Posts tonen met het label sport. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sport. Alle posts tonen

vrijdag 18 februari 2011

De tijden veranderen (22 februari 2010)

,,Heb je gezien hoe de Hollander het schaatsen heeft gewonnen?’’
Maandagmorgen, iets voor achten. Zoals elke morgen zijn we verzameld voor ‘la macchina del cafè’, het koffie-apparaat. Gisteren was een mooie dag en velen hebben ervan geprofiteerd om te gaan skieën. Skieën, de bergen, het hoort bij de Trentini zoals de sloten en het schaatsen bij de Nederlanders horen. Valentina houdt niet van skieën en heeft naar de Olympische Spelen zitten kijken. Waar ‘De Hollander’ gewonnen heeft. Een beetje beschaamd moet ik bekennen dat ik mijn landgenoot niet heb gezien. De tijden veranderen.
,,Wat voor afstand?’’, vraag ik. ,,De 1500 meter’’, zegt Valentina.
,,En hoe heet die Hollander?’’ Op die vraag moet Valentina het antwoord schuldig blijven. Ze maakt weliswaar enige schaatsbewegingen, maar er is niets in haar stijl wat me naar welke Nederlandse schaatsenrijder dan ook leidt. Niet eens naar Ard en Keessie.

De tijden veranderen. Ooit zat ik als klein jongetje de hele zaterdag en zondag voor de televisie. De PZC was nog een krant die die qua formaat driekwart van de tafel bedekte. Vier pagina’s werden ingenomen door de schema’s van de 500, de 5000, de 1500 en de 10000 meter. Tabellen met open vakjes die, naarmate de dag vorderde gevuld werden met de rondetijden van elk koppel.
Ard Schenk, Kees Verkerk, Jan Bols. Dikke ‘schaatspakken’, herkenbare schaatsmutsen. De beelden in zwart-wit. Onder in het beeld de tijd die nog eenvoudig in tienden van seconden (dat was al heel wat) met de lange slagen op het rechte eind en de pootjes-over in de bochten meeliep. Het omega-tekentje, wat voor velen de eerste aanraking met het Grieks was. Een randje sneeuw vormde de afscheiding tussen de twee banen, en een val werd nog niet veroorzaakt door een blokje.
En de stem. Nee. DE STEM. Theo Koomen die alles in een onstuitbaar enthousiasme van commentaar voorzag. Ik hoor nog zijn woorden toen Ard Schenk in 1971 op de tien kilometer voor het eerst onder de vijftien minuten (14:55.9) bleef. Een eeuwigheid, maar desondanks bleef ik aan de buis gekluisterd en werd er slechts tijdens de dweilpauzes gegeten.

Een jaar later schreef ‘de lange’ wederom historie door op de Olympische Spelen van Saporro drie maal goud te winnen. Men schaatste nog gewoon buiten. Het enige binnenijs dat we kenden was dat in het vriesvak van de koelkast. De winter verlamde Nederland nog niet. En men droomde van de Elstedentocht die na Reinier Papings overwinning in 1963 alweer acht jaar op zich liet wachten.
Om de herhaling van de beelden van Schenk te zien moesten we wachten tot 31 december in het sport-jaaroverzicht.
Het was 1972 en ik was elf jaar oud. Nog nooit had ik van Bob Dylan gehoord, laat staan van zijn ‘The times they are a-Changin’.



