Posts tonen met het label kerst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kerst. Alle posts tonen

dinsdag 22 februari 2011

De kerststal blijft nog even staan (29 december 2010)

Kertmis is voorbij, maar de kerststal blijft nog even staan. In Bologna zijn er maar liefst 37 die in het kader van het jaarlijkse terugkerende "Andar per presepi in città" (een wandeling langs de kerststallen in de stad) zijn opgesteld in kerken, musea en overheidsgebouwen. De meesten zijn tot 9 januari te bezichtigen.
De mooiste kerststal is zonder twijfel die van de beeldhouwer Adelfo Galli die onder de naam "presepio fra gli uomini" (kerststal tussen de mensen) in het Palazzo Comunale van de stad te zien is. Galli heeft zijn kerststal speciaal voor het evenement gemaakt. Zijn kunstwerk bestaat geheel uit terracotta, een zee van bustes, allen gericht op een ouderpaar en hun pasgeboren nakomeling.


101223 - 1638

Maria, Josef en Jezus zijn niet echt op de traditionele manier weergegeven, zoals we gewend zijn. Ze hebben voor mij iets van 'zo moet het geweest zijn als het er geweest is', heel natuurlijk, heel echt.

En aan de ingang van het Palazzo Comunale deze prachtige engel in terracotta, ook van Adelfo Galli.



101223 - 1656

zondag 6 februari 2011

Verlossing (27 maart 2009)



Zondag, 1 februari 2009 (1 v.A.).

Het regionale nieuws heeft zoals altijd weinig te bieden. Ik luister slechts met een half oor toe hoe onder begeleiding van een monotoon gebabbel een vallende fietser, een in het bezit van drugs gearresteerde buitenlander, een jubilerende priester en het gelijkspel van het voetbalelftal van Mezzolombardo de revue passeren. Een nagekomen bericht doet mijn wenkbrouwen echter enige millimeters in opwaartse richting van positie veranderen. Het maakt melding van een felgroen verlicht bolvormig object dat in de reeds donkere hemel van de vroege winteravond is waargenomen boven het meer van Caldonazzo. Het verplaatste zich geluidloos met grote snelheid van oost naar west en was slechts een tiental seconden zichtbaar. Op het nabijgelegen vliegveld Gianni Caproni in Trento kan men geen verklaring geven voor het verschijnsel. Net zomin als bij Meteo Trentino, dat afsluit met het weer voor morgen. Men verwacht een heldere dageraad, maar de bewolking zal in de loop van de dag toenemen en men moet rekening houden met sneeuw in de avond en de nacht.

Nog geen uur later ben ik het regionale nieuws al vergeten.

Maandag, 2 februari 2009 (0).

De discussies bij de halte Melta "case ITEA" gaan, zoals gebruikelijk op maandagmorgen, over het voetbal. Ook al is het grootste gedeelte van de wachtenden op lijn 7 op weg naar school, dat instituut lijkt melkwegen verder weg dan de stadions waarin de jongste miljonairs van Italië de kost verdienen. De kleinste van de groep wordt door zijn vrienden "Mosca" genoemd, "Vlieg". En Vlieg heeft de pest in, want zijn Juve heeft wederom verloren. Met 2-3 van Cagliari dit keer, in eigen huis nog wel. De hilariteit van de Milanisten en Interisten is groot, het bushokje gevuld met gejoel en gelach. Niemand heeft in de gaten dat vanuit de richting van Gardolo een ezeltje onze kant opkomt.
Pas als het beestje tot op honderd meter genaderd is hoor ik hoe vier hoefjes op het asfalt van de Via Matteotti klikken, als de hoge hakken van twee dikke dames. Ik keer me om, en ook de hoofden van de andere passagiers draaien eensgezind de kant van het niet alledaagse geluid op. De plotseling invallende verbaasde stilte is bijna tastbaar, en wordt slechts onderbroken door het bijna vrolijke klik-klak-klik-klak dat stopt als het ezeltje en zijn gevolg halt houden ter hoogte van het bushokje. De ezel, een hoogzwangere vrouw in het zadel, een man die het leidsel vasthoudt. Wolkjes adem die in de ijle, koude ochtendlucht oplossen.
,,Mogen we hier even uitrusten?'', vraagt de man. Als antwoord wijkt de groep in stilte uiteen en het echtpaar neemt op het bankje van het bushokje plaats. ,,We zijn moe'', verontschuldigt de bezoeker zich. ,,We hebben de hele nacht gelopen, want alle herbergen waren vol.''
Waar heb ik dit meer gehoord?.
,,Ik ben Josef'', stelt de man zich voor. ,,En dit is Maria.'' Dat is teveel voor Vlieg: ,,Ja, en ik ben Napoleon.'' De groep begint te proesten, wat in de kiem gesmoord wordt als er een siddering door het lichaam van Maria schiet en ze begint te kermen. ,,Mijn god, de weeën'', jammert Josef. Het koude zweet breekt hem letterlijk uit.

