, laten we zeggen, ludieke project op te treden? Waren het werkelijk die paar belasting-lires die ontdoken werden? Raar, want er zwommen (en zwemmen) wat dat betreft veel grotere vissen als Giorgio Rosa rond in de Italiaanse wateren. Ook het excuus dat het kunstmatige eiland een gevaar was voor de scheepvaart lijkt me wat ver gezocht. Een casino, een radiopiraat? Had men er werkelijk 31 miljoen lire (dat zou de sloop gaan kosten) voor over om die het zwijgen op te leggen?
Of zat er wat meer achter? In 1966 was Rosa al eens gedwongen geweest door de havenautoriteiten van Rimini om het werk stil te leggen. De constructie bevond zich namelijk een zone waar de ENI concessie op had. De ENI is het grootste Italiaanse energiebedrijf, toen nog volledig staatsbezit. Op vrijwel dezelfde plaats als waar veertig jaar geleden Rozeneiland in de golven verdween staan tegenwoordig enkele platforms van Agip, een dochtermaatschappij van de ENI. Op de platforms wordt gas gewonnen.


Bronnen:
Wikipedia.
CIFR.
Isoladieden.wordpress.com.

Foto's:
Wikipedia.
CIFR

zaterdag 5 februari 2011

Eluana (10 februari 2009)

Eluana Englaro is dood. Ze was slechts 38 jaar oud. Van die 38 jaar heeft ze 17 jaar in coma doorgebracht als gevolg van een ernstig auto-ongeluk in 1991.
Eluana was enig kind, en het leven van haar ouders veranderde van de ene op de andere dag. Ze zaten niet bij de pakken neer, ondanks de uitzichtloze toestand van hun dochter. Vader Beppino reisde van het ene ziekenhuis naar het andere, van de ene specialist naar de andere, zowel binnen als buiten Italië. Op zoek naar een sprankje hoop, op zoek naar iemand die hem zou vertellen dat er een kans was dat Eluana uit haar coma zou ontwaken en een enigszins normaal leven zou kunnen leiden. Enigszins normaal wil zeggen totaal verlamd (dat was vanaf het begin een bittere zekerheid), maar desondanks geestelijk in staat te beleven. Het was een zoektocht die zeven jaar duurde. Een ijdele zoektocht. Eluana was genoodzaakt verder te leven als een plantje. Een vegetatief leven, waarin ze zelfstandig ademde maar voor de rest kunstmatig in leven zou worden gehouden.

Eluana was dus 21 jaar oud toen ze het ongeluk kreeg. Een leeftijd waarop in huize Englaro over bepaalde dingen gesproken werd, leuke dingen en ook minder leuke dingen, belangrijke zaken en minder belangrijke zaken. Eluana's wens om nooit als een plantje haar dood te moeten afwachten was dan ook bij haar ouders bekend (zo heeft haar vader altijd verteld), en na zeven jaar was het, voor de ouders verschrikkelijke moment gekomen om aan die wens van hun dochter gehoor te geven. Vader Beppino hervatte zijn reis, wederom met hoop, hoop om ergens een mogelijkheid te vinden om zijn dochter waardig te kunnen laten sterven.
Euthanasie is in het, door het Vatikaan overschaduwde Italië uit den boze en wordt door de Italiaanse grondwet nog steeds als moord beschouwd (er wordt hier met veel afkeuring op de Nederlandse wetgeving  op dit gebied gereageerd). De enige uitweg is om de kunstmatige voeding te stoppen, en over de legaliteit hiervan is de Italiaanse grondwet even onverbiddellijk. "Njet" (ik gebruik even de Russische term, aangezien Silvio Berlusconi, president van de huidige Italiaanse regering, een dezer dagen verkondigde dat de Italiaanse grondwet opgesteld is onder invloed van de Sovjet-dictatuur door links Italië, gefinancierd met door bloed doordrenkte roebels). En toch, uiteindelijk na een "strijd" van tien jaar accepteert het hogegerechtshof de zaak "Eluana Englaro" als uitzonderlijk en beslist men dat Eluana mag sterven. De regering neemt haar positie in tegen de uitspraak en dreigt elke instelling die zich aanbiedt als laatste "stop" voor de comapatiënte met harde maatregelen. Het ziekenhuis "La Quiete" in Udine is desondanks bereid Eluana op te nemen. Terwijl in het parlement gediscuteerd wordt over een in de haast opgestelde noodwet die de "behandeling" moet laten onderbreken, terwijl Italië zich steeds scherper verdeeld in twee kampen van voor- en tegenstanders, sterft daar Eluana Englaro. Op dinsdag 9 februari, om tien over acht in de avond.

