Posts tonen met het label fotografie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fotografie. Alle posts tonen

dinsdag 22 februari 2011

Stilte (5 december 2010)

Gefluister vult de nacht. Het sneeuwt. Dikke vlokken wispelen, krispelen, terwijl ze de koude grond witspikkelen en het donkere woud in de buurt van het Duitse Freiburg uit lijken willen te gummen.
Het eerste ochtendgloren onthult. Een wereld zonder kleur. Betovering heeft genoeg aan wat tinten koel. Een streep zwart, wat vegen grijs, een heleboel wit.
Het eerste ochtendgloren onthult.  De stilte, een oneindig verre stilte. Stilte, zo stil dat ze bijna hoorbaar is. Geluid zonder geluid.



Een zacht gekreun, een scherpe plooi in het wit. Gekraak, niet gebroken. Een bast, een barst. Een tak slaat haar manen uit. Een bos wordt bomen, één voor één voor één, ieder draagt de witte last op haar eigen manier. Maar vooral in stilte.




De 23-jarige Michael Schlegel legt zich vooral toelegt op landschapsfotografie. De Duitse fotograaf reist de wereld rond en zijn reportages hebben hem al vele prijzen opgeleverd. Met zijn serie "Frozen life" bewijst hij echter dat je vaak niet eens ver van huis hoeft te gaan om mooie plaatjes te schieten. De foto's van bomen in een sneeuwlandschap zijn allemaal zo'n 30 kilometer van zijn woonplaats Freiburg gemaakt. Met heel veel geduld, want vaak is het heel lang wachten op precies het juiste licht en de ideale schaduw. Vooropgesteld dat dat moment ooit komt.




Bronnen:
- D Casa
- www.michaelschlegel.com
Foto's:
- Fotoblur

Waar de kinderen slapen (4 november 2010)

De foto's zijn ooit gemaakt met een Kodak. Niet digitaal, niet bijgewerkt, de ene keer wat overbelicht, een andere keer wat donker. Het rolletje ontwikkeld, in in de loop van de jaren steeds fletser geworden levensechte kleuren afgedrukt op glanzend fotopapier. Met een wit randje eromheen.
Het zijn de foto's van mijn slaapkamertje waar ik vanuit mijn wiegje het donker van de nacht vulde met de rustige ademhaling van een nieuwe wereldburger die de toekomst met vertrouwen vooruit ziet. Totdat er zich iets op begon te spelen wat ik nog geen naam kon geven, maar wat, zoals later bleek, honger heette en ik de halve Bernhardstraat bij elkaar brulde.

Het kamertje en de wieg zijn eenvoudig. Zachte kleuren; mijn vader had zelfs de deur in een lichtgeel jasje gekwast. De gordijnen, de commode, zelfs de pot, alles in een rustgevend en geruststellend pastel. Dezelfde kleuren die ik 32 jaar later tegenkwam in het met zorg ingerichte slaapkamertje van mijn pasgeboren zoon.
Voor iedere ouder is de slaapkamer van een nieuwkomer uniek, maar meestal is het tegendeel werkelijkheid. De zuigeling die in zijn bedje op zijn of haar duim ligt te sabbelen, die is uniek. Maar de slaapkamertjes waarin de wiegjes staan zijn vaak - om in de sfeer te blijven - één pot nat en een spiegel van wat de bladzijden van de thematijdschriften vult.
Pas na verloop van jaren krijgt het kamertje karakter. Babykamer wordt kinderkamer, kinderkamer wordt tienerkamer, tienerkamer wordt puberkamer, en geleidelijk wordt zichtbaar wie daar werkelijk leeft. Niet de ouders, niet de hoofdredacteur van 'Ouders van nu', maar een jong leven dat zijn of haar karakter vormt, zijn of haar interesses ontwikkelt en die bijstelt op het moment dat dat uitkomt.
Op mijn kamertje herinner ik me vaag de eerste platen van Pluto, Donald Duck en Dombo. Helderder is de periode dat ik op het voetballen ging en de striphelden plaats maakten voor alle elftallen van de eredivisie, waarvan er uiteindelijk één club overbleef. Gefiguurzaagde (of is het figuurgezaagde?) vliegtuigjes aan het plafond en op de boekenplank. Totdat de muziek zijn intrede deed. The Sweet en The Osmonds (inclusief Mary!) waren mijn eerste groepen. Gelukkig kreeg ik snel door dat er meer onder de zon was en de glitterpop-posters gingen van de muur die van een oogverblindend paars behangetje en Jim Morrison, Jimmy Hendrickx, The Stones, Che Guevara werd voorzien. Schaars geklede dames wurmden zich na verloop van tijd tussen deze groten der aarde en het hele stel begeleidde me door de pubertijd heen.
Mijn kamer had karakter gekregen, mijn karakter.




