Tijdens het laatste rondje voor het slapen gaan heeft een van onze honden, Cicia, zich gisteravond geprikt aan een rozestruik. Ik had er niets van gemerkt, maar vanmorgen plakte er een spoortje geronnen bloed op haar linker oor. Even schoonmaken met een wattendoekje en lauw water, en ontsmetten natuurlijk. Onze bejaarde dame ondergaat het alsof ze vreselijk gestraft wordt. Staart tussen de poten, oren in de nek, wat het er niet gemakkelijker op maakt. Onze andere viervoeter, Oronzo, is tijdens dergelijke operaties in geen velden of wegen te zien. Af en toe verschijnt zijn kop even wantrouwig vanachter de bank om te kijken of het leed al geleden is.
Ook wat kleine spikkeltjes bloed op een paar plavuizen. Daar zal ik me na het rondje met Cicia en Oronzo over het dorp aan wijden.
Wat kleine spikkeltjes bloed op een paar plavuizen. Hé, voor de voordeur een vage afdruk van een schoen. De mijne. Voeten vegen, Ron! In de keuken ontdek ik wat kruimels die Oronzo over het hoofd heeft gezien. En voor ik het weet ben ik dus het hele appartement aan het dweilen. Dit, na eerst goed gestofzuigd te hebben natuurlijk.
De honden houden er niet van als er gestofzuigd en gedweild wordt. Verstoord kijken ze me vanuit hun mand aan terwijl ik met het zweet op het voorhoofd aan het zwoegen ben. Vooral Oronzo is een meester in het tot uitdrukking brengen van zijn hondegedachten. Of ik dat niet een andere keer kan doen? Of ik niet zie dat hij en Cicia het op het ogenblik heel druk hebben met het verantwoord uitbuiken na het zojuist genoten (en door mij geprepareerde) ontbijt?

Buiten schijnt de zon. Een aangename 15 graden wijst de thermometer op het balkon aan. De krant ligt nog opgevouwen op de keukentafel, ik ben er nog niet aan toegekomen. De dweil verdwijnt in het sop. Wat zou nu precies de betekenis zijn van "een hondenleven leiden", vraag ik me af terwijl ik hem uitwring.


Er zullen ongetwijfeld honden zijn die het beter hebben als de onze. Maar zeker weten dat velen het een stuk slechter hebben. Zwerfhonden in de buurt van Selva di Fasano worden tijdens de wintermaanden zoveel mogelijk opgepakt. Dat is logisch, want dikwijls vormen ze roedels en daarin zijn ze ontzettend agressief, niet alleen tegenover andere dieren maar ook tegenover mensen. Dat oppakken gebeurt niet met zachte hand (de Italiaan staat immers niet bekend als groot dierenvriend) en daarna is het aftellen voor de meeste van de honden. Een dag of drie, tot een week of drie, en dan laat men ze inslapen. Ik heb er geen behoefte aan te weten hoe dat gebeurt.
anders. Deze priester bulkte dermate van het geld dat hij zijn eigen kerk liet bouwen bij Selva, met een kast van een huis. Zijn terrein liep langs de glooing van de heuvel naar beneden, tot aan de hekken die de Zoo Safari omringen. Don Angelo vertoefde hier de zomer en zorgde eerst en vooral voor de zwerfhonden. Ook in de winter trok hij dagelijks in zijn kleine auto vanuit Fasano naar zijn eigen kerk om de gulle giften van slagerijen, pizzeria's, viswinkels en bakkers aan "zijn" honden te gaan voederen. Niemand snapte goed hoe hij er met zijn enorme lichaam in slaagde in en uit het luid
ronkende vehikel (hij deed alles in zijn tweede versnelling) te komen. Voor zijn eigen hond, een bijna witte labrador, was in ieder geval geen plaats meer over en die legde het stuk dagelijks, zijn eigen paden tussen de bomen en struiken volgend, op z'n poten af. Don Angelo was een druk mens. Te druk om zichzelf of zijn kleren regelmatig op een, dikwijls hoognodige schrobbeurt te trakteren. De zwarte habijt die hij weken achtereen droeg was op den duur dermate verzadigd van de etens- en drankresten die drie of meer maal daags langs de geestelijke kin naar beneden druppelden, dat het kledingstuk met gemak rechtop zou hebben kunnen blijven staan zonder steun van het omvangrijke lijf van de eigenaar. Een opmerkelijke verschijning dus, Don Angelo, die
toch dagelijks maar vooral 's zondags op een vaste schare "fans" in zijn kerk mocht rekenen. De oude dametjes, de dikke donkere kousen over de blanke benen, biddend terwijl de kralen van de rozenkrans tussen de doorleefde vingers heen gleed. De schaapjes die hun herder devoot volgden tot hij na een ernstige ziekte op 75-jarige leeftijd overleed en, zoals men dat zo mooi zegt in die kringen, teruggeroepen werd naar het huis van zijn vader.
Maar nu zijn de zwerfhonden dus een probleem in Selva di Fasano, of eigenlijk in heel Puglia, of eigenlijk in heel Italië. Weinig toeristen die er geen tegenkomen. Het is een teken aan de wand. Met het land gaat het niet best, cultureel niet en economisch al helemaal niet. In een land waar het goed gaat zie je weinig of geen zwerfhonden of -katten. Nederland, Noorwegen, noem maar op.
morgens onze auto aan hoort komen. De afstand tussen Pietro en ons neemt dagelijks iets af. Een meter of tien de eerste dagen, een flinke stap op het eind. Maar altijd houdt hij net genoeg ruimte om niet aangehaald of geaaid te kunnen worden. Het is duidelijk dat hij minder prettige ontmoetingen met mensen heeft gehad. Van z'n luizen en z'n teken kunnen we hem dus niet afhelpen, van zijn lege maag wel. Blikken hondevoer, resten pizza's, vlees en vis die we soms meevragen in een restaurantje, het gaat er in als Gods woord in een ouderling - om even in de geest van Don Angelo te blijven.
Soms krijgt Pietro na een tijdje gezelschap van twee andere honden, een pub en dominant mannetje, half zwerver en half erfhonden bij een vrijwel vervallen huisje in de buurt.
Er zijn mensen die al naast hun bed staan voordat ze hun ogen open hebben. Bij mij duurt het altijd even. Langzaam wijken de wolken waarin m'n slaap gehuld is, of soms nog moeizamer is het alsof ik een keldertrap beklim. Aan het eind de morgen, die ik kalm begroet. Boven me het wonderlijke dak van de trullo. De honden merken waarschijnlijk aan mijn ademhaling dat ik wakker ben, want een natte neus port in m'n rug. Rechts van me kijkt Oronzo me opgewekt aan, zijn voorpoten op de rand van het bed. Achter hem staat Cicia, veel ouder al, luid geeuwend en nog wat slaapdronken op de poten, maar ook zij klaar om de dag te beginnen. Links van me, Lief. Ze slaapt nog, en haar rustige ademhaling is één met de geluiden van de morgen die vanachter de vensterluiken het halfdonker van de slaapkamer binnendringen. Ik glij uit m'n bed en voel de aangename koelte van de tegels onder m'n voeten. Op de voet gevolgd door twee enthousiaste viervoeters strompel ik wat stijfjes naar de buitendeur, die na de twee draaien van de sleutel met een ijzeren klik uit het slot springt. De zware deur zwaait open en Oronzo en Cicia schieten langs m'n benen naar buiten. Ik zet de deur vast aan de haak in de muur, rek me uit. Voor me trekt de achterkant van de nacht naar het westen, een frisheid achterlatend die de bloemen op het terras hun kelkjes uitnodigend doet openen. De bijen en wat vlinders zijn al druk in de weer en doen zich tegoed aan rozerood, leliewit, fuchsiaroze. Hoog daarboven een hemel van blauw. Dit is m'n paradijsje.