2010.
Nederland zucht onder een lange winter, maar droomt van een Elfstedentocht die na Henk Angenent’s overwinning in 1997 alweer 13 jaar op zich laat wachten. Het zout is op. Zelfs het kabinet glijdt uit.
2010.
Ik zoek op internet wie de 1500 meter heeft gewonnen. Het blijkt Mark Tuitert te zijn, waar ik nog nooit van gehoord heb (sorry Mark). Ik lees dat het de eerste Nederlander is die de Olympische titel op deze afstand in de wacht sleept na Ard Schenk in 1972. Schenk deed dat in een tijd van 2:02.96. Tuitert deed dat afgelopen zaterdag in 1:45.57. Op internet zie ik zijn zegetocht zo vaak als dat ik maar wil, net als die van Ireen Wüst en Sven Kramer.
2010.
Sinds ‘The times they are a-Changin’ heeft het werk van Bob Dylan de meest verrassende richtingen gekozen. Verrassend was ook zijn laatste album, ‘Christmas in the Heart’, waarop 15 kerstklassiekers in een soms meer, soms minder origineel Dylan-jasje werden gegoten.
Op 12 maart staat Uncle Bob weer gewoon op de planken. In Osaka begint hij zijn zoveelste wereld-tour.
Ik denk dat ik vanavond ‘Live at Budokan’ maar weer eens uit de kast haal.


Ontbijten met twijfels, en Tschaikovsky (19 februari 2010)

Het is al minder donker als ik om iets over zes het balkon opstap. De bergen zijn al niet meer één met het zwart van het nachtelijk firmament, en hun contouren steken weer al duidelijk af tegen het bic-blauw waarmee de overgang van nacht naar dag de hemel ingekleurt.
Het is nog frisjes, maar zeker niet meer zo koud als een paar weken geleden. Hoewel, koud? Ik las gisteren in de krant dat de voorbije maand wereldwijd de op drie na warmste januari van de laatste honderd jaar was.
Januari, februari. De ‘r’ zit dus nog in de maand. Ik haal vier sinaasappelen uit de bij 'de Siciliaan' gekochte kist op het balkon, wat precies genoeg is voor twee glazen ‘spremuta’.


Gigi krijgt ze de laatste tijd flink om de oren. Gigi Buffon, de beste keeper ter wereld. Zijn Juve is inmiddels afgezakt naar de zesde plaats, en maar liefst 32 maal heeft hij moeten vissen. Zo heette dat ooit, als je als doelman de bal uit het net moest halen. Best een mooie beeldspraak.
Ik ben nooit een visser geweest, in de zin van in alle rust uren lang naar een dobber te zitten staren. Wel heb ik jaren lang het doel verdedigd bij de pupillen en de junioren van mijn clubje, de VV Axel. VV betekent Voetbal Vereniging, maar voor de elftallen waar ik de sluitpost was had het ook voor Veel Verliezend kunnen staan. Ik was een lange, maar zeker geen grote. Ik had mijn ups en downs, en helaas voor mijn ploeggenoten waren die ups even spaarzaam als dat de downs legio waren. We wonnen wel eens omdat ik in vorm was, momenten die ik nog steeds koester. Maar de keren dat we de boot ingingen dankzij mijn pittoreske blunders hadden de overhand. Gek, maar ook die blunders koester ik. Af en toe komt er eentje als een ‘kantstoter’ bovendrijven in de zee van herinneringen aan mijn jeugd, en dan moet ik me inhouden om niet hardop te lachen.

Voor me stond onze laatste man, die naar de veel betekende bijnaam ‘Strukel’ luisterde. ‘Struikel’, in ABN, maar dat werd toen nog niet gesproken op de velden van de VV Axel. Het zal je niet verbazen dat zowel Strukel als ik (bijna) nooit in staat zijn geweest om ons elftal overeind te houden. Maar we verdienden ons brood er niet mee, en we hadden lol.
En dus voel ik met Gigi mee. Ook hem lukt het de laatste tijd niet zijn team overeind te houden. En aangezien hij er wel zijn brood mee verdient, en duidelijk niet echt veel lol heeft tussen de palen, voel ik dubbel met hem mee.