Gelukkig staat ook Cinzia bij de bushalte. Ze werkt als schoonmaakster in het ziekenhuis, en haar brede kennissenkring aldaar komt op dit moment wonderwel goed uit. Ze duwt haar boodschappentas in mijn armen en stroopt haar mouwen op. Nog geen tien minuten later ligt er een dot van een baby in de armen van Maria.
,,O, wat mooi'', klinkt Josef beduusd. ,,En..., hoe noemen we hem?''
,,Ale'', oppert Vlieg, ,,zoals Alessandro... Del Piero.'' Vlieg kijkt om zich heen, verbaasd, want niemand protesteert. Allemaal kijken we omhoog naar het vreemde groene schijnsel dat het bushokje verlicht.

Vrijdag, 2 februari 2525 (516 n.A.).
Joyce Innaritù, de 129e president van de Verenigde Staten van America, staat voor de spiegel. Ze moet haar ‘verlossingstoespraak' voor de natie houden en is gespannen. Niet voor de toespraak, maar ze krijgt een van haar oorbellen niet in. Haar man George schiet haar te hulp, neemt het sierraad over en, "klik", het zit. Hij legt zijn hand op haar schouder en kust haar zacht op een wang. ,,Je bent prachtig'', fluitert hij in haar oor.

Vijftien minuten later zit ze live voor de camera. De opening krijgt dankzij een close-up van president Innaritù bewust een heel persoonlijk karakter. Pas na ongeveer een minuut zoemt de camera heel langzaam uit en krijgen de kijkers zicht op een van de vensters van de "oval room" waarachter de laatste sneeuw van deze winter nog een deel van de tuin van het Witte Huis bedekt. En voor het raam staat een buscus, versierd met rode, witte en blauwe ballen, zilveren slingers en twinkelende lichtjes. Het hoort bij verlossingsdag, en doet vaag denken aan kerstmis dat tot zo'n 400 jaar geleden op grote schaal gevierd werd.
De camera zoomt nog iets verder uit, en daar, onder de verlossingsboom komt het langzaam maar zeker in beeld... Het bushokje. En de beeldjes van een groep personen.
Als je heel goed naar de figuurtjes kijkt zie je me staan, met de boodschappentas van Cinzia in m'n handen. En daar staat Vlieg, op het moment dat hij Josef op de schouders tikt en om een sigaret vraagt.
En op het bankje Maria, met in haar armen... Ale, nog totaal onwetend van de wonderen waarmee hij de wereld zal verbazen.




donderdag 3 februari 2011

Eilanden (29 december 2008)

Een mooie, zonnige wintermiddag loopt op z'n eind. Het is koud en passagiers haasten zich van de parkeerplaatsen naar de automatische schuifdeuren van de vertrekhal. En ook diegenen die alle tijd hebben lopen stevig door. Want het is koud. Het ademen is zichtbaar in de laatste lage zonnestralen. De avond begint te vallen, en dat gaat snel in december. Nauwelijks is de zon achter de horizon verdwenen of de ijsblauwe lucht kleurt lila, waarna ze overgaat in geel, dan in rood en zo naar purper. Het firmament, als de binnenkant van een immense toverbal. Het doet de grote glazen wand van de vertrekhal op een enorme reclamspot voor een nieuwe, nog bredere, nog kleur-echterige, nog waarheidsgetrouwere plasma-tv lijken. En dan van purper naar een steeds dieper wordend donkerblauw, waartegen zich één voor één een gestaag toenemend aantal sterren zich aftekent. Buiten wordt het donker en het vliegveld krijgt steeds meer van een baken, of een eiland van licht in de duistere wereld eromheen.

