
Terug naar Westdorpe. Een weekje lage landen.
Amsterdam stond aanvankelijk slechts als passage op ons programma, onderweg van Schiphol naar Westdorpe. Maar een vriendin vertelde dat we de tentoonstelling "Van Gogh en de kleuren van de nacht" niet over mochten slaan.
Het is zaterdagavond, rond de klok van zeven. In Italië viert men de bevrijding, en wij staan weer op het Stationsplein. Zoals precies een jaar geleden. Achter ons het centraal station, als een kloppend hart. Moegeshopte gezinnen, de handen vol tassen, verdwijnen door de openstaande deuren naar binnen. Toeristen en zaterdagavondstappers komen naar buiten, de voorpret en verwachting als een rode blos op de wangen. Voor ons de halte van de tram, en iets verderop aan het Damrak de put, die wat grootte en diepte weinig lijkt te hebben ingeboed ten opzichte van vorig jaar.
Welke lijn was het ook alweer, de 1 of de 11? Het blijkt uiteindelijk lijn 2 te zijn.
Het Leidseplein gonst. Een groep van vijf breakdancers (heten die nog zo?) maakt het publiek enthousiast. Achter de toeschouwers trappen wat jochies anoniem een balletje. Een ouwere passant houdt de bal even hoog als die zijn kant oprolt. De romantiek van het straatvoetbal, ook dat hoort bij Amsterdam.
We drinken een pilsje op een terras voordat we binnengaan bij Stoop & Stoop. Het is er goed, gezellig en dus altijd vol, maar na vijf minuten is er een tafeltje vrij. Naast ons twee
ouders met hun zoon van een jaar of vijftien. De jongen doet me aan mijn zoon denken. Een beetje onwennig in het grote lichaam dat het nog gedeeltelijke kinderhart verbergt. Verlegen lijkt het, maar ik geloof niet dat dat het is. Als ze betaald hebben wordt hun plaats ingenomen door twee vriendinnen, die elkaar lang niet gezien hebben. Ze hebben veel te bespreken, oude liefdes, nieuwe liefdes, collega's, het werk. Ze hoeven niet te fluisteren met twee Italianen aan het tafeltjes naast zich.Als we met een voldaan spinnende maag terug naar ons hotelletje lopen is het donker, maar de stad bruist en de terrasjes zitten vol. De breakdancers zijn vertrokken, en de voetballertjes zitten waarschijnlijk thuis te 'gamen'. Hun plaats is ingenomen door een cellist die nog moet beginnen, of misschien al klaar is met zijn optreden. Zijn instrument wacht gelaten op de dingen die komen gaan, de stok of de kist.
Al een paar keer is het ons gelukt een hotelletje bij het Vondelpark te vinden. Dat heeft iets speciaals, op de vroege ochtend door het park naar het centrum wandelen. De vogels begroeten fluitend het begin van de dag, trimmers demonstreren onverbloemd de vele stijlen van het zich in looppas voortbewegen, ieder apart uitnodigend tot wat fantasieën over hoe hij of zij buiten het trainingspak door het leven gaat. Ik neurie Acda en De Munnik.
Voor het Van Gogh Museum staat om iets over negen al een lange rij. Het miezert en we hebben weinig zin ons aan te sluiten. Er zijn vast en zeker andere musea met een kortere wachttijd.


We kiezen voor het FOAM. De vaste collectie heeft het veld moeten ruimen voor de tentoonstelling "Richard Avedon: Photographs 1946 - 2004", maar dat blijkt helemaal niet erg te zijn. Het is een schitterende collectie, waarin te zien is hoe het werk van de eigenzinnige Avedon zich in de jaren heeft ontwikkeld. Van vernieuwend modefotograaf tot zijn ontwapende portretten, waarin hij de ziel van zijn onderwerpen bloot weet te leggen.Zien eten doet eten, zeggen ze wel eens. Dat is een beetje hetzelfde met fotograferen. Als ik na een weekje Lage Landen thuiskom blijk ik 541 fotootjes gemaakt te hebben. Ik ben min of meer een op-goed-geluk-fotograaf en ik weet, als hiervan één procent redelijk van kwaliteit is, dan is het meegenomen.