Als het nieuws Rome bereikt roept Gaetano Quagliarello, vice-president van Berlusconi's Populo della Libertà, naar de leden van de oppositie: ,,Eluana is niet dood. Jullie hebben haar afgemaakt!''. Uit de banken van de regeringscoalitie klinkt het "moordenaars, moordenaars". Een boodschap die vooral ook gericht is aan president Giorgio Napolitano, die enkele dagen geleden al had laten weten het decreet niet te zullen ondertekenen. Tumult, duw en trekwerk, taferelen die zelfs in de ergste en meest dubieuze bars van Caracas tot de uitzondering behoren.
Silvio Berlusconi vertelt aan de verslaggevers dat hij alles gedaan heeft om een leven te redden en dat de cultuur van de dood gewonnen heeft. Het is niet zijn schuld.
Voor het ziekenhuis in Udine, waar al dagenlang wordt gebeden voor verlenging van het "leven" van Eluana, wordt een Italiaanse vlag uitgerold waarop geschreven staat: "Beppino De Monte Campeïs moordenaars schande van Italië" (Beppino is de vader van Eluana, Amato De Monte staat aan het hoofd van het team dat Eluana in het ziekenhuis La Quiete begeleidde, Giuseppe Campeïs is de advocaat van de familie Englaro).

Het kamerdebat wordt opgeschort. En wie weet wanneer er beslissingen worden genomen om tot duidelijke regels te komen omtrent het onderwerp "biologisch testament", waarmee iemand aan mag geven wat zijn wil is in dergelijke gevallen. Het is een onderwerp dat weinig stemmen opleverd en wordt derhalve al decennia lang vooruit geschoven door zowel de rechtse en als de linkse regeringen. Het veilig stellen van de eenmaal ingenomen zetel in politiek Rome is immers belangrijker dan een mensenleven. Politiek Rome, in de schaduw van het almachtige Vatikaan.

woensdag 2 februari 2011

Ik wil gewoon een boekenwinkel binnenstappen en een boek uitkiezen... (16 oktober 2008)


Al een tijdje prijkt Roberto Saviano op mijn pagina, een held.
En niet alleen die van mij. Een groot deel van Italië sympathiseert met de 29-jarige journalist-schrijver, die sinds 2 jaar genoodzaakt is door het leven te gaan met een escorte van inmiddels 7 caribinieri. Op zijn hoofd staat namelijk een prijs.

Alles begint op vier jaar geleden, op 4 oktober 2004. Roberto Saviano is al een tijdje journalist, schrijft voor enkele Italiaanse en buitenlandse kranten en tijdschriften. Voor zijn werk verdwijnt hij soms dagenlang uit de roulatie, dringt door tot in de meest duistere hoeken en gaten van Napels en de omliggende Campania. Daar waar de camorra regeert. Hij neemt waar, wordt geconfronteerd met het "systeem", zoals de militair georganiseerde misdaadbeweging inmiddels wordt genoemd. Een systeem dat niets biedt, maar slechts neemt. Een systeem dat een kankergezwel is, dat zich tot in elke hoek van Italië uitzaait, en over de grenzen. De mensen zien de camorra nog vaak als de "romantische" maffiafamilies uit vervlogen tijden, strijdend om de macht in een beperkt gebied. Bloedbroeders, een afgesneden paardehoofd in een bed als waarschuwing, een enkele gewapende afrekening, al dan niet eindigend in een bad van vers gestort cement.
Niets is echter minder waar. De camorra kent geen onderscheid, wie in de weg staat wordt opgeruimd.
De clans kennen geen limieten: drugs, vervalste merken, winkels, wapens, afval, mensen, geld, cement...
Het systeem kent geen grenzen, Napels, Milaan, Spanje, New York, Venezuela, Mexico, Duitsland, Schotland, Amsterdam...
Saviano neemt waar en schrijft zijn stukjes, tot dan toe vrij anoniem. Artikelen die door de bazen van de camorra gedoogd worden.