Het zou te ver gaan Gigi’s matige prestaties als reden aan te voeren waarom de Cocopops van onze ontbijttafel zijn verdwenen. De Cocopops in die felrode kartonnen doos vanwaar een nog overtuigende Buffon ons zelfverzekerd over de mokken met dampende thee en de kruimels op de bordjes aankeek. De Cocopops, die heel eenvoudig niet in het assortiment voorkomen van de supermarkt waar we tegenwoordig de boodschappen doen. Het is een bio-supermarkt, zonder grote merken, zonder veel te uitgebreide keuzemogelijkheden, zonder flessen bronwater uit Puglia omdat er ook bronwater uit bronnen om de hoek gebotteld worden.
Bio-produkten hebben al meteen bij de eerste oogopslag twee karakteristieken: de prijs, die over het algemeen redelijk wat hoger is, en het uiterlijk. Het ziet eruit zoals het eruit ziet, zonder kleurstoffen, zonder een met allerlei middelen glimmend gemaakte schil, en er zit af en toe wel eens een plekje aan. Dat neem je als bio-consument graag op de koop toe, want dat hoort nu eenmaal bij dat onbespoten, ongemanipuleerde spul. En zo nuttig ik dus ’s morgens corn flakes van biologische mais, een dikke snee zelf met biologische bloem gebakken brood, eco-solidale thee van eerlijk betaalde theeplukkers ergens heel ver weg, en sinaasappelsap, vers geperst uit sinaasappels met hier en daar een plekje en wat oneffenheidjes op de oranje schil.
Dat is een bewuste keuze. Dat weet ìk en - zo pieker ik al een aantal weken - dat weet die grote producent met zijn glimmende bespoten produkten natuurlijk ook. En dat doet me een beetje ongemakkelijk op mijn stoel wiebelen (ik zou het graag lichtebillen noemen, maar daarvoor heeft mijn gewicht de limiet al ruimschoots overschreden) en nog meer piekeren. Want die grote producent met zijn glimmende bespoten produkten is niet dom, daar ben ik van overtuigd. Die doet er achter de schermen waarschijnlijk alles aan om een verloren consument terug te winnen. Achter de schermen, wat dikwijls gelijk staat met hetgene wat het daglicht niet mag zien.
Wat ik dan piekerend voor me zie zijn de immense bananenplantages van het merk met het blauwe etiketje waar de te kleine bananen op een grote hoop gegooid worden (niet te voorzichtig om een ‘bewerkte’ schil te verkrijgen) en vervolgens van een groen eco-vriendelijk-stickertje worden voorzien. Ik zie de lopende banden van een appelsienen-multinational: de mooiste sinaasappels worden door het personeel van de band genomen en in een plastic oranje netje gestopt. Wat blijft liggen wordt een eind verder van de band gehaald om in koekjes, cake en jus d’orange verwerkt te worden. De minst fraaie exemplaren worden pas op het eind van de band gehaald en daar voorzien van een eco-solidaal merkje. Ook bio-business is business, pieker ik, en waar business is wordt geld verdiend. Heel veel geld.

Ik neem een slok van mijn sinaasappelsap. Het smaakt allemaal wel beter, denk ik... geloof ik... toch?
Mijn blik dwaalt af naar de eenvoudige verpakking met corn flakes van verantwoord gecultiveerde mais. Ik mis de zelfverzekerde glimlach van Gigi. Jammer dat ik de lege doos niet bewaard heb.





Het tweede deel uit Tschaikovky's 'Seizoenen' wordt voor het gemak dikwijls 'Februari' genoemd. De oorspronkelijke naam is echter 'Carnaval'.
Doe daar maar eens een polonaise op...



De foto van de sinaasappels komt van www.sodahead.com.

woensdag 16 februari 2011

721/1943 (7 januari 2010)

In de ring danste hij, zoals decennia na hem Mohamed Ali dat deed. Johann Trollmann, bijgenaamd “Rukelie”.