In zijn boek "Where children sleep", dat deze maand ook in Italië uitkomt, heeft James Mallison (in 1973 geboren in Kenya, opgegroeid in Engeland en sinds 2003 woonachtig in Venetië) 56 kinderen uit 24 landen gefotografeerd, en daarbij hun  slaapkamer. Een hele mooie serie, waarin de fotograaf niet alleen de slaapkamer aan haar bewoner koppelt maar ook aan het land en de omstandigheden waarin het kind opgroeit.
,,Ik hoop dat de foto's en de verhalen daarbij vooral kinderen aanspreken zodat gelukkige kinderen (zoals ik was) misschien meer waarderen wat ze hebben'', zegt Mallison in zijn voorwoord. ,,Maar ik hoop vooral dat het boek de kinderen aanzet om over de ongelijkheid in de wereld te denken.''

Hieronder enkele foto's uit "How children sleep" en de bijbehorende tekst.

Kaya, four, lives with her parents in a small apartment in Tokyo, Japan. Her bedroom is lined from floor to ceiling with clothes and dolls. Kaya’s mother makes all her dresses – Kaya has 30 dresses and coats, 30 pairs of shoes and numerous wigs. When she goes to school, she has to wear a school uniform. Her favourite foods are meat, potatoes, strawberries and peaches. She wants to be a cartoonist when she grows up.

Jasmine (‘Jazzy’), four, lives in a big house in Kentucky, USA, with her parents and three brothers. Her house is in the countryside, surrounded by farmland. Her bedroom is full of crowns and sashes that she has won in beauty pageants. She has entered more than 100 competitions. Her spare time is taken up with rehearsal. She practises her stage routines every day with a trainer. Jazzy would like to be a rock star when she grows up.

Home for this boy and his family is a mattress in a field on the outskirts of Rome, Italy. The family came from Romania by bus, after begging for money to pay for their tickets. When they arrived in Rome, they camped on private land, but the police threw them off. They have no identity papers, so cannot obtain legal work. The boy’s parents clean car windscreens at traffic lights. No one from his family has ever been to school.

Dong, nine, lives in Yunnan province in south-west China with his parents, sister and grandfather. He shares a room with his sister and parents. The family own just enough land to grow their own rice and sugarcane. Dong’s school is 20 minutes’ walk away. He enjoys writing and singing. Most evenings, he spends one hour doing his homework and one hour watching television. When he is older, Dong would like to be a policeman.

Indira, seven, lives with her parents, brother and sister near Kathmandu in Nepal. Her house has only one room, with one bed and one mattress. At bedtime, the children share the mattress on the floor. Indira has worked at the local granite quarry since she was three. The family is very poor so everyone has to work. There are 150 other children working at the quarry. Indira works six hours a day and then helps her mother with household chores. She also attends school, 30 minutes’ walk away. Her favourite food is noodles. She would like to be a dancer when she grows up.

Roathy, eight, lives on the outskirts of Phnom Penh, Cambodia. His home sits on a huge rubbish dump. Roathy’s mattress is made from old tyres. Five thousand people live and work here. At six every morning, Roathy and hundreds of other children are given a shower at a local charity centre before they start work, scavenging for cans and plastic bottles, which are sold to a recycling company. Breakfast is often the only meal of the day.