Smalle wegen verbinden de weinge dorpen in de onmiddellijke omgeving. Hier en daar een lantaarnpaal, wat uit het lood, die een schaars licht werpt op de berm aan haar voet teneinde een onoverzichtelijke bocht wat minder onoverzichtelijk te maken. Wie goed kijkt kan met enige moeite in de duisternis af en toe een afgelegen woning ontdekken waarvan de bewoners het geluid van landende en opstijgende vliegtuigen na jaren en jaren inmiddels gelaten over zich heen laten komen. Zoals gezegd, je moet goed kijken, want luiken en gordijnen zijn gesloten.
En daarachter wordt rond dit tijdstip gegeten. Eenvoudig, want wie genoodzaakt is om in de buurt van een vliegveld te wonen heeft over het algemeen niet veel te makken. Een waterige jus staat in een soepkom met bloemetjesmotief in het midden van de keukentafel. Een sauslepeltje erin, dan kan iedereen pakken zoveel hij wil. Ook op het tafelzeil staan bloemen gedrukt, maar die zijn anders, en door het vele schoonvegen en opvouwen al grotendeels vervaagd. Lelies, die grotendeels aan het zicht worden ontnomen als moeder de drie borden neerzet waarop aardappelen, boerenkool en een stuk worst liggen te dampen. Naast de jus komt een kan met water te staan, en naast elk bord legt moeder een mes en een vork. De lepeltjes blijven door de week in de aanrechtla, want een toetje kunnen ze zich alleen in het weekeinde veroorloven.
,,Het eten is klaar!''

In de halfduistere woonkamer wordt Mariekes betovering verbroken. Zoals iedere avond in deze laatste twee weken voor kerst zit ze bij de kerstboom, en in het zachte licht van de twee snoeren met kerstverlichting (één met alleen maar witte lampjes en één met groen, blauw en geel) speelt ze haar kerstverhaal. De figuurtjes in de kerststal wandelen rond en veranderen steeds van plaats. De drie wijzen komen de ene dag uit het oosten, de andere uit het westen. De schaapjes worden geteld en opnieuw geteld, want soms loopt er wel eens eentje weg. Dan wordt er een herder op expeditie gestuurd (herder Derrick) om het beestje te gaan zoeken. Ook Josef is er niet altijd, want die moet, net als Mariekes vader, wel eens overwerken. Maar Maria is er altijd. Net als het kindje Jezus dat, al dan niet met een natte luier, in de kribbe ligt. Maar van een natte luier schijnt hij geen last te hebben, want hij huilt nooit.

Mariekes vader moet vanavond niet overwerken. Hij heeft goede ogen, want ondanks de schaarse verlichting leest hij de krant. Tussen het ene en het andere artikel kijkt hij met een glimlach naar z'n dochtertje. Ze gaat helemaal op in haar spel en hij voelt op zulke momenten hoe zijn hart letterlijk lijkt over te lopen. Hij heeft nooit de kans gehad om te studeren en ze hebben het dan ook niet breed. Maar dit is echte rijkdom, zo realiseert hij zich maar al te vaak. Het doet hem de berichten over de economische crisis, de brandhaarden in de wereld, de opkomst van extreem rechts met haar symbolen, en de tegenvallende resultaten van zijn Charleroi (21 punten uit 17 wedsrijden; hij had er wat meer van verwacht) niet vergeten, maar ze zijn dragelijker.
Vader heeft de krant inmiddels uit en heeft zich op zijn dagelijkse kruiswoordpuzzel geworpen. Hij is expert en houdt niet op bij een moeilijkheidsgraad van 4 of 5 sterren. Nee, zijn puzzels zijn 7 (!) sterren. Desondanks heeft hij, zonder er echt zijn hoofd over te moeten hebben breken, alle vakjes zowat fluitend (''Rudolph the red nosed reindeer'') van de immer weer magisch kloppende letters voorzien. Maar in het zicht van de finish strandt hij onverwacht op een eiland, het laatste woord, 64 horizontaal: eiland in de Golf van Cambay, 3 letters. De eerste is een D, de laatste een U. Maar de tweede?
,,Het eten is klaar!''
,,Miledju'', mompelt vader.