De, op 27 december 1907 in Wilsche geboren Trollmann begon zijn carrière midden jaren ’20. Hij was een talent en zijn ster rees. Zoals gezegd, hij danste, en won, en won. Aan het eind van de jaren ’20 was hij al een van de populairste boksers in Duitsland. Vooral bij het vrouwelijke gedeelte van het publiek, waarvoor hij zelfs tijd had om tijdens de wedstijden mee te flirten vanuit de ring.
Rukelie danste, en won, en op 9 juni 1933 stond hij in Berlijn tegenover Adolf Witt om uit te maken wie zich vanaf dat moment Duits kampioen middengewicht zou mogen noemen. De reden voor het titelgevecht was een schande: aan Eric Seeling, de kampioen van dat moment, was namelijk de titel ontnomen omdat hij jood was. En joden mochten sinds de nazi’s aan de macht waren niet meer boksen.

Ariër Adolf Witt was de gedoodvergde winnaar, maar het liep anders. Als een wesp cirkelde Trollmann om hem heen en keer op keer brak hij met vinnige stoten door de veerdediging van zijn tegenstander heen. “Rukelie” danste, en beukte Witt in een medogenloos ballet suf. Het wachten was slechts op de genadeslag. Die kwam onverwachts, maar niet vanuit de ring. De aanwezige hoogwaardigheidsbekleders wilden geen zigeuner (want Johann Trollmann was van sinti-afkomst) als kampioen en lieten de jury het gevecht voortijdig met een “no decision” eindigen voordat Witt definitief tegen het canvas zou gaan. Het publiek reageerde woedend en de jury dreigde gelyncht te worden. Daarop werd alsnog besloten “Rukelie” als winnaar uit te roepen.
Een week later verklaarde de Duitse boksbond de titel echter ongeldig omdat Trollmann zijn tranen de vrije loop had gelaten van blijdschap, en dat was volgens de gezaghebbers een bokser onwaardig. “Rukelie” kreeg een nieuwe kans, maar het gevecht op 21 juli tegen Gustav Eder (een soort van blonde hulk) was dusdanig geregiseerd dat de winnaar van tevoren bekend was. De zigeuner mocht namelijk niet dansen, mocht het midden van de ring niet verlaten, want anders zou hij zijn boks-licensie verliezen. Ook “Rukelie” kende dus de uitkomst voordat zijn tweede titelgevecht begon. Het zou logisch zijn geweest verstek te laten gaan, maar hij was present. En hoe. Trollmann had zijn zwarte krullen goudblond laten verven en hij had zijn huid met meel “blank” gemaakt, een karikatuur van de ariër, waarmee hij zijn minachting voor de rassenwetten van de nazi’s duidelijk maakte. Hij behield zijn licensie, danste niet, en bleef als een rots in het midden van de ring staan. Vijf ronden lang bleef hij overeind onder de regen van stoten van Eder. Pas daarna ging hij knock-out, en het blonde ras had gezegevierd.

“Rukelie” heeft nooit meer een eerlijke kans gekregen om zich te verdedigen. Zoals elke zigeuner in die tijd werd hij gediscrimineerd, vervolgd. Hij wist slechts aan het concentratiekamp te ontkomen door zich te laten steriliseren. Zigeuners die zich konden voortplanten waren immers een bedreiging voor de natie, en werden net als de joden uitgeroeid.
In 1939 werd Trollmann gedwongen tot de Wehrmacht toe te treden en men stuurde hem naar het oostfront, waarvan hij in 1941 gewond terugkeerde. Een jaar later, in juni 1942, werd hij door de gestapo gearresteerd.


Concentratiekamp Neuengamme, bij Hamburg. Het is 9 februari 1943. Een gevangene wordt door een groep bewakers afgeranseld. Het doet er niet toe dat zijn lichaam door de honger en de ellende gereduceerd is tot iets meer dan een geraamte. Hij heeft die dag een dubbel rantsoen gekregen om langer overeind te kunnen blijven onder het gebeuk van zijn martelaars. En een paar bokshandschoenen. ,,Verdedig je maar, zigeuner’’, schreeuwen ze terwijl ze onophoudelijk op hem inbeuken. Uiteindelijk gaat hij tegen de vlakte. Een kogel maakt een einde aan het “leven” van het uitgebluste lichaam in de modder. Op een van de armen, iets boven de rand van een van de bokshandschoenen is het nummer 721/1943 te lezen. Het is het nummer waarmee Johann Trollmann als een van de ongeveer 106.000 gevangenen van Neuengamme geregistreerd staat.