Thais, 11, lives with her parents and sister on the third floor of a block of flats in Rio de Janeiro, Brazil. She shares a bedroom with her sister. They live in the Cidade de Deus (‘City of God’) neighbourhood, which used to be notorious for its gang rivalry and drug use. Since the 2002 film City of God, it has undergone major improvements. Thais is a fan of Felipe Dylon, a pop singer, and has posters of him on her wall. She would like to be a model.

Nantio, 15, is a member of the Rendille tribe in northern Kenya. She has two brothers and two sisters. Her home is a tent-like dome made from cattle hide and plastic, with little room to stand. There is a fire in the middle, around which the family sleep. Nantio’s chores include looking after the goats, chopping firewood and fetching water. She went to the village school for a few years but decided not to continue. Nantio is hoping a moran (warrior) will select her for marriage. She has a boyfriend now, but it is not unusual for a Rendille woman to have several boyfriends before marriage. First, she will have to undergo circumcision, as is the custom.

Douha, 10, lives with her parents and 11 siblings in a Palestinian refugee camp in Hebron, in the West Bank. She shares a room with her five sisters. Douha attends a school 10 minutes’ walk away and wants to be a paediatrician. Her brother, Mohammed, killed himself and 23 civilians in a suicide attack against the Israelis in 1996. Afterwards the Israeli military destroyed the family home. Douha has a poster of Mohammed on her wall.

Tzvika, nine, lives in an apartment block in Beitar Illit, an Israeli settlement in the West Bank. It is a gated community of 36,000 Haredi (Orthodox) Jews. Televisions and newspapers are banned from the settlement. The average family has nine children, but Tzvika has only one sister and two brothers, with whom he shares his room. He is taken by car to school, a two-minute drive. Sport is banned from the curriculum. Tzvika goes to the library every day and enjoys reading the holy scriptures. He also likes to play religious games on his computer. He wants to become a rabbi, and his favourite food is schnitzel and chips.

Lamine (above), 12, lives in Senegal. He is a pupil at the village Koranic school, where no girls are allowed. He shares a room with several other boys. The beds are basic, some supported by bricks for legs. At six every morning the boys begin work on the school farm, where they learn how to dig, harvest maize and plough the fields using donkeys. In the afternoon they study the Koran. In his free time Lamine likes to play football with his friends.

Joey (below), 11, lives in Kentucky, USA, with his parents and older sister. He regularly accompanies his father on hunts. He owns two shotguns and a crossbow and made his first kill – a deer – at the age of seven. He is hoping to use his crossbow during the next hunting season as he has become tired of using a gun. He loves the outdoor life and hopes to continue hunting into adulthood. His family always cook and eat the meat from the animal they have shot. Joey does not agree that an animal should be killed just for sport. When he is not out hunting, Joey attends school and enjoys watching television with his pet bearded dragon lizard, Lily.

Bronnen:
- La Repubblica
- Telegraph



vrijdag 18 februari 2011

Put-toerist (24 mei 2010)

In Amsterdam wordt gewerkt. Altijd.
Als we het Centraal Station uitlopen is er eerst De Put. Het gat van Amsterdam. Ik kom zowat elk jaar voor een paar dagen of een weekje naar Amsterdam, en ik begin eraan gehecht te raken. De Put lijkt te leven, verandert van vorm, en als ik het goed heb zelfs af een toe een beetje van plaats. De Put is bijna het visitekaartje van Amsterdam, en daar bedoel ik niets negatiefs mee. Geloof me, een toerist heeft er helemaal geen problemen mee.

