Posts tonen met het label geld. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geld. Alle posts tonen

zaterdag 29 januari 2011

De weg (3 augustus 2008)

Vanaf afgelopen maandag is de paus in vakantie, in Bressanone. Zoiets heeft heel wat voeten in de aarde, want de heer Ratzinger - in de Vaticaanse wandelgangen ook Benedetto XVI genoemd - is een toeristische trekpleister. Of althans, dat zou hij kunnen zijn. De provincie Bolzano heeft 500.000 euro (een half miljoen!) vrijgemaakt en de gemeente Bressanone zelf nog eens 100.000. Zeshonderdduizend euro dus, om paus Ratzinger op vakantie te hebben. Geen idee waar het geld aan besteed wordt. Ik heb gehoord van bloemetjes in de perkjes, een stuk straat opnieuw geasfalteerd. De autonome provincie Bolzano is een rijke provincie (mede dankzij de onophoudelijke financiële dekking die vanuit Rome het noorden opstroomt), dus de staat springt in dit geval niet bij. Vorige maand in de veel armere regio Puglia was dat wel nodig. Het ministerie van economie en financiën maakte 150.000 euro aan Brindisi over en 100.000 euro aan Lecce om de heilige vader op 14 en 15 juni te kunnen ontvangen.
De belastingbetaler betaalt dus rijkelijk voor de pauselijke uitstapjes in den lande. En dat terwijl al 8 pro mille van ieders salaris standaard naar de katholieke kerk gaat. Dat is wettelijk. Alleen als je officieel aangeeft dat je 8 pro mille naar een ander goed doel gaat wordt de bestemming gewijzigd.

O ja, een van de uitgavekosten op het Bressanoons paus-budget was de organisatie van de eucharistieviering van vandaag (want hiervoor wil de paus zijn vakantie wel even met graagte onderbreken). Het spektakel vond plaats op het Domplein (Piazza Duomo) van de stad en het leek wel de organisatie van een megaconcert, met een rode zone, een gele en een groene zone, toegangskaartjes met dienovereenkomstige kleuren, paspoortcontroles, extra parkeerplaatsen, speciale looproutes, enzovoorts.
U zult begrijpen dat het me oprechts spijt dat ik niet aanwezig kon zijn. Ik was vandaag met de familie op de berg boven Mezzocorona. Ook een hemelse ervaring. Vooral gezien het tochtje met de kabelbaan waarbij je in krap drie minuten naar 900 meter hoogte getransporteerd wordt. Kabelbaan is niet het juiste woord. Gezien de steigingsgraad komt de term "lift" hier beter tot zijn recht. Maar goed, met 35 graden in het dal is het daarboven altijd net iets aangenamer dankzij een fijn briesje. Een beetje gewandeld, een vorkje geprikt, een glas en een babbel met vrienden, en om vijf uur keerden we terug op aarde.


Onderweg naar huis kwamen we achter een auto terecht met daarin vier nonnen. Op de foto ziet U ze. God wist waar ze vandaan kwamen op dat tijdstip, maar ik had ook zo m'n idee. Die waren vast en zeker bij de opperherder op bezoek geweest. ,,Een mooie mis op de zondagmorgen in de openlucht, daar is niks mis mee'', hebben ze ongetwijfeld gedacht. ,,Daarna nog een picnic. Een psalmpje samen, en daarna weer naar huis.''
Nou, daar staan ze dan, voor een stoplicht net boven Trento, op weg naar huis. De non links achterin is er nog helemaal vol van en zit al lang niet meer links achterin, maar in het midden achterin. De handen rusten op de hoofdsteunen van haar "zussen" voorin. Zegenend lijkt het wel, zoals ze vanmorgen de bedrijfsleider heeft zien doen.
,,Doen we nog een psalm, meiden?'', kirt ze. Ze is de hoogste in rang, dus de anderen kunnen geen nee zeggen, ook al is dat het liefste wat ze zouden doen op het ogenblik. ,,Zet maar in, zuster Valentina'', zucht Anna, die achter het stuur zit. ,,Wij vallen wel in.''
Het stoplicht springt op groen en zuster Anna zet haar voet op het gaspedaal zoals Filipe Massa dat vanmiddag in zijn Ferrari had gedaan. De banden piepen, er blijft een streep zwart rubber achter op het asfalt. 50 kilometer, 60..., 70..., 80..., 90... Verbaasd zie ik de afstand tussen de witte Fiat Punto van de nonnen en onze auto met de seconde groeien.
,,Zeg, mogen die dat?'' Ik wijs op de inhalende Punto en de borden die een maximale snelheid van 70 kilometer per uur aangeven. Wij houden ons hoofdschuddend aan die limiet en horen niet hoe het kwartet psalm 16 heeft ingezet: ,,Leer ons, o Heer, wat de weg is...''
't Is maar te hopen dat het voor hen beter afloopt als voor Massa.