Van die 106.000 komen er 55.000 nooit meer terug. Onder hen onder ander Rein Boonsma, die drie maanden na Trollmann het leven liet. Boonsma voetbalde ooit voor Sparta en maakte deel uit van het Nederlands elftal dat op 30 april 1905 de eerste interland tegen België speelde. Tijdens de oorlog zat hij in het verzet, en hij belandde in Neuengamme nadat hij verraden was.

 




Het verhaal van Johann “Rukelie” Trollmann is lang onverteld en ongeschreven gebleven. Pas in 2003 werd hem zijn titel alsnog postuum toegekend.
Het Duitse kunstenaarsduo “Bewegung Nurr” (Alekos Hofstetter en Christian Steuer) werken op het ogenblik aan een monument ter nagedachtenis aan de bokser. Het project met de naam "721/1943" zal dit jaar gestalte krijgen in de vorm van een, half in de grond verzonken witte boksring op de Viktoriaplatz in Kreuzberg, Berlijn, op een steenworp afstand van de plaats waar “Rukelie” in 1933 de Duitse titel in het middengewicht veroverde.

Bronnen en foto's:

- l'Unità

- www.johann-trollmann.de

- Bewegung Nurr

- nl.wikipedia.org

- it.wikipedia.org

- S.C. Lurich - Berlin

 

zondag 13 februari 2011

Ontbijten met Gigi Buffon en Green Day (30 september 2009)

Eenmaal terug van een weekje vakantie Kreta blijkt het opeens nog donker te zijn als de wekker op maandagmorgen om zes uur afloopt. Het duister draagt niet echt bij aan de feeststemming, die het begin van de eerste werkdag begeleidt. Bovendien blijkt het buiten heel frisjes te zijn, maar dat verandert na een paar dagen. September wordt een mooie nazomermaand, en de dagelijkse ritmes hernemen zich snel, alsof ik nooit ben weg geweest.

De voetbal-competitie is weer begonnen. Ik volg het niet meer van nabij, maar desondanks ontkom ik er niet aan. Na een aanwezigheid van enkele maanden staart Gigi Buffon me aan de ontbijttafel weer aan vanaf de doos met Cocopops. De nummer 1 (zo zet de goede man ook zijn handtekening) van Juventus – nee, van Italië – nee! Van Europa – nee!! Van de wereld – nee!!! Van het heelal – wijst er in, zeker niet door hemzelf gekozen woorden op hoe goed het is de dag met Cocopops te beginnen. Ik voel me al een stuk beter nu. Op de zijkant van de doos staat beschreven wat er allemaal in die balletjes zit, die inmiddels in mijn melk ronddrijven. Energie, eiwit, suiker, zetmeel, vet, vezels, sodium/natrium, zout, vitame B1, vitame B2, vitame B3, vitame B6, foliumzuur, vitame B12, vitame C, vitame D, ijzer, magnesium, fosfor, zink, kalium. Met de eetlepel halverwege lees ik het hele rijtje. Met open mond, verwonderd dat ze al dat spul in zo’n klein balletje weten te proppen. Verbaasd ook, want tussen de ingrediënten zie ik een paar dingen staan die regelrecht naar de bodem van mijn cocopop-kom zouden moeten zinken, terwijl heel het spul toch vrolijk en ietwat knisperend op het melkoppervlak rond blijft drijven. Is dit te vertrouwen?

Radio 3 verwent me, zoals elke morgen, met lekker-rustig-wakker-worden-muziek. Klassiek. Tot kwart voor zeven, want dan is het tijd voor vijf minuten radio-journaal. Op 17 september komen zes Italiaanse militairen om bij een aanslag in Afghanistan. Italië rouwt, en de demonstratie voor de persvrijheid wordt een aantal weken opgeschoven.