De Put is één. Maar ook elders wordt gewerkt, dus her en der kom je in Amsterdam putten tegen. Kleinere putten, dus kleine p's. Ze hebben niet zoveel als De Put, maar desondanks stralen ze iets van de werklust van de immer bezige Nederlander uit. Nederlanders zijn noeste werkers. Dijken bouwen, land veroveren op de zee en op, in of met dat land iets nuttigs doen. Een put graven lijkt nutteloos, maar in Amsterdam graaft men niet voor niks. Diepte op korte termijn is er vooruitgang op lange termijn.

Een put is op zich echter een lelijk ding en past dus niet echt in Amsterdam. Maar ook daar wordt aan gewerkt. Op het Rokin zie ik afbeeldingen van bukkende mensen rond een put, op weg naar kantoor, boodschappen doend of spelend met vriendjes en vriendinnetjes.
Op de kruising van de Utrechtsestraat en de Herengracht liggen twee prachtgaten. Het zijn de putten van de beste vrienden van de mens...

 


 


Ga er maar eens kijken als je in de buurt bent. Er hangen nog veel meer foto's.

Mooie putten in mooi Amsterdam. Ze hebben er het put-toerisme uitgevonden.

Manuel Álvarez Bravo, revolutionair of surrealist (7 mei 2010)

Hoewel de Mexicaanse revolutie altijd een geliefde achtergrond is geweest waartegen veel spaghettiwesterns zich hebben afgespeeld, is de strijd van de Mexicaanse massa tegen het Porfiriaat in onze geschiedenisboeken altijd in de schaduw gebleven van die andere grote wereldbrand uit het begin van de twintigste eeuw, de eerste wereldoorlog. Toch kwamen bij het omverwerpen van de macht van president Porfirio Díaz in 1910, na een dictatuur van 34 jaar, en de daaropvolgende machtstrijd binnen de revolutionaire bewegingen naar schatting één miljoen mensen om het leven. Pas halverwege de jaren dertig kwam Mexico in een enigszins stabiele situatie terecht.

Manuel Álvarez Bravo werd op 4 februari 1902 in Mexico Stad geboren en groeide dus min of meer op met de revolutie. Hij kwam uit een familie van artiesten en schrijvers, en wellicht was het niet meer dan logisch dat hij in 1918 schildertechniek en muziek ging studeren aan de Academia Nacional de Bellas Artes in San Carlos. In 1923 ontmoette hij de Duitse fotograaf Hugo Brehme die hem overtuigde een camera aan te schaffen. En zo werd Bravo, mede dankzij zijn vele contacten met revolutionaire kunstenaars de fotograaf van de Mexicaanse revolutie. Hij had die 'titel' vooral te danken aan de foto waarmee hij in 1934 beroemd werd, 'Obrero en huelga, asesinado' (staker, vermoord).

Obrere en huelga, asesinado (1934)

Toch zou het te ver gaan om Manuel Álvarez Bravo een politieke of revolutionaire fotograaf te noemen. Hij fotografeerde weliswaar op straat, daar waar de revolutie woedde en armoe heerste, maar hij bekeek zijn onderwerpen eerst en vooral vanuit een artistiek oogpunt. Hij was een meester in het vinden van een zekere balans, een symetrie in de onderwerpen die hij vastlegde.

Calabaza y caracol (1928)

Muchacha viendo pàjaros (1931)

Gorrión, claro (1939)


Daarnaast slaagde hij er vaak in een ietwat dromerige sfeer te creëren die min of meer een kenmerk voor Bravo's werk is geworden. Hij wist de werkelijkheid op die momenten iets van fantasie te geven, iets onwerkelijks misschien. Surrealistisch, volgens velen.

El ensueño (1931)

Retrato de lo eterno (1935)

La buena fama durmiendo (1938)

Manuel Álvarez Bravo overleed op 19 oktober 2002, honderd jaar oud, in zijn geboorteplaats Mexico Stad. De pionier voor van de Zuidamerikaanse fotografie is zijn hele leven lang blijven fotograferen, steeds op zoek naar de schoonheid in de gewone dingen. En tot het laatst bijna altijd in zwart-wit, op een enkele uitzondering na zoals de foto met de toepasselijke titel “El color”.