Ik sta op en fluit om te weten waar de honden uithangen. Cicia komt meteen de hoek omrennen, maar Oronzo laat langer op zich wachten. Later hoor ik bij buurman Luigi dat Oronzo 's morgens steevast een paar honderd meter van huis te vinden was. Hofmakerij en ondertussen een "vorkje meeprikken" op het erf van ene Pugliëse schoonheid. Een kwartiertje en dan voldaan naar huis. We gaan een blokje om. Onze "trulli" op een heuvel die zo'n 400 meter boven Fasano uitsteekt, en ik hou ervan om 's morgens vroeg naar de rand van ons terrein te lopen vanwaar je over de vlakte tot aan de zee uitkijkt. Direkt aan de voet van de heuvel dus Fasano, met haar beroemde Zoo Safari, een van de grootste dierentuinen van Europa. Maar ik ben geen dierentuinliefhebber, dus ik ben nog nooit in de Zoo Safari geweest. Ik vind het op zich zelfs wel prettig dat we het park niet kunnen zien vanaf hier.
We draaien ons om en gaan terug, de honden iets voor me, of iets achter me, maar steeds in de buurt. Ze houden van deze rondjes. Door de bosjes, waar elke boom zijn eigen verhaal heeft. Er staan ook wat fruitbomen. Langs de groentetuin van Peppino, de zoon van Nenette, en terug naar de groep huisjes. Nenette hoort hier, maar dit jaar is ze er niet. Ze sukkelt met haar gezondheid en verkiest haar huisje in het hete Fasano boven de kleine "trullo" in Selva. Ook Peppino kan er niet bij. ,,Dan gaat ze de rozenkrans bidden met haar vriendinnen'', zegt hij hoofdschuddend. Ook de luiken van de trullo naast het kleine kerkje zijn hermetisch afgesloten. Hier brengt normaal gesproken zia (tante) Pia de zomer door, met haar dochter Maria-Cristina, maar ook zij zit in de lappenmand. Luigi en Maria zijn de laatsten. Ze wonen hier niet alleen 's zomers maar ook 's winters.

Via 2 Giugno refereert naar een historische datum in de geschiedenis van Italië. Op 2 juni 1946 werd namelijk het eerste institutionele referendum gehouden waarmee de Italianen kozen voor een republiek. Dit ten koste van het koninkrijk, en dus van de koninklijke familie Savoia die na 85 jaar naar het buitenland werd verbannen. Hoewel de Savoia's gedurende de oorlog openlijk de kant van de fascisten gekozen hadden was het verschil tussen voor en tegen niet zo groot als dat je zou verwachten. Nog altijd 10,7 miljoen bleven de koning trouw, terwijl 12,7 miljoen Italianen voor een republiek kozen. Deze kwam er dus dankzij het referendum, en werd officieel op 1 januari 1948. Nog steeds gaan er stemmen over fraude tijdens het referendum. 