Op 4 oktober 2004 slaat Francesco Iacomino de huisdeur achter zich dicht en gaat werken. Francesco werkt in de bouw, zoals velen doen. En zwart, wat vaker voorkomt dan een officiële, geregistreerde baan in Napels en omgeving.
Een paar uur later ontvangt zijn vader een telefoontje van de politie: zijn zoon is dood. Hij is gevonden voor het gebouw in Ercolano (Napoli) waar Francesco sloopwerkzaamheden verrichtte. Gewoon midden op straat, op het kruispunt van de Via Quattro Orologi en Via Gabriele D'Annunzi, daar achtergelaten door zijn collega's die in geen velden of wegen te bekennen zijn. Gevlucht, zonder politie of ambulance te bellen. Gevlucht, een kreperende collega in het stof achterlatend, die sterft, 33 jaar oud, bijna anoniem.
Het is de druppel die de emmer voor journalist Saviano doet overlopen. Een immense woede maakt zich van hem meester. Hij heeft geen bewijzen die bruikbaar zijn in processen, maar hij weet wat hij weet. Hij kent de waarheid en die smijt hij op papier. Geen artikel, maar een boek. De waarheid, alles wat hij weet (alles wat iedereen weet!), woord voor woord, naam voor naam. Het uiteindelijke resultaat is "Gomorra", een indrukwekkend "ooggetuigenverslag" van 331 bladzijden, wat twee jaar later, in 2006, in de vorm van een roman in de winkels ligt.
Er wordt in het "systeem" minderwaardig op het boek gereageerd. De hoofdrolspelers sturen hem laconiek hun versie van de feiten en schaamteloos worden "vergeten" acties uit de doeken gedaan. "Gomorra" wordt zelfs vervalst op de markt gebracht. Wie is die Saviano nou? Een breekbaar riddertje dat het op een houten hobbelpaard, gewapend met een plastic speelgoedzwaard, tegen de draak op wil nemen. Een Don Quichotte van de 21e eeuw.
Maar de clans vergissen zich, want de dwerg wijkt niet voor de reus. Zijn boek wordt ook buiten Campania bekend en in twee jaar tijd gaan er in Italië 1,2 miljoen kopieën over de toonbank. Een ongekend aantal. Het nieuws sijpelt ook over de grenzen door en inmiddels is "Gomorra", vertaald in 15 talen, in de boekenwinkels in 32 landen te koop. De verfilming is gelauwerd in Cannes en is nu in de race voor een Oscar als beste buitenlandse film. De bazen vermaken zich al lang niet meer om hun Don Quichotte. Saviano heeft ze in de schijnwerpers gezet, en dat is nou net hetgene wat zij niet willen.

De schrijver-journalist betaalt een zware prijs: vanaf eind 2006 wordt hij 24 uur per dag begeleid door een politie-escorte. Hij leeft zo goed als ondergedoken, moet om veiligheidsredenen regelmatig verhuizen, zijn verschijningen in het openbaar (interviews, lezingen) worden pas op het laatste moment bekend gemaakt. Want de bedreigingen keren regelmatig terug, en zijn heel serieus.
Eerder deze week werd bekend dat de Casalesi - de invloedrijkste clan en de grootste vijand van Saviano - heel ver zijn in de voorbereidingen van een moordaanslag op Roberto Saviano. Voor de kerst zou hij omgebracht moeten worden, en het wordt als bijzaak gezien dat daarbij ook eventueel leden van zijn 7 man sterke politie-escorte om het leven zouden komen.

En de politiek roert zich, lijkt in dit geval zelfs eensgezind. Uitzonderlijk, want eengezindheid en verantwoordelijkheid zijn veel gebruikte, maar schaars in de praktijk gebrachte termen in dit land.  Niet alleen de camorra en de maffia ondermijnen Italië.

Roberto Saviano zelf komt na het nieuws met een verklaring die iedereen verrast. ,,Ik ga weg uit Italië'', laat hij weten. Het lijkt geen beslissing te zijn die voortkomt uit angst voor de dreigementen. Als geen ander zal hij weten dat, als erop aankomt, hij nergens veilig is. Niet in Italië, en niet in het buitenland. Uit zijn woorden blijkt dat het vooral een daad van zelfbescherming is. ,,Ik merk dat ik zelf in deze twee jaar veranderd ben. Ik ben geen aangenaam persoon meer, ik wantrouw alles en iedereen, ben steeds op m'n hoede.''
Twee jaar isolatie hebben van Saviano een eenzame persoon gemaakt. Verbitterd ook. Het stoort hem overduidelijk dat hij min of meer genoodzaakt is in een "kooi" te leven omdat hij de waarheid heeft geschreven. De misdadigers leven een stuk geriefelijker. Van zijn "vrienden" zijn er weinig overgebleven. Een deel daarvan omdat ze het de schrijver kwalijk nemen om wat hij heeft gedaan. Omdat hij zich verrijkt heeft met hun geschiedenis, met hun verhalen, zoals sommigen beweren. Omdat hij de aandacht van de wereld op de Campania gericht heeft.
Op het eerste zicht lijkt het erop dat ook Saviano's Napels en Campania hem laten vallen. Op muren in de provincie zijn ruw geschilderde spreuken verschenen: "Saviano merda". Ook in Casal di Principe, waar een gewapend commando van de clan tien dagen geleden, practisch onder de ogen van het gemobiliseerde leger, een afrekening vereffende met een "verrader". En niemand heeft iets gezien of gehoord. Voor de televisiecamera's tonen sommigen zich zelfs onwetend over de moord.
Men is bang. Er heerst angst. Een angst die bijna tastbaar is in de stilte en de ontkenning.

