Posts tonen met het label voetbal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label voetbal. Alle posts tonen

vrijdag 18 februari 2011

Oranje naar de finale, met dank aan Renato Borghetti? (7 juli 2010)

Italianen zijn erg gelovig. En nog meer dan gelovig zijn ze bijgelovig. Bijna alles heeft wel een betekenis. Positief (een duif die in vogelvlucht juist jou weet te treffen met zijn uitwerpselen) of negatief. Gelukkig is er voor de meeste negatieve voorbodes een tegenmiddel om het lot te keren. Bijna dagelijks wordt ik geconfronteerd met een huisgenote die wat korrels zout over haar schouder naar achteren werpt als ze per ongeluk wat zout heeft gemorst bij het bereiden van de pasta.
Bijgeloof heeft niets met intelligentie te maken, of het gebrek daaraan. Iedereen heeft wel een tik, ongeacht in welke laag van de maatschappij hij of zij zich doorgaans beweegt. Ik ben er na ruim tien jaar in Italië gewend aan geraakt. Erger nog, ik heb er iets van overgenomen.

In mijn vorige bijdrage meldde ik al dat ik het Nederlands elftal nog niet had zien spelen op het WK. Niet omdat ik niet wil kijken, maar de eerste drie wedstijden werden gewonnen tijdens mijn vakantie zonder dat ik daarbij op afstand toeschouwer van was. Ik heb het beste met onze jongens voor, en daar kwam dus dat Italiaanse bijgeloof-duiveltje om de bocht kijken. Ik keek niet naar Nederland-Slovenië, en Oranje won. Ik keek niet naar Nederland-Brazilië, en Oranje won. En gisteren keek ik niet naar Nederland-Uruguay, en Oranje won. Ik begin me zo langzamerhand een echte octopus te voelen, heb er zelfs al even over nagedacht om mijn naam in Paul te veranderen.
Niet kijken was tot gisteren niet eens zo moeilijk. Tijdens de groepswedstrijden was ik immers op vakantie, en tijdens de achtste en de kwart finales was ik aan het werk. Maar gisteravond zou ik dus thuis zijn geweest. Lichte paniek. Wat moet ik doen? Eerst had ik het plan opgevat om naar de bioscoop te gaan, maar uitgerekend eergisteren was “mijn” Cinema Astra aan haar zomerreces begonnen. Victoria of Modena waren een alternatief, maar de weeїge geur van popcorn die daar in de zalen hangt ruik ik de volgende dag nog. Op de culturele agenda van Trento zie ik dat er een concert is in Piazza Battisti. Dan daar maar naartoe. Ook al zegt de naam van de groep me niets, een snelle blik op internet is veelbelovend...
 

 
Piazza Battisti is een plein dat aan de achterkant aan het Teatro Sociale grenst. Het is niet groot, maar imponeert. Vooral door de typische stijl van de gebouwen die het plein omgeven die bijna allemaal in de fascistische periode zijn opgetrokken. Rechte lijnen. Strak. Niet de meest romantische plaats van Trento.
Toch zijn de terrasjes van de twee café’s aan de noordzijde altijd druk bezet. Ook nu. Er wordt gelachen, gepraat, gediscusseerd over het voetbal, ook al ligt Italië er al lang uit. Voor het podium zit en staat een paar honderd koppend tellend publiek te wachten op wat komen gaat. Als Renato Borghetti om iets over half tien samen met zijn Quartet het licht van de schijnwerpers instapt klinkt applaus. Op de terrasjes kwebbelt men rustig voort. En dan begint Berghettinho, zoals hij door zijn fans genoemd wordt, te spelen. De eerste tonen die uit zijn ‘gaita ponto’ opstijgen zijn traag, fladderen als vlinders de zwoele zomeravondlucht in. Zijn kompanen vallen in, klarinet, piano en gitaar. Een rondreis door de, door Borghetti eigentijds ingekleurde volksmuziek van de Rio Grando do Sul, de meest zuidelijke van Brazilië's 26 deelstaten, begint. Het duurt niet lang of zelfs de drukste stemmen op het terras zijn verstomd. 'Magia', noemt men dat hier, magie.