Slechts een paar kilometer verderop, in de vertrekhal van het vliegveld Charleroi staat een kerstboom, veel groter, veel voller, en met veel meer lichtjes als die in het kleine huisje in het donker van de koude winteravond. En toch, deze boom kan niet tippen aan de kleine onregelmatige blauwspar met daaronder de kerststal van Marieke. De kunststof takken missen de geur van een echte boom, en de hal mist de reuk van boerenkool en gebraden worst. Reizigers van en reizigers naar lopen er voorbij, en dikwijls lijken ze de boom niet eens op te merken. Ik vind het altijd een heel triest tafereel, een kerstboom op een vliegveld. Ik kan er niks aan doen.

Ik ben onderweg naar Treviso en bevind me op het vliegveld Charleroi omdat er vandaar twee maal per dag een vlucht naar dat Treviso vertrekt.
Op het moment dat Marieke en haar vader en moeder aan hun aardappelen met boerenkool en braadworst beginnen kom ik erachter dat ik vergeten ben mijn boek vanuit mijn koffer naar mijn handbagage over te hevelen. ,,Miledju'', mompel ik.
Ik besluit, zonder echt hoge verwachtingen te koesteren, mijn geluk in de kiosk te proberen. Ik vind wat tijdschriften, maar ze weten me niet echt te boeien. Weinig boeken in het Nederlands. ''De bende van Nijvel'' van Guy Bouten, ongetwijfeld een interessant dossier, maar op het moment wat te lijvig. ''Een dag in Gent'' van Herman Brusselmans. Ik twijfel, maar loop uiteindelijk toch met het boek in m'n hand richting kassa. De hoek om, langs een ander schap en... M'n hart maakt een sprongetje. Boudewijn Büch, ''Eilanden''. Mijn keus is gemaakt en Brusselmans gaat voorlopig terug naar Gent. Blij reken ik mijn aanwinst af.

Büch. Ik was hem een beetje vergeten, maar herinneringen vechten zich moeiteloos een weg naar boven en drijven weer aan de oppervlakte. ''De kleine blonde dood'', zijn reisdocumentaires op tv met die vreselijk eigenwijze eigen stijl van hem, Mick Jagger in die Soundmix Playback Show van Henny Huisman. En Büchs dood. Ik kwam pas een paar jaar later te weten dat hij overleden was. Net als bij Brood, en bij Hazes.
Onder de kerstboom in de vertrekhal eten we een broodje, we drinken iets en ik vertel Lief enthousiast over mijn pas aangeschafte juweeltje, en over Büch. Lief kent Büch niet, maar luistert, en deelt m'n plezier. Want zo is Lief, lief.
Nog vijf minuten voor het inchecken. We staan op om te gaan. Ik rek me uit, haal diep adem. De geuren uit het restaurant hebben zich met moeite tot aan ons tafeltje weten te verspreiden. Nee, ik ruik geen aardappelen, boerenkool en braadworst. Maar het zou me niet verbaasd hebben.

We vertrekken uiteindelijk met een kwartier vertraging. Als de wielen van onze Boeing zich van de startbaan van Charleroi losmaken ben ik al door de inleiding heen (deze schreef Büch speciaal voor de herdruk van zijn ''Eilanden'', 10 jaar na de eerste editie) en bevind me al op het gezonde en vruchtbare St. Helena. Zo omschreef een Nederlander in 1887 deze Britse kroonkolonie die eerst en vooral bekend is geworden als de laatste - gedwongen - verblijfplaats van Napoleon Bonaparte. Hij was niet de enige die als gevangene op het eiland geleefd heeft, wel de bekendste.
Eilanden als gevangenis, verbanningsoord, eilanden groot als speldepunten maar politiek en strategisch zo belangrijk om er oorlogen voor te voeren, eilanden vol geschiedkundige, geografische en literaire ''weetfeitjes'' zoals David Carmiggelt, lid van Büchs tv-ploeg, ze noemde. Eilanden met namen als Clipperton, Bouvet, Das, Niihau en Diu (dat laatste ligt in de Golf van Cambay).
''Eilanden'' lezend hoor je Boudewijn weer praten in zijn ''Wereld van Büch'', met dat eigenwijze stemmetje van hem, met een gedrevenheid die je het af en toe wat betweterige meteen doet vergeten.
''Eilanden'' lezend realiseer je je wat een brede kennis Büch had, en dat kwam allemaal uit zijn boeken. Bladerend, lezend, af en toe met wat hulp van de inhoud. Want vergeet niet dat hij dit schreef in 1981. Internet was nog ver weg en van zoekmachines zoals Google waarop je maar een trefwoord hoeft in te tikken had nog nooit iemand gehoord.