Verderop aan de Herengracht, op nummer 497, huist het KattenKabinet. Naast de kassa zit een kat, die zich gewillig laat aanhalen. Op de trap naar de eerste verdieping worden we voorbijgestoken door een tweede kat, op een bankje ligt een derde een uiltje te knappen en een vierde zit lodderig in de vensterbank naar buiten te kijken. Tot zover de levende hoofdrolspelers in dit bijzondere museum. De collectie is heel bijzonder met Picasso en Henri de Toulouse-Lautrec als meest in het oog springende namen. De kat in de kunst, in de reclame, in de literatuur. Een hele brede horizon.De regen wijkt heel geleidelijk voor hier en daar een opklaring met zelfs af en toe een stukje blauw en een zonnestraal. Lanterfanteren in Amsterdam. De lekker dikke zaterdag-Volkskrant, sleutelhangers met klompjes voor vrienden en collega's, kaartjes, poffertjes aan de Stadhouderskade, een bundel van Martin Bril, foto's, klik, klik, klik.






En dan Van Gogh. Kleuren van de invallende avond, kleuren van de nacht. De aardappeleters, de zaaiers,

de sterrennacht. Magie. Het eerste doek en het laatste lijken bijna niet door dezelfde persoon geschilderd. Ertussen ligt een geschiedenis, een ontwikkeling, die in de tentoonstelling prachtig in beeld wordt gebracht. Enkele fragmenten van Vincents brieven aan broer Theo geven weer hoe de schilder worstelde naar een, voor hem dikwijls minst onbevredigende eindresultaat. Ik zou hier vele uren rond kunnen lopen, maar er resten er slechts anderhalf tot aan sluitings- en etenstijd.Van Gogh heeft weinig grote doeken geschilderd. Zijn meeste werken zouden wat oneerbiedig 'schilderijtjes' genoemd kunnen worden. Ook mijn pas aangeschafte aanwinst van Martin Bril zit vol schilderijtjes, maar dan anders. Op een terrasje blader ik "Het verdwenen kruispunt" door. Bril schrijft dorpstafereeltjes, polderlandschappen, Nederland, op een bijna tastbare manier. In Nuenen, waar Van Gogh gewoond heeft, neemt hij plaats bij het raam van Café De Zwaan.
,,In het park, tussen de lindebomen, staat een beeld van de getormenteerde schilder. Het lijkt niet, maar waarom zou het?
...
Sky Radio brengt intussen de nieuwste Madonna, twee mannen die op De aardappeleters niet zouden misstaan komen De Zwaan binnen en bestellen luidkeels 'een bokske'."
Voor ons geen 'bokske', maar een gewoon pilsje bij café Dante. De Italiaanse Lonely Planet heeft het over een galerie op de eerste verdieping met werk van Herman Brood. Ongelovig loop ik de trap op, en ja hoor, daar hangen ze. Felle kleuren, primitieve figuren alsof ze rechtstreeks uit een hallucinerende droom gestapt zijn. Was dit zijn wereld? Voor we verder gaan drinken we er nog eentje, op Herman.Amsterdam lijkt op te houden als je de deur van het Indonesische restaurant Cilubang achter je dichttrekt. Ik ken niet veel restaurants in Amsterdam, maar van degene die ik ken is dit mijn favoriet. Het lijkt of je op bezoek bent bij een verre oom en tante, gastvrij en dichtbij. Een hand op je schouder, het omroeren van de gerechten op tafel om uit te leggen wat het precies is. Elke maaltijd lijkt speciaal voor jou bereid, met liefde, en dat proef je.
Muziek klinkt zacht op de achtergrond, maar is niet altijd afgestemd op de periode van het jaar. Nog vier dagen tot koninginnedag en halverwege de avond komt Bing Crosby op kousevoeten voorbij met 'White Christmas'. Ook dit hoort bij Cilubang.