Acto primero (1975)

Los adioses (1984)

Uki (1986)

El color

Bronnen:



woensdag 16 februari 2011

IJsgezichten, toen en nu (24 januari 2010)

De winter was koud, grijs. Dag en nacht bestonden bijna niet. Heel anders als in de zomer, die de hemel dan weer blauw kleurde, dan weer in verschillende tinten grijs, dan weer zwart met waterige sterrenpunten of een licht vertekende halve circel van de maan. De winter betekende gewoon nacht, een hemel die varieerde van donkergrijs tot gitzwart.
Niemand ging naar school in de winter. Het gevaar in het duister de weg kwijt te raken was te groot. Ook Hyung-Bay niet. Hij was nu twee jaar oud, en overleefde de winter in de modder van de rivier. Elke beweging tot een minimum beperkend. Want bewegen betekende energie verbruiken, energie verbuiken betekende eten, en eten... Eten was er bijna niet in de winter in de rivier. Het koude water stond bijna stil. Licht drong niet door de dikke ijsvloer heen. Planten stierven af.
Eén maal in die lange winter, één maal in elke lange winter, stond het leven op de bodem van de rivier echter op z'n kop. Bewegen was energie verbruiken, maar niet bewegen was in het ongewis blijven van een van de vreemdste verschijnselen die de rivierbevolking kende. De midwinternacht.
De midwinternacht werd getypeerd door een zee van sterren die van het ene moment op het andere aan de hemel verscheen. Een verschijnsel dat veel deed discusseren, maar hoewel de verklaringen legio waren, was nog nooit echt bewezen wat er nu werkelijk achter zat. De oudsten spraken met enige eerbied over 'de kentering', een teken van de goden, dat heel geleidelijk gevolgd werd door het lichter worden van de hemel, het stijgen van de temperatuur. Een kleine groep geleerde vissen hield het op een gevolg van de vervuiling van de rivier. De 'gaten' in de hemel waren volgens hen te danken aan een extreem hoog stikstofgehalte van het water, dat juist op die ene dag in de winter, door extreme stromingen gedreven het 'dak' raakte, de ijsvloer, de hemel. En dan was er een redelijk aantal vissen die op die dag des oordeels bibberend de vinnen tegen elkaar aan vouwde en bad, bad, bad totdat de schubben ervan af vlogen. Het was immers de dag des oordeels. Oppermachtige wezens die heersten over leven en dood, over hemel, water en aarde, maakten zich klaar om het laatste oordeel uit te spreken over de populatie die leefde op de bodem van de rivier. Vreemde wezens, die leefden (ook al was leven wellicht niet het juiste woord, want een bestaan buiten het water was gewoonweg onvoorstelbaar) zonder schubben, zonder vinnen, zonder kieuwen.

Een dikke worm kwam langzaam uit de hemel omlaag gezakt en vleidde zich zacht en verleidelijk op enkele centimeters van Hyung-Bay verwijderd op het gladde modderbed van de bodem van de rivier. Hyung-Bay behoorde niet tot de groep van aanhangers van de gedachte van het laatste oordeel, maar desondanks was hij voorzichtig en keek nieuwsgierig van een afstandje naar de dikke worm. Het water liep hem in de mond. Zou hij dan toch eens een kleine hapje... Neeje. Of... Neeje. Terwijl hij zo stond te dubben kwam plotseling Hyung's buurjongetje Kim vanachter een half vergane plant en hapte gretig in de dikke worm. Op hetzelfde moment begon deze aan de terugreis naar waar hij vandaan was gekomen. Omhoog, richting hemel, richting die ene ster. Kim liet de worm niet los en volgde hem omhoog. Zijn staart sloeg wild van links naar rechts in het water. Hyung-Bay begreep niet of het van pijn, paniek, blijdschap of opwinding was.

,,Beet,'' riep het meisje. ,,Ik heb beet!''