Rio Grando do Sul, het grensgebied tussen Brazilië en Argentinië. De Milonga heerst er, de chamamé, de chacarera, de tango, en de samba natuurlijk. Toen de in 1963 in Porto Alegre geboren Borghetti op 16-jarige leeftijd de 'gaita ponto' (de Braziliaanse kleine versie van de knop-accordeon) begon te bespelen had hij na verloop van tijd eenvoudig in de anonieme massa van locale artiesten kunnen verdwijnen. Maar het liep anders, want hij had talent. En niet alleen dat. Hij wilde niet enkel de traditionele volksmuziek spelen, maar er een persoonlijke klank aan geven. En zo begon hij dus te componeren, creëerde een mix van de verschillende populaire muzikale stromingen uit zijn geboortestreek. Niet alleen met elkaar, maar ook met de jazz. Het verrassende was dat Borghetti's muziek, die duidelijk verwijst naar zijn roots, maar nergens puur folk wordt, geaccepteerd wordt. Sterker nog, zijn eerste cd, 'Gaita Ponto' uit 1984, gaat meer dan 200.000 keer de toonbank over. Het levert hem als eerste Braziliaanse artiest een gouden plaat op voor een album waarop slechts één enkel instrument te horen is. In zijn Rio Grando do Sul wordt hij op handen gedragen, en hij wordt als een van 's werelds beste accordeonspelers beschouwd. Sommigen vergelijken zijn werk als componist met dat van de grote Ástor Piazzola die de nuevo tango creëerde.

Het Renato Borghetti Quartet brengt moeiteloos de speciale mix van Zuidamerikaanse folk en jazz over op het publiek in Trento. Het wordt nergens te 'jazzy' voor de toevallige passant of de, zoals ik, nieuwsgierige bezoeker. Het wordt nergens zo 'folky' dat het publiek het publiek mee gaat klappen. Borghetti is vanzelfsprekend het centrale punt. Het typische geluid van de accordeon valt naadloos in op de momenten dat een vleugje 'pepe' gewenst is. Hij bespeelt de 'gaita' als Danny Boodman T.D. Lemon in Alessandro Baricco's “Novecento: la leggenda del pianista sull'oceano”.
Pedro Figueiredo is op sax, clarinet en dwarsfluit de tweede pijler. Zijn spel en dat van Borghetti sluiten heel mooi op elkaar aan. Gitarist Daniel Sá en pianist Vitor Peixoto zijn onhoorbaar aanwezig en zijn juist daardoor twee onmisbare elementen. Toch krijgen ze de ruimte die ze verdienen. Hun “duetten” met de 'gaita ponto' zijn pareltjes.
 

 
Tussen het laatste nummer en de 'bis' gaat Lief nog twee pilsjes halen. ,,Mag ik je het goeie nieuws vertellen'', vraagt ze als ze terugkomt. Ik heb werkelijk geen idee waar ze het over heeft.
,,Nederland heeft met 3-2 gewonnen!''
Ik was de wedstrijd compleet vergeten. Dat maakt het nieuws er niet minder leuk om. En de 'bis' is een mooie afsluiting.
Tijd om te bedenken waar ik zondagavond eens naartoe zou kunnen gaan.






Het Renato Borghetti Quartet treedt op 10 juli om 16.30 uur op tijdens het Brosella Festival in Brussel.

Ontbijten met twijfels, en Tschaikovsky (19 februari 2010)

Het is al minder donker als ik om iets over zes het balkon opstap. De bergen zijn al niet meer één met het zwart van het nachtelijk firmament, en hun contouren steken weer al duidelijk af tegen het bic-blauw waarmee de overgang van nacht naar dag de hemel ingekleurt.
Het is nog frisjes, maar zeker niet meer zo koud als een paar weken geleden. Hoewel, koud? Ik las gisteren in de krant dat de voorbije maand wereldwijd de op drie na warmste januari van de laatste honderd jaar was.
Januari, februari. De ‘r’ zit dus nog in de maand. Ik haal vier sinaasappelen uit de bij 'de Siciliaan' gekochte kist op het balkon, wat precies genoeg is voor twee glazen ‘spremuta’.