De foto van de kaartjes van de paus komt van de internetsite van de krant "Alto Adige"
.

donderdag 27 januari 2011

Kunstlullen (10 juni 2008)

Het heeft lang geduurd, maar eindelijk is het er toch van gekomen. WE hebben gewonnen. Niet dat het me veel uitmaakt voor het spelletje, want wat veel sporten betreft ben ik afgehaakt toen het grote geld haar intrede deed. Het grote geld... Dat wil niet zeggen dat iemand niet goed mag verdienen met een beroep dat hij slechts, laten we zeggen, een jaar of tien op het hoogste niveau kan uitvoeren. Dat wil niet zeggen dat iemand die miljoenen mensen in vervoering weet te brengen daarvoor geen riante beloning mag krijgen. Integendeel. Maar er zijn grenzen.
Toen die grenzen naar mijn gevoel zijn overschreden heb ik een stapje opzij gezet. Ik ben niet meer de fervente supporter, de gedreven toeschouwer van voorheen. Ik stel me "tevreden" met de tien minuten sport die hier op RAI3 dagelijks de lucht in gaat om acht uur 's avonds. Tien minuutjes per dag, die me elke keer weer bevestigen waarom ik niet meer sport kijk. Men praat in de uitzending heel vaak over geld. De ene transfermarkt is nog niet afgelopen of de andere begint.
Goed, het spelletje bekoort me dus niet echt meer. Want laten we eerlijk zijn, met het grote geld zijn niet de grote kampioenen gekomen. Misschien lopen ze nog wel rond, die groten als Johan Cruijff, Franz Beckenbauer, Michel Platini, Pelé, Diego Maradonna. Maar je ziet ze niet meer schitteren. Ondergeschoffeld in een rechtstreeks duel met een tegenstander of in een tactisch diagram van trainer die het ook niet gemakkelijk heeft te overleven in de leeuwenkuil. De ruimte om te bewegen en groot te worden is er niet meer. Bankbiljetten zijn ervoor in de plaats gekomen.
En toch stel ik na een mooie wedstrijd dat WE gewonnen hebben. En dat IK daar blij mee ben. Juist en vooral als niet-geïnteresseerde. Want - hier komt het - je kan in Italië niet niet geïnteresseerd zijn in sport, en dan met name in voetbal. Dat bestaat niet. Het wordt dan ook niet geaccepteerd. Iedereen is dus supporter en bovendien is een Nederlander een supporter van zijn nationale ploeg. Of hij of zij dat wilt of niet.
In 2000 keek ik in de rol van neutraal toeschouwer in mijn toenmalige stamkroeg Bar Centrale in Pontelagoscuro naar de halve finale van het EK in Amsterdam waarbij Italië en Nederland tegenover elkaar stonden. Italië in het hol van de leeuw. Ik in het hol van de leeuw. De bar sidderde op haar grondvesten die avond. Italië al na een half uur met tien spelers. Twee strafschoppen voor Nederland. Het ideale scenario voor oranje om met twee vingers in de neus naar de finale door te stoten. Het ideale scenario voor mij om door een horde teleurgestelde Italianen gelyncht te worden en ergens in een sloot gedumpt te worden. Wat de twee strafschoppen betreft, Frank de Boer en Patrick Kluivert misten jammerlijk. Italië bleef overeind, ook in de verlenging, ook tijdens de afsluitende penalty-serie. Ik was veilig. De Italianen feestten en als troost werd me een limoncino aangeboden, en nog een, en nog een, en... Ik ging zowat op m'n knieën naar huis die avond, zwalkend als een Nederlands elftal in een halve EK finale.
Ik dank mijn leven dus aan Frank de Boer en aan Patrick Kluivert en daar ben ik ze eeuwig dankbaar voor. Als eerbetoon aan het duo heb ik twee kunstlullen gekocht die nog steeds - ietwat verlept weliswaar - in de vensterbank staan.
In 2006 werden in Turijn de Olympische Winterspelen gehouden. Veel goud trekt oranje over het algemeen niet weg bij dit soort evenementen, maar bij het schaatsen zijn en blijven we immer favoriet. We worden tenslotte practisch met de schaatsen ondergebonden geboren. Een geruststellende gedachte...
In de rechtstreekse confrontatie met de Italianen gleden we echter jammelijk uit. Letterlijk en figuurlijk. Ik was niet eens toeschouwer bij de ploegenachtervolging (wist niet eens dat zoiets ook al bestond bij het schaatsen) toen ik kreten hoorde vanuit de vergaderzaal op ons werk, waar een aantal geestdriftige collega's de wedstrijd volgde op tv. Toen ik arriveerde mocht ik het debacle "in diretto" meemaken: een blokje maakte een eind aan de ambities van het trio Kramer, Verheijen en Wennemars. Een van de drie viel, sleepte een tweede en een hele natie mee in zijn val. En ik stond daar in de vergaderzaal tussen de juichende Italiaanse collega's, wankelend en totaal buiten proporties, als op een paar klapschaatsen in de Sahara.
Drie kunstlullen werden dezelfde dag nog aan het trieste duo in mijn vensterbank toegevoegd.

En gisteren hebben WE dan eindelijk gewonnen. Ik heb de wedstijd bekeken in het gezelschap van een Nederlandse vriend met dezelfde kijk op sport als ik, en van vijf fanatieke Italianen. Een beheksing lijkt verbroken.
Ik proef het zoet van een lang bevochten overwinning als ik vanmorgen met oranje pet en oranje stropdas het kantoor inwandel. Het eerste rondje aan de koffie-automaat is voor mij. De zon schijnt.
En thuis liggen er vijf kunstlullen in de vuilnisbak.