Duizenden vissers op het bevroren oppervlakte van de rivier bij Hwacheon, in Zuid-Korea. Het plaatselijke ijsfestival, zo'n 120 kilometer ten noordwesten van Seoul, trekt elk jaar honderdduizenden bezoekers. Een van de onderdelen van het festival is de viswedstrijd op forel.

Foto: Yung Yeon-Je (AFP).
Bron: Boston.com.
 

 
Uren kan ik op dergelijke foto's blijven turen. De ijsboren die her en der karakteristiek op het ijs liggen. De manier van vissen, sommigen met een hengel op enige afstand van hun gat, anderen enkel met een lijn, soms tot met de neus bijna in het ijskoude water. Wat me opvalt is verder de eenzaamheid die ondanks de drukte uit de foto spreekt. Vissen is duidelijk een individuele sport, waar weinig ruimte is voor sociale bezigheden zoals een babbeltje met een concurrent. Zou je het daarom een “stomme” sport kunnen noemen? Waarmee ik niet doel op de intelligentie van de gemiddelde vissers, laat dat duidelijk zijn.


Bij het zien van deze foto moest ik meteen aan Hendrick Avercamp denken. De “stomme van Kampen”, zo werd de van 1585 tot 1634 levende schilder genoemd. En ook dat sloeg niet op zijn geestelijke vermogens. Avercamp kon namelijk niet praten.
De foto uit Hwacheon met de stomme vissers raakt daarmee onverwachts veel dieper het werk waarmee Avercamp in zijn periode een geheel nieuw genre neerzette.


Zijn 'ijsgezichten' zijn nog tot 15 februari te zien in de tentoonstelling Hendrick Avercamp: IJspret in het Amsterdamse Rijksmuseum.
RED, Theo/Klaverblad en Wieteke van Zeil berichtten er al eerder en uitgebreid over op het VK-blog en in de VK-kunsttips.



 
Het meisje heeft die avond een heel klein stukje van haar forel gegeten. Met een vies gezicht, want eigenlijk houdt ze helemaal niet van forel. En nu mag ze nog even buiten spelen.
Samen met haar buurjongetje heeft ze een sneeuwpop gemaakt. Hij is prachtig geworden. Een wortel als neus, een pijp in de mond, een sjaal om, een hoed op en gitzwarte ogen. Vanaf het bankje in de tuin kijken ze trots naar hun werk. Witte wolkjes adem waaieren uit hun mond de koude avondlucht in. Boven de kinderbolletjes een diepzwart hemelferment, waaraan duizenden sterren hangen te knipogen.
Yang-Su reikt naar de mok met warme chocolademelk die iemand, zonder dat ze het gezien heeft, naast haar op de tuinbank heeft neergezet. Ze pakt hem op, warmt haar handjes aan het aangenaam warme porselein. Ze blaast en neemt voorzichtig slurpend een slok...
En dan vliegt ze omhoog, richting hemel, richting die ene ster. Yang-Su laat de mok niet los. Haar beentjes spartelen en trappelen in het rond in het luchtledige. Het buurjongetje begrijpt niet of het van pijn, van paniek is, of van blijdschap en van opwinding...

Bouwen (18 januari 2010)

Een meisje stapelt stenen in een fabriek in Islamabad, Pakistan.


Kinderen zouden niet hoeven te werken.
Kinderen behoren te kunnen spelen, en naar school te kunnen gaan om aan hun eigen toekomst te bouwen.




Foto: Muhammed Muheisen/Associated Press.

Je moed inlachen (9 januari 2010)


Deze vrouw lacht zichzelf moed in voordat ze zich in de Noord-chinese stad Harbin aan de traditionele nieuwjaarsduik in de rivier Songhua waagt.


Het kwik zakte deze week in het uiterste noorden van China tot -30° C.