Gigi krijgt ze de laatste tijd flink om de oren. Gigi Buffon, de beste keeper ter wereld. Zijn Juve is inmiddels afgezakt naar de zesde plaats, en maar liefst 32 maal heeft hij moeten vissen. Zo heette dat ooit, als je als doelman de bal uit het net moest halen. Best een mooie beeldspraak.
Ik ben nooit een visser geweest, in de zin van in alle rust uren lang naar een dobber te zitten staren. Wel heb ik jaren lang het doel verdedigd bij de pupillen en de junioren van mijn clubje, de VV Axel. VV betekent Voetbal Vereniging, maar voor de elftallen waar ik de sluitpost was had het ook voor Veel Verliezend kunnen staan. Ik was een lange, maar zeker geen grote. Ik had mijn ups en downs, en helaas voor mijn ploeggenoten waren die ups even spaarzaam als dat de downs legio waren. We wonnen wel eens omdat ik in vorm was, momenten die ik nog steeds koester. Maar de keren dat we de boot ingingen dankzij mijn pittoreske blunders hadden de overhand. Gek, maar ook die blunders koester ik. Af en toe komt er eentje als een ‘kantstoter’ bovendrijven in de zee van herinneringen aan mijn jeugd, en dan moet ik me inhouden om niet hardop te lachen.

Voor me stond onze laatste man, die naar de veel betekende bijnaam ‘Strukel’ luisterde. ‘Struikel’, in ABN, maar dat werd toen nog niet gesproken op de velden van de VV Axel. Het zal je niet verbazen dat zowel Strukel als ik (bijna) nooit in staat zijn geweest om ons elftal overeind te houden. Maar we verdienden ons brood er niet mee, en we hadden lol.
En dus voel ik met Gigi mee. Ook hem lukt het de laatste tijd niet zijn team overeind te houden. En aangezien hij er wel zijn brood mee verdient, en duidelijk niet echt veel lol heeft tussen de palen, voel ik dubbel met hem mee.

Het zou te ver gaan Gigi’s matige prestaties als reden aan te voeren waarom de Cocopops van onze ontbijttafel zijn verdwenen. De Cocopops in die felrode kartonnen doos vanwaar een nog overtuigende Buffon ons zelfverzekerd over de mokken met dampende thee en de kruimels op de bordjes aankeek. De Cocopops, die heel eenvoudig niet in het assortiment voorkomen van de supermarkt waar we tegenwoordig de boodschappen doen. Het is een bio-supermarkt, zonder grote merken, zonder veel te uitgebreide keuzemogelijkheden, zonder flessen bronwater uit Puglia omdat er ook bronwater uit bronnen om de hoek gebotteld worden.
Bio-produkten hebben al meteen bij de eerste oogopslag twee karakteristieken: de prijs, die over het algemeen redelijk wat hoger is, en het uiterlijk. Het ziet eruit zoals het eruit ziet, zonder kleurstoffen, zonder een met allerlei middelen glimmend gemaakte schil, en er zit af en toe wel eens een plekje aan. Dat neem je als bio-consument graag op de koop toe, want dat hoort nu eenmaal bij dat onbespoten, ongemanipuleerde spul. En zo nuttig ik dus ’s morgens corn flakes van biologische mais, een dikke snee zelf met biologische bloem gebakken brood, eco-solidale thee van eerlijk betaalde theeplukkers ergens heel ver weg, en sinaasappelsap, vers geperst uit sinaasappels met hier en daar een plekje en wat oneffenheidjes op de oranje schil.
Dat is een bewuste keuze. Dat weet ìk en - zo pieker ik al een aantal weken - dat weet die grote producent met zijn glimmende bespoten produkten natuurlijk ook. En dat doet me een beetje ongemakkelijk op mijn stoel wiebelen (ik zou het graag lichtebillen noemen, maar daarvoor heeft mijn gewicht de limiet al ruimschoots overschreden) en nog meer piekeren. Want die grote producent met zijn glimmende bespoten produkten is niet dom, daar ben ik van overtuigd. Die doet er achter de schermen waarschijnlijk alles aan om een verloren consument terug te winnen. Achter de schermen, wat dikwijls gelijk staat met hetgene wat het daglicht niet mag zien.
Wat ik dan piekerend voor me zie zijn de immense bananenplantages van het merk met het blauwe etiketje waar de te kleine bananen op een grote hoop gegooid worden (niet te voorzichtig om een ‘bewerkte’ schil te verkrijgen) en vervolgens van een groen eco-vriendelijk-stickertje worden voorzien. Ik zie de lopende banden van een appelsienen-multinational: de mooiste sinaasappels worden door het personeel van de band genomen en in een plastic oranje netje gestopt. Wat blijft liggen wordt een eind verder van de band gehaald om in koekjes, cake en jus d’orange verwerkt te worden. De minst fraaie exemplaren worden pas op het eind van de band gehaald en daar voorzien van een eco-solidaal merkje. Ook bio-business is business, pieker ik, en waar business is wordt geld verdiend. Heel veel geld.