Het is wellicht die angst die zich nu tegen Saviano keert. Niet zijn vrees, maar die van de anderen die zich uit in vijandigheid in het ergste geval, of op zijn minst in desinteresse.
Roberto Saviano doet er goed aan die angst de rug toe te keren en een pauze in te lassen. ,,Ik wil mijn leven terug'', zoals hijzelf zegt. Geen vlucht dus, maar een terugkeer. Weg van de angst die alles verlamt. Terug naar de relatieve rust, de stabiliteit die voor hij nodig heeft om weer datgene te kunnen doen waar hij goed in is. ,,Ik wil me weer kunnen bewegen in de anonimiteit, onderzoeken, en schrijven, schrijven.''
En tijd voor zichzelf. ,,Gewoon, een leven. Een huis. Ik wil met vrienden in het openbaar een pilsje kunnen drinken zonder over mezelf te moeten praten, gewoon een boekenwinkel binnenstappen en een boek uitkiezen aan de hand van wat ik lees op de omslag, verliefd kunnen worden. In ben verdomme nog maar 29 jaar.''

De link naar Roberto Saviano's homepage vind je hier.

zaterdag 29 januari 2011

Wat is de wat (8 augustus 2008)

In het zicht van de eindstreep heeft het "dreamteam" van George W. Bush eindelijk een staaltje van subtiele politiek laten zien. Ik ben geen fan van George, maar hij was erbij, bij de openingsceremonie. Officieel op uitnodiging van het IOC, vanzelfsprekend, maar China had niet anders gewild.
En George had een kadootje meegenomen, een vaandeldrager, luisterend naar de naam Lopez Lomong. Een Afrikaans vluchteling die de "stars-and-stripes" het vogelnestje binnen mocht dragen, een boegbeeld van de Grootste Democratie ter wereld. En tegelijkertijd een publieke draai om de oren van China. Het grote China wiens schaduwen zich steeds verder uitspreiden, tot over de wereldzeeën, tot in Washington, New York, LA. In China, onder de schijnwerpers van heel de wereld, paradeerde Lomong, vluchteling uit het zuiden van Soedan, vluchteling voor het door China gesteunde regeringsbewind, met in de knuisten de vlag van de Verenigde Staten van Amerika. We hebben het in de kranten kunnen lezen, en op het blog van Rolf Bos, Kort Afrikaans. En China kon slechts toekijken en glimlachen als de welbekende Chinese boer met de welbekende Chinese kiespijn. Reageren zou immers betekenen schuld bekennen.
George voelde zich goed, lachte, wuifde, met naast zich zijn Barbara.
Ik hou van deze spelletjes, misschien omdat ze logistiek gezien zo goed in elkaar zitten (de logistiek, dat is mijn werk). Het maakt me niet uit wie verliest en wie wint. Als het goed gespeeld wordt is het een mooi schouwspel om naar te kijken.
,,Dit is de mooiste dag van mijn leven'', jubelde Lopez Lomong toen hij te horen kreeg de vlag te mogen dragen. Het is waar, hij heeft het gemaakt, als een van de weinige Darfur-vluchtelingen. Maar hij begrijpt ongetwijfeld ook dat hij slechts een marionet is van de Bush-clan. Dat het weinig Amerikanen interesseert hoe hij het er vanaf brengt op zijn afstand, de 1500 meter. De zwarte Amerikanen al helemaal niet. En George W. nog minder. En hij weet dat veel van zijn makkers het veel moeilijker hebben om het hoofd boven water te houden.
Wie het boek "Wat is de Wat" van Dave Eggers heeft gelezen heeft waarschijnlijk hetzelfde gedacht als ik. Mooi als een bepaalde gebeurtenis, dichtbij of veraf, je aan een boek doet denken. Het wil zeggen dat het indruk heeft gemaakt.


"Wat is de Wat" is het verhaal - waar gebeurd, maar door Eggers op een knappe wijze in de vorm van een roman gegoten - van een andere vluchteling uit het zuiden van Soedan. Deze vluchteling, Valentino Achak Deng, moet vluchten uit zijn dorp, ziet hoe zijn familie en vriendjes worden afgemaakt. De lange tocht naar de vrijheid, een vluchtelingenkamp in Kenia, waar hij uiteindelijk 15 jaar woont. De uiteindelijke toestemming om naar Amerika te vertrekken, en daar het kloppen op de deur van zijn appartement, de zin waarmee het boek begint. ,,Ik heb geen reden om de deur niet open te doen, dus ik doe de deur open.''
Het is een geweldig boek wat in al zijn fases een diepe indruk maakt. Aan het eind vraag je je af waar Valentino zich uiteindelijk tevredener voelde.

Hans Bouman heeft er een goede recensie over geschreven voor de Volkskrant onder de titel Rauw Olifantenvlees.
Op Helena's web-spinsels tref je verder een zee van informatie aan over het boek en over Soedan en Darfur.