Op vakantie aten we een roereitje bij het ontbijt. Ja, je moet iets als er geen cocopops in de buurt zijn. Dat leek ons wel iets voor thuis, in het weekeinde, want dan hebben we wat meer tijd. Maar het is er nog niet van gekomen. Geen zin om ’s morgens vroeg te gaan staan bakken, geen zin in een eitje. Gek eigenlijk, dat sommige dingen tijdens een vakantie blijken te functioneren en vervolgens thuis niet willen lukken.




Billie Joe Armstrong van Green Day schreef “Wake me up when September ends” in nagedachtenis aan zijn vader. Deze overleed op een dag in september, toen Billie Joe 10 jaar oud was.



maandag 7 februari 2011

Waak voor namaak (24 juni 2009)

Het toernooi om de FIFA Confederations Cup in Zuid-Afrika is een regelrechte flop geworden voor Italië. De regerend wereldkampioen won de eerste wedstrijd met 3-1 van de Verenigde Staten, maar ging daarna roemloos tenonder tegen Egypte (1-0) en Brazilië (3-0). De jongens van Marcello Lippi overleefden de eerste ronde dus niet en mogen de halve finales tussen Spanje en USA en tussen Brazilië en Zuid-Afrika thuis vanaf de, waarschijnlijk zeer confortabele bank bekijken.


Als gevolg van de matige prestatie van de "nazionale" krijgt het spotje van het Italiaanse ministerie van economische ontwikkeling in haar strijd tegen namaak en vervalsingen een onverwachte extra dimensie...






Waak voor namaak dus. Het is een plaag die het bedrijfsleven - niet alleen in Italië - honderden miljoenen kost.
De organisatie achter de dikwijls niet van echt te onderscheiden vervalsingen van bijvoorbeeld merkkleding en tassen is over het algemeen in handen van de grote georganiseerde misdaadorganisaties zoals de camorra en de mafia. 'Het systeem' houdt zichzelf in stand, niet alleen dus met de handel in drugs, wapens, mensen en beton van slechte kwaliteit. 'Het systeem' houdt zichzelf ook in stand met de produktie en de verkoop van vervalsingen. Vervalsingen die stinken naar geld, vervalsingen waar bloed aan kleeft van geweld.

donderdag 27 januari 2011

Kunstlullen (10 juni 2008)