Geen koffie na deze keer. Ook geen afzakkertje onderweg naar ons hotelletje. Morgen gaan we naar Utrecht en we willen vroeg vertrekken. Nu maar hopen dat het niet sneeuwt.
Slechts een paar kilometer verderop, in de vertrekhal van het vliegveld Charleroi staat een kerstboom, veel groter, veel voller, en met veel meer lichtjes als die in het kleine huisje in het donker van de koude winteravond. En toch, deze boom kan niet tippen aan de kleine onregelmatige blauwspar met daaronder de kerststal van Marieke. De kunststof takken missen de geur van een echte boom, en de hal mist de reuk van boerenkool en gebraden worst. Reizigers van en reizigers naar lopen er voorbij, en dikwijls lijken ze de boom niet eens op te merken. Ik vind het altijd een heel triest tafereel, een kerstboom op een vliegveld. Ik kan er niks aan doen.
We vertrekken uiteindelijk met een kwartier vertraging. Als de wielen van onze Boeing zich van de startbaan van Charleroi losmaken ben ik al door de inleiding heen (deze schreef Büch speciaal voor de herdruk van zijn ''Eilanden'', 10 jaar na de eerste editie) en bevind me al op het gezonde en vruchtbare St. Helena. Zo omschreef een Nederlander in 1887 deze Britse kroonkolonie die eerst en vooral bekend is geworden als de laatste - gedwongen - verblijfplaats van Napoleon Bonaparte. Hij was niet de enige die als gevangene op het eiland geleefd heeft, wel de bekendste.
In mijn reaktie vertel ik haar onder andere dat ik op het ogenblik een boek aan het lezen ben van 
me toch ook niet van de indruk onttrekken dat er iets van waar is. Hij gebruikt bepaalde personen om een bepaald verwachtingspatroon op te bouwen, ze krijgen zelfs gedurende enige honderden bladzijden een hoofdrol maar verdwijnen daarna bijna volledig uit het verhaal. Voor de sensuele zussen Kanō is zo'n rol weggelegd, en zo ook voor een muzikant die bijna uit het niets verschijnt en weer net zo gemakkelijk in datzelfde niets verdwijnt. Ze dragen echter allemaal op de een of andere manier een steentje bij aan de oplossing van de zoektocht Okada Toru naar zijn vrouw Kumiko. Zij verdwijnt van het ene moment op het andere uit het leven van Toru. Net zoals hun kat, met wiens verdwijning de schrijver aan het begin van deze 832 bladzijden tellende roman het pad voor zijn lezers effent. De kat luistert naar de bijzondere naam Wataya Noboru, genoemd naar de broer van Kumiko die, zonder dat Toru het wil, een ontzettend grote invloed op het leven van het echtpaar heeft. De sleutel van Okada Toru's zoektocht blijkt te liggen op de bodem van een oude, inmiddels drooggevallen waterput in de achtertuin van een huis waarvan de bewoners elke keer op de meest vreemde manier om het leven zijn gekomen. Een sleutel die leidt naar de geheimzinnige, immer duistere suite 208 van een immens hotel. Toru vindt er in de stilte en het donker min of meer een antwoord op al zijn vragen.
Er wordt in het "systeem" minderwaardig op het boek gereageerd. De hoofdrolspelers sturen hem laconiek hun versie van de feiten en schaamteloos worden "vergeten" acties uit de doeken gedaan. "Gomorra" wordt zelfs vervalst op de markt gebracht. Wie is die Saviano nou? Een breekbaar riddertje dat het op een houten hobbelpaard, gewapend met een plastic speelgoedzwaard, tegen de draak op wil nemen. Een Don Quichotte van de 21e eeuw.
De "bagno" is spartaans en biedt het essentiële. Er is wat te drinken en te eten, in het weekeind en in het hoogseizoen is er 's middags ook vis en inktvis van de grill. Een grote houten overkapping, daaronder in de schaduw tafeltjes en stoeltjes. Het is een hele familie die alles hier draaiend houdt, la mamma, zoontjes, dochters, neefjes, nichtjes en wie weet wie nog meer. Een van de dochters studeert economie en brengt een deel van de dag met haar donkerblonde krullen boven het toetsenbord van een laptop door. De andere dochter doet economie en je vindt haar altijd vriendelijk lachend en babbelend achter de bar, in de keuken, op het strand, overal waar je net iemand nodig hebt.