Ik neem een slok van mijn sinaasappelsap. Het smaakt allemaal wel beter, denk ik... geloof ik... toch?
Mijn blik dwaalt af naar de eenvoudige verpakking met corn flakes van verantwoord gecultiveerde mais. Ik mis de zelfverzekerde glimlach van Gigi. Jammer dat ik de lege doos niet bewaard heb.





Het tweede deel uit Tschaikovky's 'Seizoenen' wordt voor het gemak dikwijls 'Februari' genoemd. De oorspronkelijke naam is echter 'Carnaval'.
Doe daar maar eens een polonaise op...



De foto van de sinaasappels komt van www.sodahead.com.

zondag 13 februari 2011

Ontbijten met Gigi Buffon en Green Day (30 september 2009)

Eenmaal terug van een weekje vakantie Kreta blijkt het opeens nog donker te zijn als de wekker op maandagmorgen om zes uur afloopt. Het duister draagt niet echt bij aan de feeststemming, die het begin van de eerste werkdag begeleidt. Bovendien blijkt het buiten heel frisjes te zijn, maar dat verandert na een paar dagen. September wordt een mooie nazomermaand, en de dagelijkse ritmes hernemen zich snel, alsof ik nooit ben weg geweest.

De voetbal-competitie is weer begonnen. Ik volg het niet meer van nabij, maar desondanks ontkom ik er niet aan. Na een aanwezigheid van enkele maanden staart Gigi Buffon me aan de ontbijttafel weer aan vanaf de doos met Cocopops. De nummer 1 (zo zet de goede man ook zijn handtekening) van Juventus – nee, van Italië – nee! Van Europa – nee!! Van de wereld – nee!!! Van het heelal – wijst er in, zeker niet door hemzelf gekozen woorden op hoe goed het is de dag met Cocopops te beginnen. Ik voel me al een stuk beter nu. Op de zijkant van de doos staat beschreven wat er allemaal in die balletjes zit, die inmiddels in mijn melk ronddrijven. Energie, eiwit, suiker, zetmeel, vet, vezels, sodium/natrium, zout, vitame B1, vitame B2, vitame B3, vitame B6, foliumzuur, vitame B12, vitame C, vitame D, ijzer, magnesium, fosfor, zink, kalium. Met de eetlepel halverwege lees ik het hele rijtje. Met open mond, verwonderd dat ze al dat spul in zo’n klein balletje weten te proppen. Verbaasd ook, want tussen de ingrediënten zie ik een paar dingen staan die regelrecht naar de bodem van mijn cocopop-kom zouden moeten zinken, terwijl heel het spul toch vrolijk en ietwat knisperend op het melkoppervlak rond blijft drijven. Is dit te vertrouwen?

Radio 3 verwent me, zoals elke morgen, met lekker-rustig-wakker-worden-muziek. Klassiek. Tot kwart voor zeven, want dan is het tijd voor vijf minuten radio-journaal. Op 17 september komen zes Italiaanse militairen om bij een aanslag in Afghanistan. Italië rouwt, en de demonstratie voor de persvrijheid wordt een aantal weken opgeschoven.

Op vakantie aten we een roereitje bij het ontbijt. Ja, je moet iets als er geen cocopops in de buurt zijn. Dat leek ons wel iets voor thuis, in het weekeinde, want dan hebben we wat meer tijd. Maar het is er nog niet van gekomen. Geen zin om ’s morgens vroeg te gaan staan bakken, geen zin in een eitje. Gek eigenlijk, dat sommige dingen tijdens een vakantie blijken te functioneren en vervolgens thuis niet willen lukken.




