Achter wat in onze mensenoren als eenvoudig gesnater klinkt gaan dikwijls hele diepzinnige gesprekken schuil van eend tot eend. Hele filosofieën, over hemel en aarde, water en lucht, leven en dood...

,,Mam.''
,,....''
,,Ma-am!''
,,...''
,,Ma-aaaaaaam!''
,,Ja, wat is er jongen?''
,,...''
,,Nou?''
,,Ja, nou weet ik het niet meer.''
,,...''
,,...''
,,...''
,,O ja. Waar gaan wij naartoe als we doodgaan?''
,,Naar de hemel, jongen. Dat heb ik je toch al eens gezegd.''
,,O ja.''
,,...''
,,Is er ook water in de hemel?''
,,Ja jongen. Er is ook water in de hemel.''
,,In een sloot?''
,,Ja, in een sloot. Waar anders?''
,,Nou, in een vijver.''
,,Daar heb ik nog nooit iets over gehoord. Maar ik denk dat er ook wel vijvers zijn in de hemel, hoor.''
,,Net als hier?''
,,Ja, net als hier. Maar dan in spiegelbeeld.''
,,In spiegelbeeld?''
,,Ja, in spiegelbeeld. Dat is hetzelfde wat je ziet als je hier in het water naar beneden kijkt. Maar dan net andersom.''
,,Dus in de hemel moet ik naar boven kijken om mezelf te zien?''
,,...''
,,Mam!''
,,Uh. Ja, ik denk het wel.''
,,En zijn er ook vissen in de hemel, mam?''
,,Ja, natuurlijk zijn er ook vissen in de hemel.''
,,En vliegen die?''
,,Nee, die vliegen niet. Heb je ooit al eens een vis zien vliegen?''
,,Uh... Nee.''
,,Nou dan.''
,,Dus de vissen in de hemel zwemmen?''
,,Ja.''
,,In spiegelbeeld.''
,,Ja.''
,,Maar zwemmen ze dan boven ons of onder ons?''
,,Boven ons. Dat lijkt me logisch. Niet?''
,,Uh... Ik denk het wel.''
,,...''
,,Mam.''
,,....''
,,Ma-am!''
,,...''
,,Ma-aaaaaaam!''
,,Ja, wat nou weer jongen?''
,,Zijn er ook mensen in de hemel?''
,,Ja, jongen. Er zijn ook mensen in de hemel. Maar niet veel.''
,,Niet veel?''
,,Nee. In de hemel zijn alleen maar mensen die de eendjes voeren.''
Bij het “opbergen” en terugkijken van wat foto's draaide ik deze per ongeluk 180 graden. Ik moest meteen aan Bart denken, en aan wat eendjes zoal onder elkaar te vertellen hebben.


Slechts een paar kilometer verderop, in de vertrekhal van het vliegveld Charleroi staat een kerstboom, veel groter, veel voller, en met veel meer lichtjes als die in het kleine huisje in het donker van de koude winteravond. En toch, deze boom kan niet tippen aan de kleine onregelmatige blauwspar met daaronder de kerststal van Marieke. De kunststof takken missen de geur van een echte boom, en de hal mist de reuk van boerenkool en gebraden worst. Reizigers van en reizigers naar lopen er voorbij, en dikwijls lijken ze de boom niet eens op te merken. Ik vind het altijd een heel triest tafereel, een kerstboom op een vliegveld. Ik kan er niks aan doen.
We vertrekken uiteindelijk met een kwartier vertraging. Als de wielen van onze Boeing zich van de startbaan van Charleroi losmaken ben ik al door de inleiding heen (deze schreef Büch speciaal voor de herdruk van zijn ''Eilanden'', 10 jaar na de eerste editie) en bevind me al op het gezonde en vruchtbare St. Helena. Zo omschreef een Nederlander in 1887 deze Britse kroonkolonie die eerst en vooral bekend is geworden als de laatste - gedwongen - verblijfplaats van Napoleon Bonaparte. Hij was niet de enige die als gevangene op het eiland geleefd heeft, wel de bekendste.
Ik zet thee, geef haar een kom (ze neemt geen suiker en blieft ook geen koekje) en schenk voor mezelf ook in. Zwijgend drinken we. Het valt me op dat ze een beetje slurpt. Juist genoeg om het gezellig te houden. De keukenlamp weerspiegelt op het goudgele oppervlak. Ik kijk op en weg is ze. Opgelost in het niets lijkt het wel, compleet met krulspelden, gele hoofddoek, blauw gebloemde jasschort en geruite pantoffels.