Er zijn mensen die al naast hun bed staan voordat ze hun ogen open hebben. Bij mij duurt het altijd even. Langzaam wijken de wolken waarin m'n slaap gehuld is, of soms nog moeizamer is het alsof ik een keldertrap beklim. Aan het eind de morgen, die ik kalm begroet. Boven me het wonderlijke dak van de trullo. De honden merken waarschijnlijk aan mijn ademhaling dat ik wakker ben, want een natte neus port in m'n rug. Rechts van me kijkt Oronzo me opgewekt aan, zijn voorpoten op de rand van het bed. Achter hem staat Cicia, veel ouder al, luid geeuwend en nog wat slaapdronken op de poten, maar ook zij klaar om de dag te beginnen. Links van me, Lief. Ze slaapt nog, en haar rustige ademhaling is één met de geluiden van de morgen die vanachter de vensterluiken het halfdonker van de slaapkamer binnendringen. Ik glij uit m'n bed en voel de aangename koelte van de tegels onder m'n voeten. Op de voet gevolgd door twee enthousiaste viervoeters strompel ik wat stijfjes naar de buitendeur, die na de twee draaien van de sleutel met een ijzeren klik uit het slot springt. De zware deur zwaait open en Oronzo en Cicia schieten langs m'n benen naar buiten. Ik zet de deur vast aan de haak in de muur, rek me uit. Voor me trekt de achterkant van de nacht naar het westen, een frisheid achterlatend die de bloemen op het terras hun kelkjes uitnodigend doet openen. De bijen en wat vlinders zijn al druk in de weer en doen zich tegoed aan rozerood, leliewit, fuchsiaroze. Hoog daarboven een hemel van blauw. Dit is m'n paradijsje.


Ik sta op en fluit om te weten waar de honden uithangen. Cicia komt meteen de hoek omrennen, maar Oronzo laat langer op zich wachten. Later hoor ik bij buurman Luigi dat Oronzo 's morgens steevast een paar honderd meter van huis te vinden was. Hofmakerij en ondertussen een "vorkje meeprikken" op het erf van ene Pugliëse schoonheid. Een kwartiertje en dan voldaan naar huis. We gaan een blokje om. Onze "trulli" op een heuvel die zo'n 400 meter boven Fasano uitsteekt, en ik hou ervan om 's morgens vroeg naar de rand van ons terrein te lopen vanwaar je over de vlakte tot aan de zee uitkijkt. Direkt aan de voet van de heuvel dus Fasano, met haar beroemde Zoo Safari, een van de grootste dierentuinen van Europa. Maar ik ben geen dierentuinliefhebber, dus ik ben nog nooit in de Zoo Safari geweest. Ik vind het op zich zelfs wel prettig dat we het park niet kunnen zien vanaf hier.
We draaien ons om en gaan terug, de honden iets voor me, of iets achter me, maar steeds in de buurt. Ze houden van deze rondjes. Door de bosjes, waar elke boom zijn eigen verhaal heeft. Er staan ook wat fruitbomen. Langs de groentetuin van Peppino, de zoon van Nenette, en terug naar de groep huisjes. Nenette hoort hier, maar dit jaar is ze er niet. Ze sukkelt met haar gezondheid en verkiest haar huisje in het hete Fasano boven de kleine "trullo" in Selva. Ook Peppino kan er niet bij. ,,Dan gaat ze de rozenkrans bidden met haar vriendinnen'', zegt hij hoofdschuddend. Ook de luiken van de trullo naast het kleine kerkje zijn hermetisch afgesloten. Hier brengt normaal gesproken zia (tante) Pia de zomer door, met haar dochter Maria-Cristina, maar ook zij zit in de lappenmand. Luigi en Maria zijn de laatsten. Ze wonen hier niet alleen 's zomers maar ook 's winters.