Billie Joe Armstrong van Green Day schreef “Wake me up when September ends” in nagedachtenis aan zijn vader. Deze overleed op een dag in september, toen Billie Joe 10 jaar oud was.



vrijdag 11 februari 2011

De bank (20 augustus 2009)

De “Superenalotto”, die Italië sinds een paar maanden in haar greep houdt, is een hele simpele loterij. Een lot met 90 nummers, waarvan je er 6 uitkiest. Worden die 6 numers getrokken, dan win je de jackpot. Op 31 januari van dit jaar gebeurde dat voor het laatst. Sindsdien is er geen 6 meer gevallen en is de jackpot opgelopen tot 143,9 miljoen euro. Netto.
Italië is dus in de ban van de “Superenalotto”. En niet alleen Italië. Vooral de Fransen wippen graag even de grens over om te spelen. Hoewel dat “even” de laatste weken heel relatief is, gezien de rijen bij de giornalai en tabacchai waar je kunt spelen steeds langer worden. Vanuit Duitsland worden zelfs vliegtuigen gecharterd om op dinsdag, donderdag of zaterdag in Italië een gokje met kans op een vermogen te wagen.

De “Superenalotto” is het gesprek van de dag. Zelfs de televisie-journaals besteden er drie maal per week aandacht aan. En velen vragen zich af wat te doen in het geval hij of zij die 143.900.000 euro wint.


Ik heb een huis gekocht. In Puglia. In Selva di Fassano, om precies te zijn. Op een heuvel. Het huis is niet te groot. Juist genoeg om je lekker te voelen. Geen zwembad. Op het terras voor het huis staat een bank. Een mooie geriefelijke buitenbank. Donkerbruin gekleurd riet, en op de zittingen cremekleurige kussens.
Het is zondagmiddag. Op de bank zit een jongeman. Hij kijkt uit over het terras, met daarachter het panorama van de vlakke kuststrook die vijf kilometer ver weg overgaat in het blauw van de Adriatische Zee. De jongeman luistert naar de naam Cristiano Ronaldo dos Santos Aveiro en voetbalde tot kort bij Real Madrid. Maar sinds ik heb voor 100 miljoen heb overgenomen ben ik zijn baas.
En sindsdien zit hij elke zondagmiddag bij mij op de bank. Drie kwartier lang, waarna ik hem binnen roep voor een kopje thee. Daarna neemt hij weer plaats op de bank. Nog eens 45 minuten, en dan gaat Cristiano naar huis. Voor de rest niks.

Een verspilling van zijn talent, koppen de kranten over de gehele wereld al weken lang, maar dat zal me m’n reet roesten. Een verspilling van geld, daar zou ik het mee eens kunnen zijn. Maar dat schrijven de journalisten niet, bang om de presidenten van de miljoenenclubs tegen de schenen te trappen.
De presidenten die me plotseling allemaal blijken te kennen en me zo’n aardige jongen vinden. Waarna hun aanbieding volgt. Ze hebben door dat het geld me weinig kan schelen en doen op de meest ludieke manieren een schepje bovenop hun miljoenen-aanbiedingen. Joan Laporta i Estruch, de president van Barcelona, heeft me aangeboden de Ramblas in de Catalaanse hoofdstad om te dopen tot de Ronblas. Roman Abramovič, de Russische eigenaar van Chelsea heeft mijn zijn jacht gratis aangeboden, hetzelfde jacht waar David Beckham’s echtgenote dermate haar zinnen op had gezet dat ze manlief chanteerde met een sex-boycot als hij het haar niet kado zou doen. Massimo Moratti wilde Ronaldo zo graag in zijn Inter dat hij me via via een plaatsje op de Pirelli-kalender garandeerde. En Louis van Gaals Bayern München had een vrachtlading originele Zuidduitse koekoeksklokken voor me vrijgemaakt, dit alleen nog maar als dank voor een eerste oriënterend gesprek. En dan natuurlijk Papi Silvio. Meneer Berlusconi heeft me een post als minister aangeboden in zijn regering als ik de talentvolle voetballer aan Milan zou verkopen.
Het zal niemand verbazen dat ik nee gezegd heb op alle aanbiedingen. Cristiano Ronaldo is van mij en blijft de komende vier jaar van mij. En als er in Italië gevoetbald wordt zit hij de zondagmiddag bij mij op de bank. Punt uit.