Bron: The Wall Street Journal.
Foto: Aly-Song (Reuters/Contrasto).

zondag 13 februari 2011

Getuigen (14 oktober 2009)

Heel dicht onder zijn huid loopt een spoor. Een oneffen rotspad, meer is het niet. De stenen zijn echter scherp, snijden als je niet oplet het vel van je blote voeten open, waardoor voortgaan steeds moeilijker wordt. Maar je snijdt je niet, want hij is je gids. Wijst elk steen, elke punt aan, waaraan hij zich ooit verwond heeft.
Zijn huid, zijn gezicht, vertellen zijn leven. Het leven. Een blank, blind oog staart je aan en laat je zien.

Abel


In Forma, het Centro Internazionale di Fotografia in Milaan, wordt vandaag (15 oktober) om 19 uur de tentoonstelling "Testimoni/Testigos" (Getuigen) van de Franse fotograaf Pierre Gonnord geopend.
Gonnord werd in 1963 in Cholet geboren, maar woont sinds 1988 in Madrid. Hij wordt in Spanje gezien als een van de meest vooraanstaande hedendaagse fotografen, en won in 2007 dan ook de cultuurprijs van de regio Madrid. Zijn prenten zijn de getuigen van zijn leven, van zijn zoektocht naar de identiteit van de individuen in de massa. En vanzelfsprekend zijn ze de getuigen van het leven van de mensen die hij ontmoet heeft. Gevangen in een momentopname die eigenlijk geen momentopname is, maar die heel zichtbaar een levensverhaal vertelt.

Moises

Bernardo

El Manuel

In de aanloop op "Testimoni/Testigos" wordt gesproken over een hechte band met de Spaanse traditie. Gonnords onderwerpen en stijl van portretteren schijnen iets van Goya te hebben.
Persoonlijk deden het licht, de schaduwen, de kleuren en de portretten me echter onmiddellijk aan Caravaggio denken.

Caravaggio
  


De tentoonstelling "Testimoni/Testigos" duurt tot zondag, 22 november.
Je vindt Forma in Milaan, in Piazza Tito Lucrezio Caro 1. De openingstijden zijn van 10 tot 20 uur, op donderdag en vrijdag tot 22 uur. Op maandag is Forma gesloten.
De entree is gratis.



De wereld verkleinen met tilt shift (11 oktober 2009)

Films op televisie kunnen me gestolen worden. Iets wat ongeveer een uur en vijftig minuten zou moeten duren weten ze tegenwoordig al gemakkelijk op te rekken tot twee-en-een-half uur 'kijkplezier', dankzij de onderbrekingen voor de reclameblokken en wat aankondigingen van andere programma's. En als het meezit verwennen ze je ook nog even met het weerbericht. Na tien minuten waspoeder, pasta, auto's, telefoonproviders (ja, hier vooral veel auto's en telefoonproviders!) en hier en daar een bui met opklaringen ben ik dus de draad kwijt. Net als ik het daarna weer allemaal een beetje op de rails heb... Hop, een ander reclameblok. Met dikwijls dezelfde commercials die ik een kwartier eerder voorbij heb zien komen. Ik erger me rot, en daarom kijk ik dus bijna geen films meer op tv.

En toch, om de reclames op zich maak ik me niet druk. Het zijn de onderbrekingen van de film die me op de zenuwen werken. Nee, de 'ster' (heet dat nog altijd zo?) mag van mij best blijven. Maar dan voor en na de film. En dan het liefst een minuut of twintig, want ik ben er gek op. Ik kan echt genieten als ik een mooie of een leuke reclame zie. Al is het twintig keer per dag.
Een voorbeeld is deze...