Het heeft lang geduurd, maar eindelijk is het er toch van gekomen. WE hebben gewonnen. Niet dat het me veel uitmaakt voor het spelletje, want wat veel sporten betreft ben ik afgehaakt toen het grote geld haar intrede deed. Het grote geld... Dat wil niet zeggen dat iemand niet goed mag verdienen met een beroep dat hij slechts, laten we zeggen, een jaar of tien op het hoogste niveau kan uitvoeren. Dat wil niet zeggen dat iemand die miljoenen mensen in vervoering weet te brengen daarvoor geen riante beloning mag krijgen. Integendeel. Maar er zijn grenzen.
Toen die grenzen naar mijn gevoel zijn overschreden heb ik een stapje opzij gezet. Ik ben niet meer de fervente supporter, de gedreven toeschouwer van voorheen. Ik stel me "tevreden" met de tien minuten sport die hier op RAI3 dagelijks de lucht in gaat om acht uur 's avonds. Tien minuutjes per dag, die me elke keer weer bevestigen waarom ik niet meer sport kijk. Men praat in de uitzending heel vaak over geld. De ene transfermarkt is nog niet afgelopen of de andere begint.
Goed, het spelletje bekoort me dus niet echt meer. Want laten we eerlijk zijn, met het grote geld zijn niet de grote kampioenen gekomen. Misschien lopen ze nog wel rond, die groten als Johan Cruijff, Franz Beckenbauer, Michel Platini, Pelé, Diego Maradonna. Maar je ziet ze niet meer schitteren. Ondergeschoffeld in een rechtstreeks duel met een tegenstander of in een tactisch diagram van trainer die het ook niet gemakkelijk heeft te overleven in de leeuwenkuil. De ruimte om te bewegen en groot te worden is er niet meer. Bankbiljetten zijn ervoor in de plaats gekomen.
En toch stel ik na een mooie wedstrijd dat WE gewonnen hebben. En dat IK daar blij mee ben. Juist en vooral als niet-geïnteresseerde. Want - hier komt het - je kan in Italië niet niet geïnteresseerd zijn in sport, en dan met name in voetbal. Dat bestaat niet. Het wordt dan ook niet geaccepteerd. Iedereen is dus supporter en bovendien is een Nederlander een supporter van zijn nationale ploeg. Of hij of zij dat wilt of niet.
In 2000 keek ik in de rol van neutraal toeschouwer in mijn toenmalige stamkroeg Bar Centrale in Pontelagoscuro naar de halve finale van het EK in Amsterdam waarbij Italië en Nederland tegenover elkaar stonden. Italië in het hol van de leeuw. Ik in het hol van de leeuw. De bar sidderde op haar grondvesten die avond. Italië al na een half uur met tien spelers. Twee strafschoppen voor Nederland. Het ideale scenario voor oranje om met twee vingers in de neus naar de finale door te stoten. Het ideale scenario voor mij om door een horde teleurgestelde Italianen gelyncht te worden en ergens in een sloot gedumpt te worden. Wat de twee strafschoppen betreft, Frank de Boer en Patrick Kluivert misten jammerlijk. Italië bleef overeind, ook in de verlenging, ook tijdens de afsluitende penalty-serie. Ik was veilig. De Italianen feestten en als troost werd me een limoncino aangeboden, en nog een, en nog een, en... Ik ging zowat op m'n knieën naar huis die avond, zwalkend als een Nederlands elftal in een halve EK finale.
Ik dank mijn leven dus aan Frank de Boer en aan Patrick Kluivert en daar ben ik ze eeuwig dankbaar voor. Als eerbetoon aan het duo heb ik twee kunstlullen gekocht die nog steeds - ietwat verlept weliswaar - in de vensterbank staan.
In 2006 werden in Turijn de Olympische Winterspelen gehouden. Veel goud trekt oranje over het algemeen niet weg bij dit soort evenementen, maar bij het schaatsen zijn en blijven we immer favoriet. We worden tenslotte practisch met de schaatsen ondergebonden geboren. Een geruststellende gedachte...
In de rechtstreekse confrontatie met de Italianen gleden we echter jammelijk uit. Letterlijk en figuurlijk. Ik was niet eens toeschouwer bij de ploegenachtervolging (wist niet eens dat zoiets ook al bestond bij het schaatsen) toen ik kreten hoorde vanuit de vergaderzaal op ons werk, waar een aantal geestdriftige collega's de wedstrijd volgde op tv. Toen ik arriveerde mocht ik het debacle "in diretto" meemaken: een blokje maakte een eind aan de ambities van het trio Kramer, Verheijen en Wennemars. Een van de drie viel, sleepte een tweede en een hele natie mee in zijn val. En ik stond daar in de vergaderzaal tussen de juichende Italiaanse collega's, wankelend en totaal buiten proporties, als op een paar klapschaatsen in de Sahara.
Drie kunstlullen werden dezelfde dag nog aan het trieste duo in mijn vensterbank toegevoegd.

En gisteren hebben WE dan eindelijk gewonnen. Ik heb de wedstijd bekeken in het gezelschap van een Nederlandse vriend met dezelfde kijk op sport als ik, en van vijf fanatieke Italianen. Een beheksing lijkt verbroken.
Ik proef het zoet van een lang bevochten overwinning als ik vanmorgen met oranje pet en oranje stropdas het kantoor inwandel. Het eerste rondje aan de koffie-automaat is voor mij. De zon schijnt.
En thuis liggen er vijf kunstlullen in de vuilnisbak.