Er staat een tv-ploeg voor het hek. Ze hebben 45 minuten lang staan inzoemen op mijn bankzitter, maar nu deze even naar binnen is verdwenen voor de thee hebben ze even niets te doen. Ze vragen of ik een babbeltje wil maken, en ach ja, waarom niet. ,,Eén vraag’’, zeg ik streng en hooghartig, zoals ik dat de grote trainers van de grote clubs op televisie zie doen.
,,Wat heb je met die andere 40 miljoen, de rest van de jackpot gedaan, Ron?’’
,,Een goeie vraag’’, antwoord ik. ,,Maar dat zeg ik lekker niet.’’
Ik draai me om en loop over de oprijlaan terug naar mijn huis. Als ik halverwege ben roep ik ,,Cristiano! Het is tijd!’’ Ronaldo komt naar buiten en neemt zijn plaats weer in op de bank. ,,Nog even, jongen’’, zeg ik in het voorbijgaan. ,,Dan mag je weer naar huis.’’

maandag 7 februari 2011

Waak voor namaak (24 juni 2009)

Het toernooi om de FIFA Confederations Cup in Zuid-Afrika is een regelrechte flop geworden voor Italië. De regerend wereldkampioen won de eerste wedstrijd met 3-1 van de Verenigde Staten, maar ging daarna roemloos tenonder tegen Egypte (1-0) en Brazilië (3-0). De jongens van Marcello Lippi overleefden de eerste ronde dus niet en mogen de halve finales tussen Spanje en USA en tussen Brazilië en Zuid-Afrika thuis vanaf de, waarschijnlijk zeer confortabele bank bekijken.


Als gevolg van de matige prestatie van de "nazionale" krijgt het spotje van het Italiaanse ministerie van economische ontwikkeling in haar strijd tegen namaak en vervalsingen een onverwachte extra dimensie...






Waak voor namaak dus. Het is een plaag die het bedrijfsleven - niet alleen in Italië - honderden miljoenen kost.
De organisatie achter de dikwijls niet van echt te onderscheiden vervalsingen van bijvoorbeeld merkkleding en tassen is over het algemeen in handen van de grote georganiseerde misdaadorganisaties zoals de camorra en de mafia. 'Het systeem' houdt zichzelf in stand, niet alleen dus met de handel in drugs, wapens, mensen en beton van slechte kwaliteit. 'Het systeem' houdt zichzelf ook in stand met de produktie en de verkoop van vervalsingen. Vervalsingen die stinken naar geld, vervalsingen waar bloed aan kleeft van geweld.

donderdag 27 januari 2011

Kunstlullen (10 juni 2008)