Mooi, hè?
Het is een reclame van de Unipol Gruppo Finanziario, die sinds een aantal weken op de Italiaanse televisie te zien is. De alledaagse uitdagingen, de onverwachte gebeurtenissen, de zorgen over de toekomst, alles schijnt kleiner te zijn met deze verzekeringsmaatschappij aan je zijde. Dit is de boodschap, maar dit terzijde. Het produkt dat in een commercial aangeboden wordt interessert me altijd weinig, maar de commercial op zich des te meer.
Ik heb me, waarschijnlijk net als jullie, afgevraagd of de beelden echt waren of dat er sprake was van een animatiefilm. Nou, ze zijn echt, hoor. De techniek die gebruikt is luistert naar de naam 'tilt shift'. Men werkt met een serie van a-symetrische lenzen waardoor delen van het beeld vaag worden en slechts een meer of minder smalle strook scherp naar voren komt. Hierdoor lijkt het of het onderwerp van heel dichtbij is gefotografeerd, en ontstaat het effect van een miniatuur. Het 'tiltshiften' is een 'uitvinding' van de Australische fotograaf Keith Loutit.

De lenzen die voor de 'tilt shift' techniek gebruikt worden schijnen knap aan de prijs te zijn, maar wie een beetje handig is in het bewerken van foto's creëert als snel zijn eigen lilliput-wereldje op Photoshop of een van de andere programma's die in de handel zijn. Ik heb het geprobeerd, maar heb er wat problemen mee.
Daarom heb ik mijn toevlucht gezocht op tiltshiftmaker.com, een van de vele 'tilt shift'-sites die je op internet kunt vinden. Met het volgende resultaat...


 









Info commercial:
Agency: McCann Erickson Art & Strategy Open House Roma
Director McCann Roma: Michele Gaudenzi
Account Director: Barbara Sarica
Account Executive: Michele Blasi
Creative director: Marco Carnevale
Copy: Fabio Bartolomei
Art: Gianluca Pagliarulo
Agency producer: Fabio Cimino

Production agency: Partizan London/FilmMaster Roma
Regie: Keith Loutit
Executive producer: Isabella Parish, Fabrizio Razza
Producer: Grace Bodie
Editor: Sebastian Ratcliffe
Post produzione video: McPost
Post produzione audio: Suoni
Music: “All I need” degli  Air
Speaker: Roberto Pedicini

vrijdag 11 februari 2011

A table (13 augustus 2009)

,,A table'', zeggen de Engelsen. ,,A table'', zeggen de Fransen. Het lijkt hetzelfde, maar het klinkt heel anders. En het betekent ook iets anders.
Daar waar de Engelsen nog druk aan het worstelen zijn een voorwerp te omschrijven ('een tafel'), daar zijn de Fransen al meteen een stuk verder en maken al dankbaar gebruik van het onderwerp. Zij zitten namelijk al 'aan tafel'.
Zou het verschil iets met de tafelgewoontes van beide naties te maken hebben?

De Franse fotografe Stéphanie Lacombe reisde, een tijdje geleden weer al, drie jaar lang door Frankrijk om haar landgenoten aan tafel te vereeuwigen. In grote en kleine steden, in dorpen en op het platteland. Dikwijls wist ze de persoonlijke sfeer van een dagelijks terugkerend ritueel vast te leggen. ,,Het lijkt banaal, maar je vindt er veel in terug'', vertelt de in 1976 in Cahors geboren Lacombe. ,,Geloof, opvoeding, scholing, socialisatie of juist niet.''
Veel families die ze benaderde wilden niet op de foto. Waar ze wel mocht fotograferen ging eigenlijk alles vanzelf. Na het opstellen van de lampen hernam het familieleven haar gewone gang en na een tijd keken de gezinsleden niet eens meer naar de indringster. In de grote steden nam ze dikwijls de meest strategische plaats in huis in: daar waar de tv stond.


Hieronder drie van de foto's uit de serie 'La table de l'ordinaire'. Op de internet-site Photographie staan er nog een aantal.






 

Stéphanie Lacombe won dit jaar met haar Fransen aan tafel de belangrijke Prix Niépce. In het kader hiervan zijn haar foto's aan het eind van deze maand te zien in de Galerie Esther Woerdehoff in Parijs. De tentoonstelling loopt van 25 augustus tot 21 september.



Bronnen:

Alle foto's zijn gemaakt door Stephanie Lacombe.