Het heeft lang geduurd, maar eindelijk is het er toch van gekomen. WE hebben gewonnen. Niet dat het me veel uitmaakt voor het spelletje, want wat veel sporten betreft ben ik afgehaakt toen het grote geld haar intrede deed. Het grote geld... Dat wil niet zeggen dat iemand niet goed mag verdienen met een beroep dat hij slechts, laten we zeggen, een jaar of tien op het hoogste niveau kan uitvoeren. Dat wil niet zeggen dat iemand die miljoenen mensen in vervoering weet te brengen daarvoor geen riante beloning mag krijgen. Integendeel. Maar er zijn grenzen.
Toen die grenzen naar mijn gevoel zijn overschreden heb ik een stapje opzij gezet. Ik ben niet meer de fervente supporter, de gedreven toeschouwer van voorheen. Ik stel me "tevreden" met de tien minuten sport die hier op RAI3 dagelijks de lucht in gaat om acht uur 's avonds. Tien minuutjes per dag, die me elke keer weer bevestigen waarom ik niet meer sport kijk. Men praat in de uitzending heel vaak over geld. De ene transfermarkt is nog niet afgelopen of de andere begint.
Goed, het spelletje bekoort me dus niet echt meer. Want laten we eerlijk zijn, met het grote geld zijn niet de grote kampioenen gekomen. Misschien lopen ze nog wel rond, die groten als Johan Cruijff, Franz Beckenbauer, Michel Platini, Pelé, Diego Maradonna. Maar je ziet ze niet meer schitteren. Ondergeschoffeld in een rechtstreeks duel met een tegenstander of in een tactisch diagram van trainer die het ook niet gemakkelijk heeft te overleven in de leeuwenkuil. De ruimte om te bewegen en groot te worden is er niet meer. Bankbiljetten zijn ervoor in de plaats gekomen.
En toch stel ik na een mooie wedstrijd dat WE gewonnen hebben. En dat IK daar blij mee ben. Juist en vooral als niet-geïnteresseerde. Want - hier komt het - je kan in Italië niet niet geïnteresseerd zijn in sport, en dan met name in voetbal. Dat bestaat niet. Het wordt dan ook niet geaccepteerd. Iedereen is dus supporter en bovendien is een Nederlander een supporter van zijn nationale ploeg. Of hij of zij dat wilt of niet.
In 2000 keek ik in de rol van neutraal toeschouwer in mijn toenmalige stamkroeg Bar Centrale in Pontelagoscuro naar de halve finale van het EK in Amsterdam waarbij Italië en Nederland tegenover elkaar stonden. Italië in het hol van de leeuw. Ik in het hol van de leeuw. De bar sidderde op haar grondvesten die avond. Italië al na een half uur met tien spelers. Twee strafschoppen voor Nederland. Het ideale scenario voor oranje om met twee vingers in de neus naar de finale door te stoten. Het ideale scenario voor mij om door een horde teleurgestelde Italianen gelyncht te worden en ergens in een sloot gedumpt te worden. Wat de twee strafschoppen betreft, Frank de Boer en Patrick Kluivert misten jammerlijk. Italië bleef overeind, ook in de verlenging, ook tijdens de afsluitende penalty-serie. Ik was veilig. De Italianen feestten en als troost werd me een limoncino aangeboden, en nog een, en nog een, en... Ik ging zowat op m'n knieën naar huis die avond, zwalkend als een Nederlands elftal in een halve EK finale.
Ik dank mijn leven dus aan Frank de Boer en aan Patrick Kluivert en daar ben ik ze eeuwig dankbaar voor. Als eerbetoon aan het duo heb ik twee kunstlullen gekocht die nog steeds - ietwat verlept weliswaar - in de vensterbank staan.
In 2006 werden in Turijn de Olympische Winterspelen gehouden. Veel goud trekt oranje over het algemeen niet weg bij dit soort evenementen, maar bij het schaatsen zijn en blijven we immer favoriet. We worden tenslotte practisch met de schaatsen ondergebonden geboren. Een geruststellende gedachte...
In de rechtstreekse confrontatie met de Italianen gleden we echter jammelijk uit. Letterlijk en figuurlijk. Ik was niet eens toeschouwer bij de ploegenachtervolging (wist niet eens dat zoiets ook al bestond bij het schaatsen) toen ik kreten hoorde vanuit de vergaderzaal op ons werk, waar een aantal geestdriftige collega's de wedstrijd volgde op tv. Toen ik arriveerde mocht ik het debacle "in diretto" meemaken: een blokje maakte een eind aan de ambities van het trio Kramer, Verheijen en Wennemars. Een van de drie viel, sleepte een tweede en een hele natie mee in zijn val. En ik stond daar in de vergaderzaal tussen de juichende Italiaanse collega's, wankelend en totaal buiten proporties, als op een paar klapschaatsen in de Sahara.
Drie kunstlullen werden dezelfde dag nog aan het trieste duo in mijn vensterbank toegevoegd.

En gisteren hebben WE dan eindelijk gewonnen. Ik heb de wedstijd bekeken in het gezelschap van een Nederlandse vriend met dezelfde kijk op sport als ik, en van vijf fanatieke Italianen. Een beheksing lijkt verbroken.
Ik proef het zoet van een lang bevochten overwinning als ik vanmorgen met oranje pet en oranje stropdas het kantoor inwandel. Het eerste rondje aan de koffie-automaat is voor mij. De zon schijnt.
En thuis liggen er vijf kunstlullen in de vuilnisbak.